search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
NUMMER 09 I 7 DECEMBER


Like director Koos-Jan van Brouwershaven of the Heerema Fabrication Group mentioned earlier in this publication, the main problem is finding good personnel. He needs to expand his Rotterdam organisation from 80 to 150 employees. The Sif boss is rather piqued that even former IHC employees are not queueing up, while they pay good salaries and offer excellent fringe benefits. “How can I attract welders and other technical staff?” Bruggenthijs asked. The answer remained forthcoming. It became clear that welding robots will be part of the solution. In the hall, there are gigantic welding installations that perform the works. “We weld from the inside out”, the mechanical engineer Bruggenthijs explained. “We have developed our own welding installations. The installations have four welding heads that rotate around the monopile. Before the pile, which has a surface area equivalent to three soccer fields, is coated, each weld is meticulously inspected and documented in detail for the customer. Aſter all, each pile we make is unique”. The investments involved in order to meet the demand are vast: they are nearing hundred million Euros. The company is not only investing in Rotterdam, but also in its parent subsidiary in Roermond. Here, in the Dutch province of Limburg, production will be increased by thirty percent. This is where enormous steel sheets from the Ruhr area arrive. By means of huge drums, weighing five thousand tons each, these sheets are made into rings with a very large diameter – up to 11 metres in the foreseeable future. “Each fortnight, give or take a couple of days, we process enough steel to make an Eiffel tower. In our own little village of Roermond”, the chairman smiled. When the rings have been welded both on the inside and the outside, they are transferred to barges to be taken to Maasvlakte II, where they will be welded together to form a single foundation pile. Fortunately, the contractors have already concluded the special mooring dock, so that production can continue.


Collective effort Sif has enough work for years to come, as becomes clear from different studies. The number of windfarms is increasing dramatically, everywhere around the world. Monopiles will be longer and have larger diameters than ever, because the wind turbines that are being designed are increas- ing in size as well. Already, they are producing up to 10, 11, or even 12 MW. The larger the turbine, the more energy it will provide. It is more effective to exploit large wind turbines, collectively, than a large number of smaller ones. Investments will pay for themselves more quickly. Bruggenthijs believes that the Netherlands is lagging behind where the production of turbines and blades is concerned. For example, the Danish company Vestas is the ‘preferred supplier’ of wind turbines for Shell, Eneco and Van Oord - the combination that will be building the windfarm near Borssele. However - and he sweepingly includes the flexible authorities of the Port of Rotterdam - there are definite opportunities. Particularly by joining forces with specialists in the areas of heavy transport and logistics, such as Kloosterboer and Verbrugge International. With the help of the Self-Propelled Modular Transporter (SPMT) by Mammoet, the monopiles are transferred across the site to the deep-sea quay. Bruggenthijs also believes that his quay could be used for other purposes as well. ”Perhaps we can contribute to the develop- ment of next-generation equipment: floating windfarms”. Joost Eenhuizen, spokesman for Port of Rotterdam, seems not quite ready to commit himself. He is using Sif as a gateway to the wind-offshore market. “In this context, we recently signed a manifest, together with a number of companies from Rotterdam operating in the offshore-wind sector. Under the umbrella of Rotterdam Offshore Wind Delta, we are joining forces to attract as many offshore wind activities to Rotterdam as possible”, Eenhuizen stated. “Take, for example, the construction of jacket, an insurance policy called Rotterdam Policy, and joint tendering.”


A ‘family business’ quoted on the stock exchange Despite the fact that Sif is quoted on the stock exchange, the spirit of founder Theo Schmeitz is still very much alive. In 1948, he founded Schmeitz Industriële Fabricage (SIF). In 2005, his son Theo sold the company to investor Egeria, who floated the company. But despite the fact that Sif is now quoted on the stock exchange, it remains a true family business. One of the characteristic features of such a company is the desire to enter into long-term relationships with suppliers and customers. For example, the company has been collaborating for many decades with the Geert Smulders companies: GS Staalwerken. These steel works not only construct the halls on Maasvlakte II, but also various contrap- tions attached to the monopiles, such as stairways and passageways. The concrete constructions are realised by Van de Pol’s family business GMB. And the Van Ginkel Group from Valburg, also a family business, looks aſter the blasting and coating of the monopiles. Chairman of the board of the Sif Group, Jan Bruggenthijs: “We always look for partners who feel committed to us and the customers we supply our products to. Commitment is the number one requirement”.


Maritime and Offshore industry van het Havenbedrijf, zegt desgevraagd dat het eerste stuk van 150 meter van de diepzeekade op tijd klaar is om de eerste monopiles via zee af te voeren. “In de zomer van 2017 moet de kade geheel (460 meter) klaar zijn”. Deze eerste lading wordt verscheept naar het Galloper-windpark aan de oostkust van het Verenigd Koninkrijk. In totaal levert Sif 54 palen aan het Galloper-project.


Vol orderboek De windmolengekte legt het bedrijf Sif geen windeieren. Het orderboek zit voor het komende jaar vol. “We stappen de komende tijd over van een twee- naar een drieploe- gendienst”, vertelt Bruggenthijs. “Op dit moment lassen en coaten wij hier in Rotter- dam twee monopiles per week. Om de vraag aan te kunnen gaan we over naar een drieploegendienst, omdat we dan vier palen per week kunnen fabriceren”. Net als eerder directeur Koos-Jan van Brouwershaven van Heerema Fabrication Group in de deze krant zei, is het vinden van goed personeel een probleem. Hij wil zijn organisatie in Rotterdam van 80 naar 150 medewerkers uitbreiden. De Sif-baas is verontwaardigd dat zelf oud-IHC-medewer- kers niet willen komen werken, “terwijl wij een behoorlijk salaris betalen en uitstekende secundaire arbeidsvoorwaarden hebben “Hoe krijg ik volop lassers en ander technisch personeel hierheen?” vraagt Bruggenthijs. Hij krijgt geen antwoord.


Sif Group groeit door gekte offshore- windparken


De Sif Group uit Roermond is launching customer op Maasvlakte II wat betreſt de wind offshore-markt. Samen met Havenbedrijf Rotterdam, de uitgever van de gronden en de eigenaar van de kades op de Maasvlakte, wil deze Limburgse leveranciers van monopiles voor wind- molens een belangrijke positie gaan veroveren voor de Nederlandse offshore- maakindustrie op vlak van windmolens. Nu stelt het nog niet veel voor.


De boomlange bestuursvoorzitter Jan Bruggenthijs van de Sif Group weet niet van ophouden. Met passie vertelt hij over de monopiles, de fundering van een windmolen op zee, die in de nieuwe assemblagehal op Maasvlakte II, naast FutureLand aan de Europaweg, worden gemaakt. Hij leidt rond met zoveel passie dat het programma met meer dan een uur uitloopt. Niemand taalt ernaar. Zijn verhaal is per slot van rekening boeiend en doorspekt met anekdotes uit zijn vorige banen bij onder andere GTI, Stork, Eriks, Hertel. Na pittige onderhandelingen met het Havenbedrijf Rotterdam over prijs van het 42 hectare grootte terrein, en vooral de bizarre sterkte van de diepzeekade werd Maasvlakte II de vestigingsplaats van de monopile-afdeling van dit sinds 12 mei 2016 beursgenoteerde staalconstructiebedrijf. Vlissingen viste achter het net. Tijdens de rondgang is te zien hoe bizar de vraag naar windmolens op dit moment is. Terwijl in tweeploegendienst enorme stalen ringen van circa 10 meter breed met een diameter van 8,80 meter tot 80 meter lange monopiles worden gelast, zijn de aannemers nog bezig de assemblage- en de coatinghal af te bouwen en het terrein te verharden. “23 december komt het eerst jack-up schip, de Innovation GeoSea, hier zijn lading monopiles ophalen”, zegt Bruggenthuis als hij op een hoop zand staat en over de Prinses Margriethaven richting Pioneering Spirit kijkt die in de Prinses Alexiahaven ligt. Onderwijl zijn de aannemers van Mobilis/TBI en Dimco/ DEME volop bezig met de bouw van de zeekade. Joost Eenhuizen, Business Manager


Duidelijk is dat hij mede een oplossing vindt in het robotiseren van het lassen. In de hal staan enorme lasinstallaties die het grote werk moeten doen. “We lassen van binnen naar buiten”, legt de werktuigbouwkundige Bruggenthijs vakkundig uit. “Onze lasinstal- laties hebben we allemaal zelf ontwikkeld. De installaties met vier laskoppen draait om de monopile heen. Alvorens de paal, met een oppervlakte van ca drie voetbalvelden wordt gecoat, wordt elke las minutieus gecontroleerd en voor de afnemers geheel gedocumenteerd. Want elke paal die we maken is uniek”. De investeringen om de vraag aan te kunnen zijn enorm: het gaat richting de honderd miljoen euro. Het bedrijf investeert niet alleen in Rotterdam, maar ook op de moeder- vestiging in Roermond. In het Limburgse gaat de productie met dertig procent omhoog. Hier komen de enorme stalen platen uit het Ruhrgebied aan en worden onder enorme walsen van vijfduizend ton tot ringen gemaakt met diameter die in de toekomst kan oplopen tot 11 meter. “Elke twee tot tweeënhalve week gebruiken we genoeg staal om een Eiffeltoren te maken. En dat in Roermond”, grapt de bestuursvoorzitter. Als de ringen aan de binnen- en buitenkant zijn dichtgelast gaan ze vervolgens per binnen- vaartschip over de Maas richting Maasvlakte II om daar aan elkaar gelast te worden tot één funderingspaal. De aannemers hebben de speciale insteekhaven op het terrein gelukkig al klaar, zodat de aanvoer gewoon door kan gaan.


Samenwerken De komende jaren heeſt Sif genoeg werk als naar verschillende onderzoeken wordt gekeken. Het aantal windparken op zee


11


neemt wereldwijd fors toe. De monopiles zullen langer en de diameter groter worden, omdat er steeds grotere windmolens worden ontworpen om turbines van 10/11/12 MW te kunnen dragen. Grotere molens leveren meer energie. Het is dus veel effectiever om collectief grote windturbines te exploiteren dan een groot aantal kleine windmolens. De investeringen kunnen sneller worden terugverdiend. Bruggenthijs meent dat Nederland de boot heeſt gemist bij het maken van turbines en bladen. Zo is het Deense Vestas ‘voorkeurs- leverancier’ voor windturbines voor Shell, Eneco en Van Oord, die combinatie wil het tweede windpark bij Borssele bouwen. Maar samen met wat hij de ’meedenkende overheid – Havenbedrijf Rotterdam – noemt zijn er wel andere mogelijkheden. Hij zoekt het onder andere in samenwerkingen met zware transport- en logistieke specialisten Kloosterboer en Verbrugge International. Met de inzet van Self-Propelled Modular Transporter (SPMT) van Mammoet worden de monopiles over het terrein naar de zeekade gebracht. Voor Bruggenthijs staat vast dat zijn kade best ook door anderen gebruikt kan worden.”Misschien kunnen we iets gaan betekenen in de ontwikkeling van de volgende generatie parken: drijvende windfarms”. Joost Eenhuizen van Havenbedrijf Rotterdam is voorzichtiger. Hij gebruikt Sif tot een entree tot de wind offshore-markt. “In dit verband hebben we recent met een aantal Rotter- damse bedrijven die actief zijn in de offshore wind een manifest ondertekend. Als Rotter- dam Offshore Wind Delta zetten we ons gezamenlijk in om zo veel mogelijk van de offshore windactiviteiten aan Rotterdam te verbinden” aldus Eenhuizen. “Je moet dan denken aan jacketbouw, het opzetten van een verzekering met de naam Rotterdam Polis en proberen samen te gaan aanbesteden.”


Een beursgenoteerd ‘familiebedrijf’ Ondanks dat Sif beursgenoteerd is, waart de geest van oprichter Theo Schmeitz rond. Hij richtte in 1948 Schmeitz Industriële Fabricage (SIF) op. Zijn zoon Theo verkocht het bedrijf in 2005 aan investeerder Egeria die het naar de beurs bracht. Sif is, ondanks dat het beursge- noteerd is een familiebedrijf. Kenmer- kend bij dergelijke bedrijven is de wens om langdurige relaties aan te gaan met leveranciers en afnemers. Zo werkt het bedrijf op aantal vlakken al decennia samen met de bedrijven van Geert Smulders, GS Staalwerken. Het staalbe- drijf bouwt niet alleen de hallen op Maasvlakte II, maar construeert ook zaken die aan de monopiles moeten komen als trappen en doorgangen. Overigens wordt de betonbouw van de enorme hallen gerealiseerd door het familiebedrijf van Van de Pol, GMB. Het familiebedrijf Van Ginkel Groep uit Valburg zorgt weer voor het stralen en coaten van de monopiles. Bestuursvoor- zitter Jan Bruggenthijs van de Sif Group: “We zoeken partners die zich verbonden voelen met ons en de klanten waar we aan leveren. Commitment is belangrijk”.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58