Alle proefveldjes binnen een perceel werden twee keer gemaaid en vier keer beweid
-gehalte in de bodem is van jaar tot jaar erg variabel. Er is weinig ver- schil te zien tussen de bemestingsni- veaus of verloop over de tijd. Na zeven- tien jaar evenwichtsbemesting is het P-CaCl2
-gehalte op alle percelen nog steeds voldoende hoog. Uit de resultaten van de proef is niet
doende hoog. Op het veen in Zegveld was er geen verandering in het P-AL-ge- tal en op zeeklei in Lelystad was er een lichte stijging bij evenwichtsbemesting. De verwachting is dat het P-AL-getal op den duur op alle locaties zal stabiliseren bij evenwichtsbemesting, de vraag is op welk niveau. Bij de veldjes met een over- schotbemesting werd op alle bodem- soorten het P-AL-getal hoger dan in de beginsituatie. Hoe hoger de bemesting was, hoe hoger het getal werd. Het P-CaCl2
Ir. J. C. van Middelkoop, onderzoeker Wageningen UR
Ir. P. A. I. Ehlert, onderzoeker Wageningen UR
exact vast te stellen bij welke fosfaatbe- schikbaarheid (P-CaCl2
) in de bodem fos-
faatevenwichtsbemesting leidt tot een lagere opbrengst in vergelijking met een overschotbemesting. Daarvoor zou een groter aantal locaties nodig zijn.
Verschil in grasopbrengst gelijk De drogestofopbrengst van het gras was op zand en veen bij evenwichtsbemesting gemiddeld 6% lager (ongeveer 700 kg ds/ ha) dan bij een overschot van 40 kg fosfaat per hectare (figuur 1). Dat verschil in op- brengst bleef gedurende de looptijd van de proef gelijk, ondanks de opbouw van
Figuur 1 – Gemiddelde drogestofopbrengsten van gras bij evenwichtsbemesting (P00), bij een overschotbemesting van 20 kg fosfaat per ha (P20) of 40 kg fosfaat per ha (P40), per proeflocatie. Heino gangbaar: 1997-2001; Heino biologisch: 2002-2012
P00
10 12 14
0 2 4 6 8
P20 P40
Dr. I. C. Regelink, onderzoeker Wageningen UR
de fosfaatvoorraad in de bodem bij bemes- ting met een fosfaatoverschot. Het ver- schil in opbrengst was zichtbaar in alle sneden. Bij de verandering op Heino van het
goed oplosbare tripelsuperfosfaat
naar het minder oplosbare natuurfosfaat verdween het opbrengstverschil tussen de bemestingsniveaus. Op de locatie Lelystad was de drogestofopbrengst voor alle be- mestingsniveaus gelijk. Het gemiddelde P-gehalte in het gras (fi- guur 2) was op zand en veen bij even- wichtsbemesting circa tien procent lager dan bij een overschot van 40 kg fosfaat per hectare. Het verschil tussen de be- handelingen werd niet groter in de tijd. Bij de overstap naar natuurfosfaat in Heino verdween het verschil in P-gehalte tussen 20 en 40 kg fosfaat per hectare Op klei was het verschil in P-gehalte tus- sen evenwichtsbemesting en 40 kg over- schot circa drie procent. l
Conclusies Heino gangbaar Heino biologisch Soerendonk Lelystad Zegveld
Figuur 2 – Gemiddelde fosforgehalten van gras bij evenwichtsbemesting (P00), bij een overschotbemesting van 20 kg fosfaat per ha (P20) of 40 kg fosfaat per ha (P40), per proeflocatie. Heino gangbaar: 1997-2001; Heino biologisch: 2002-2012
P00
0,0 0,5 1,0 1,5 2,0 2,5 3,0 3,5 4,0
P20 P40
– De verwachting dat evenwichts- bemesting zou leiden tot een sterke daling van het P-AL-getal is niet uitgekomen. Op zand- gronden vond een lichte daling plaats, maar op de veen- en klei- grond daalde het P-AL-getal niet. Ook het P-CaCl2
-gehalte
van de bodem veranderde wei- nig. De trends tonen aan dat er nog geen nieuw evenwicht tus- sen bemesting en fosfaatgehal- te in de bodem is ontstaan.
Heino gangbaar Heino biologisch Soerendonk Lelystad Zegveld
– De verwachte daling in graspro- ductie valt mee. Op zand- en veengrond kostte fosfaateven- wichtsbemesting ongeveer 6% drogestofopbrengst en 10% van het P-gehalte, ten opzichte van een bemesting met 40 kg fos- faatoverschot/ha. Het verschil in opbrengst en gehalte werd echter in de 17 proefjaren niet groter. Op jonge zeeklei was er geen effect op de drogestofop- brengst, het P-gehalte van het gras was daar 3% lager bij even- wichtsbemesting.
VEETEEL T MEI 1 2016 45
P-gehalte (gram per kg droge stof)
drogestofopbrengst (ton per ha)
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56