E
en van de eerste koeien die Jan Hendriksen in de ligboxenstal in de benen jaagt, is Trees 99. De Raudochter was enkele maanden geleden in de race voor ‘fleckviehkoe van het jaar’. Acht keer had ze inmiddels gekalfd en met haar levensproductie van 73.304 kg melk met 4,76% vet en 3,76% eiwit scoorde ze veruit het hoogste. Ook haar vruchtbaarheidscijfers zijn met een tussenkalftijd van 360 dagen en een inse- minatiegetal van 1,6 aansprekend. Trees veroverde dan ook een verdienstelijke tweede plek in de verkiezing, bekendgemaakt tijdens de fleckviehdag op het bedrijf van Hendriksen. ‘Met haar kengetallen benadert Trees ons fokdoel, maar ze is eigenlijk per ongeluk ontstaan’, vertelt Jan Hen- driksen met een glimlach. ‘Trees is 75 procent fleckvieh door twee keer achter elkaar een fleckviehstier te ge- bruiken, terwijl wij aan rotatiekruising doen. Haar moe- der was een van de eerste kruislingen, toen waren we nog een beetje zoekende.’ Een jaar later werd er volgens de huidige strategie een zus van brownswiss-stier Even geboren en ook die loopt nog altijd op het bedrijf.
Wageningenproef naar rotatiekruising Jan Hendriksen (51) heeft het melkveebedrijf met 160 melk- en kalfkoeien in maatschap met zijn vrouw Gie- sela Hendriksen (50). Ook Cor (22), een van de vijf kinde- ren, springt naast zijn studie bij in zijn vrije tijd. Diverse hand-en-spandiensten worden ook nog gedaan door de ouders van Jan, Cor en Agnes (beiden 75). De introductie van rotatiekruising op het bedrijf van
Hendriksen kent een bijzondere oorsprong. Jan Hendrik- sen was lid van een studiegroep van hun accountants- kantoor. Op aanvraag van Wageningen UR nam de stu- diegroep melkveehouders deel aan een studie naar de inzet van arbeid op het melkveebedrijf. ‘Na afloop vroeg de onderzoeker of we als veehouders nog meer wilden onderzoeken’, vertelt Hendriksen. ‘Een deel van de boe- ren was destijds, in de nadagen van stieren als Tornedo en Boudewijn, ontevreden over de zwartbonte koeien. Zo is de Nederlandse proef naar rotatiekruising ontstaan, waaraan acht bedrijven, waaronder wijzelf, meededen.’ Binnen de proef werden twee jaargangen alle dieren waarvan de veehouder van plan was een kalf aan te hou- den, om en om geïnsemineerd met een fleckvieh- of een holsteinstier. Na die twee jaar gingen alle koeien bij Hendriksen weer ‘gewoon’ onder een holsteinstier, in afwachting van de resultaten van de kruislingen. Bij de eerste kruislingen merkte Hendriksen dat de uierge- zondheid en de vruchtbaarheid sterk waren verbeterd. ‘De melkproductie valt als vaars misschien een paar procent tegen, maar dat halen ze op latere leeftijd ruim weer in. Wij hadden direct het gevoel dat deze koeien bij ons passen. We houden van een bevleesde koe, maar we willen beslist niets verkeerds zeggen van zuivere hol- steins. Kruislingen passen echter binnen ons doel om het optimale uit land en dier te halen’, stelt Hendriksen. ‘Door de jaren heen hebben we een makkelijk te mana- gen koe gefokt. Niet om te kunnen aanrommelen, maar juist om de technische resultaten verder te verbeteren.’ Binnen de rotatiekruising gebruikt Hendriksen naast
Een selectie kruislingen die perfect aansluiten bij het fokdoel
veeteelt SEPTEMBER 1 2018
15
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60