This page contains a Flash digital edition of a book.
14


840 | WEEK 34-35 24 AUGUSTUS 2016


Ms Betelgeuze heeſt hard onderhoud nodig Computergame? Bij ons word je echt nat!


ROTTERDAM “Nee, ik durf niet”, zegt een meisje wat benepen, gehuld in een reddings- pak en staand op het randje van de reling van de ms Betelgeuze, het schip van Zeekadetkorps Rotterdam. Officier Marco Vink houdt haar vast en stelt haar gerust. “Recht vooruitkijken, stappen en gaan!”, roept commandant Rob Hagman. Hij is de kinderen voorgegaan en drijſt al in het water, dichtbij het reddingsvlot. “Drie, twee, een!” en terwijl ze haar neus dichtknijpt, waagt ze de sprong. De andere kinderen volgen.


INGE PRANGER


Zes kinderen draaien vandaag, zaterdag 13 augustus, gratis een dag mee met het zeekadetkorps aan de Dokhaven in Rotterdam op vertoon van het Jeugd Vakantiepaspoort. Het is rustig in vergelijking met begin juli, vertelt officier Wouter Eijkelenboom. Hij is al vanaf 1977 lid van het korps. “Toen deden wel 25 kinderen mee”. Door mee te doen aan het Jeugd Vakantiepaspoort hoopt het zeekadetkorps meer naamsbekendheid te krijgen en de jongeren te interesseren om lid te worden van de maritieme jeugdvereniging. “We proberen zoveel mogelijk te doen op zo’n dag om ze te laten proeven aan wat het is om zeekadet te zijn”, zegt Hagman. “De kinderen hebben gewrikt, ze hebben geseind, in een kano gezeten, ze zijn met een reddingspak van boord gesprongen en in het water met


het reddingsvlot bezig geweest. En je hebt natuurlijk honderd andere leuke dingen hier aan boord die je met ze kan doen”. Ms Betelgeuze, genoemd naar de gelijknami- ge ster in het sterrenbeeld Orion, ligt sinds vier jaar aan de Rotterdamse Dokhaven bij de RDM-campus op Heijplaat. Het schip is zoals Eijkelenboom zegt “een oude dame”. Het voormalige loodsvaartuig is gebouwd in 1951 en heeſt gevaren voor de Koninklijke Marine tot 1977. Ms Betelgeuze is de basis van de activiteiten van de zeekadetten en het vierde schip dat dienst doet bij het Rotterdamse korps. De zeekadetten zijn trots op hun schip, maar het vaartuig heeſt hard onderhoud nodig en daar is amper geld voor. “Het begint al met de 395 euro stroomkosten per maand. De maandelijkse contributie is 12,50 euro, en we hebben nu dertig leden, dus reken maar uit. Daar moeten we geld op bijleggen, en dan heb ik de verzekeringen en andere posten nog niet meegeteld”, aldus Eijkelenboom die ook penningmeester is van het Rotterdamse korps. Vrijwilligers en zeekadetten hebben al veel onderhoud gepleegd. “We hebben gaten gedicht, geschuurd, gelast, geverfd”, vertelt


“Nagenoeg alles vind ik hier leuk”


Damian Blommes (17) is Zeekadet Tweede Klasse en kiest binnenkort voor het dienst- vak technische dienst omdat hij het meeste affiniteit heeſt met het werk in de machi- nekamer. Hij heeſt net zijn vmbo-diploma gehaald bij het Scheepvaart- en Transport College richting Scheepsbouw. Sinds ander- half jaar is hij lid van het zeekadetkorps Rot- terdam op aanraden van een schoolvriend. “Nagenoeg alles vind ik hier leuk”, zegt hij. “Het varen, alles wat je leert bij de techni- sche dienst, het knopen, het zeilen en dat je een team vormt”. Hij vindt zijn ervaring als zeekadet een grote aanvulling op zijn opleiding, want zo heeſt hij een goede keuze


kunnen maken voor een vervolgoplei- ding. Met de vakrichting Megatro- nica van de mbo-opleiding VEVA (Veiligheid en Vakmanschap) wil hij later een technische functie gaan vervullen op marine- schepen. De zoon van vrijwilligster Joke Kruis is ook jaren- lang zeekadet geweest. “Eigenlijk heeſt hij hier als jong ventje zijn keuzes al bepaald. Na een bezoek aan het zeekadetkorps op de Wereldhaven-


vrijwilligster Joke Kruis. “We kunnen alleen niet alles zelf. Om het schip te zandstralen moet het echt een keer de dok in. Ook om materialen zitten we verlegen. Dus als er schildersbedrijven zijn die verf over hebben. Kom maar op”. “Of een tegoedbon voor een kuub brandstof voor het dichtstbijzijnde tank- station?” lacht Eijkelenboom.


Grote meerwaarde Het blijkt lastig sponsors te vinden, onder- vinden de zeekadetten, en ook daarom is een grotere naamsbekendheid belangrijk, vindt Hagman. “Veel mensen weten niet eens van ons bestaan af. We zijn bij een klein groepje bekend, maar bij een hele grote groep ook niet. Ook niet in de maritieme wereld, zoals de binnenvaart, de koopvaardij en de marine, terwijl toch veel zeekadetten van hieruit kiezen voor een beroep in de scheepvaart. De meerwaarde van wat de zeekadetten hier leren is groot voor henzelf, maar ook de mari- tieme bedrijven en de maatschappij in zijn al- gemeen plukken er de vruchten van. Ze leren niet alleen hoe ze een knoop moeten leggen, navigeren, of hoe ze een goede maaltijd kun- nen maken en voorbereiden. Ze leren hier ook samenwerken, waarden en normen, discipli- ne, verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid. Al dat soort dingen proberen we de kadetten mee te geven, en dat geeſt ze een voorsprong op school en in de maatschappij”. Het woord kameraadschap dat in het wapenschild staat


dagen wilde hij zelf bij de zeekadetten. Na een paar maanden had hij geen zin meer, maar we hadden afgespro- ken dat hij in elk geval een jaar lid zou blijven. Je betaalt toch contributie. Hij vond het best pittig, de discipline, elke zaterdag aanwezig zijn, het dek schrobben, de wc’s schoonmaken, de kou soms. Toen het jaar voorbij was, zei ik: ‘Nu mag je er van af’. Maar daar wilde hij absoluut niets meer van weten. Hij moest er gewoon even doorheen. Hij heeſt voor de technische dienst gekozen en uiteindelijk is hij scheepselek- tricien geworden”.


van de zeekadetten is volgens Eijkelenboom van grote betekenis. “Samen klaar je een klus, je kan nooit altijd alles alleen doen. Je hebt elkaar nodig, en zo werkt het ook in het bedrijfsleven”. Het doel van het zeekadetkorps is jongeren op een leuke en sportieve manier enthousiast te maken voor de scheepvaart en het leven en werken op het water. “We proberen zoveel mogelijk het leven aan boord van een schip na te bootsen”, vertelt Hagman op de brug. “We hebben twee radars, twee gps’en en zijn volledig uitgerust voor zee. Als we gaan varen, lopen zeekadetten de wacht en ze besturen ook het schip. Ook al kunnen hier op de brug maar drie man staan, we proberen de kadet- ten zoveel mogelijk zelf verantwoordelijk te maken voor het varen. Zij staan achter het roer en verzorgen ook de communicatie en de navigatie. Ik zit hier dan achter, in die blauwe stoel. Als het dan niet goed gaat, neem ik het over, of geef ik aanwijzingen”.


Naar elkaar luisteren Het vroegere loodsenverblijf is nu het beman- ningsverblijf waar de kadetten eten, films kijken, of spelletjes spelen. “Hier slapen ze normaal met z’n negenen”, laat Hagman daar- na het slaapverblijf zien. “Ze moeten hun kooi wel netjes houden. Een onderofficier loopt regelmatig rondjes op het schip om te kijken of alles wel opgeruimd is. Als je dat stukje discipline niet hebt, is het hier binnen een


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34