search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Kansen in bijzondere melkstromen


Andries-Jan de Boer merkt steeds vaker dat melkveehouders tegen de grenzen van hun kunnen aanlopen. ‘Groeien betekent meer arbeid, meer koeien betekent ook meer kal- vingen’, noemt hij als voorbeeld. ‘Een aantal wil of kan dat niet meer.’


Voor die bedrijven zal optimaliseren in de bedrijfsvoering nog genoeg uitdaging bren- gen. Ook bijzondere melkstromen bieden een kans. ‘Als je met het Albert Heijn-concept mee kunt doen binnen A-ware of de nieuwe zuivellijn(en) bij RFC, dan krijg je bijvoorbeeld


drie cent meer per kilo melk. Met een hogere melkprijs kun je ook je winst verhogen.’ Er is enthousiasme vanuit melkveehouders om hieraan mee te doen. ‘Sommige bedrijven past dat wellicht beter dan groeien. Voor die bedrijven is het een mooie kans.’


Vic Boeren, specialist melkvee bij DLV, herkent dat. ‘Die goed draaiende bedrijven zoeken de volgende stap in een samenwerking met stoppende bedrijven of een tweede locatie voor jongvee.’ Hij schat in dat het hier om de beste 25 procent draaiende melkvee- bedrijven gaat. ‘De drive om te ontwikkelen met het bedrijf is er wel, maar niet iedereen kan dat.’


Goede technische resultaten


De basis bij de aanvraag van een financiering zijn de technische resultaten op het bedrijf. ‘Als die niet goed zijn, reken je groei nooit rond, want je financi- ele uitgangssituatie is al niet goed’, geeft De Boer aan. Bedrijven die ‘high input, high output’ of ‘low input, low output’ hanteren, hebben daarbij een goede financiële positie.


‘Het wordt vaak onderschat wat het verschil van een paar centen per liter melk over een aantal jaren heen betekent voor een bedrijf’, weet De Boer. ‘Dat maakt uiteindelijk wel het verschil om een investering wel of niet te kunnen doen.’ Volgens Boeren is het belang van een goed saldo draaien nog belangrijker dan in het quotumtijdperk. ‘De melkprijs was gelijk, maar de kosten waren toen ook wat lager. Je moet nu nog beter draaien om mar- ge te halen.’


Naast die technische resultaten moet er ook een


20 40 60 80 100 120


0 ’00 ’01 ’02 ’03 ’04 ’05 ’06 ’07 ’08 ’09 ’10 ’11 jaar ’12 ’13 ’14 ’15 ’16 ’17


inschatting gemaakt worden van de investeringen die nodig zijn om de groei te realiseren. Grond, fos- faatrechten, nieuw- of verbouw van gebouwen, voeropslag en ook een eventuele bedrijfsovername spelen een rol. Daarbij noemt De Boer ook nog de factor arbeid. ‘Wanneer je personeel nodig hebt,


aantal koeien hectares grond


Figuur 1 – Bedrijfsomvang melkveebedrijven in Nederland (bron: CBS)


Marijn Dekkers: ‘Eén koe meer is 40.000 euro’


Grote groeistappen zijn volgens Marijn Dek- kers, sectorspecialist melkveehouderij bij Rabobank, op melkveebedrijven de komende jaren minder aan de orde dan in de jaren 2008-2015. ‘Als je op dit moment moet inves- teren in grond én fosfaatrechten én een nieu- we stal zijn de investeringskosten gewoon- weg te hoog.’ Dekkers rekent voor: 7000 euro per koe voor nieuwe huisvesting, 10.000 euro per koe voor fosfaatrechten en een halve hectare grond met een waarde van 25.000 euro. ‘Dan kom je op ruim 40.000 euro per koe die je op een of andere manier nodig hebt om zo’n spronginvestering te doen. De opstapeling van deze investeringen zet een rem op grote groeiscenario’s.’ Waar Dekkers zeker ruimte voor blijft zien,


is gefaseerde groei. ‘Een spantvakje erbij’, noemt hij als voorbeeld. ‘Bovendien zijn er ondernemers die kansen zien in alternatie- ven, zoals het aangaan van samenwerkings- verbanden of creatief omgaan met de huis- vesting. Denk ook aan zelfzuivelen, huur van productiemiddelen of deelnemen in concepten.’


Bedrijven die stal en grond voor elkaar heb- ben of die hun aantallen koeien willen ‘repa- reren’ en daarvoor moeten investeren in fos- faatrechten, doen er volgens Dekkers goed aan een plan te maken. ‘Het kan ineens, maar de prijzen zijn nu hoog. Het alternatief is elk jaar een stapje, mede in het kader van risico- spreiding. Wellicht kun je dan ook uit eigen middelen financieren.’ Technisch goed preste-


ren helpt, geeft hij aan. ‘Dat loont altijd, want uiteindelijk hebben de best presterende be- drijven de meeste mogelijkheden. En sowie- so blijft bedrijfsontwikkeling op melkveebe- drijven onderwerp van gesprek.’


veeteelt SEPTEMBER 1 2018 49


aantal koeien per hectare


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60