search.noResults

search.searching

note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
controle


600 700


100 200 300 400 500


0 0 5 10 15 leeftijd (maanden)


Figuur 1 – Gewicht versus leeftijd van jongvee op een testbedrijf voor optimalisatie met groeimodel Nurture with Provimi


kan inzichtelijk worden gemaakt waar er ruimte is voor verbetering. Via het pro- gramma is dan direct te voorspellen wat voor invloed een verbetering heeft op de groeicurve’, licht Veneman toe. En dat geldt niet alleen voor voedingsaan- passingen, maar ook voor veranderingen in de huisvesting. ‘Een veehouder die staat voor de investering in bijvoorbeeld nieuwe iglo’s of een kalverstal, kan de ge- volgen voor het rantsoen om een gelijke groei te halen, doorrekenen.’


Insemineren op gewicht Naast het optimaliseren van het rantsoen geeft het groeimodel, dat deel uitmaakt van Provimi’s aanpak Nurture with Pro- vimi, ook direct inzicht in de kosten. ‘En dan blijkt de aanvulling van eiwit zomaar voor lagere kosten per kilogram groei te kunnen zorgen’, vertelt Veneman. ‘Wan- neer eiwit de beperkende factor in het rantsoen is, kan het zijn dat er veel ener- gie onbenut blijft. Door dan eiwit toe te voegen wordt ook de energie benut en da- len de kosten per kilogram groei.’ Het groeimodel stelt Provimi ter beschik- king aan mengvoerproducenten die mi- neralen en additieven van ze afnemen (dit


20 25 30


600 700


100 200 300 400 500


0 0 5 10 15 leeftijd (maanden)


Figuur 2 – Gewicht versus leeftijd van jongvee op hetzelfde testbedrijf na optimalisatie met groeimodel Nurture with Provimi


geldt voor ongeveer de helft van de markt- partijen).


Op basis van de eerste melkveebedrijven waar het groeimodel is doorgerekend, constateert Wilbert Litjens dat de groeipo- tentie van het jongvee tussen de 8 en 14 maanden het vaakst niet wordt benut. ‘Er is de laatste jaren veel focus gelegd op de melkfase en de speenfase. Veehouders zien in die periode ook zelf dikwijls aan bijvoorbeeld het haarkleed wanneer het niet goed gaat’, stelt Litjens. ‘Na het spe- nen is het vaak moeilijker in te schatten hoe de dieren groeien en of ze op de juiste groeicurve zitten. Vanaf 3 maanden is op sommige bedrijven de eiwitvoorziening onvoldoende, maar het vaakst gaat het vanaf circa 8 maanden tot het moment van insemineren mis. Terwijl in die peri- ode nog heel veel groei te behalen is rich- ting een optimaal ontwikkelde melkvaars die maximaal kan produceren.’ Aan de andere kant zijn er ook bedrijven die het jongvee te rijk voeren, met bijvoor- beeld uiervervetting als gevolg. Ook dat maakt het groeimodel inzichtelijk. Ter il- lustratie is in figuur 1 en 2 te zien wat de gemeten gewichten bij een testbedrijf wa- ren voor en na optimalisatie van de opfok.


‘In de periode tussen 5 tot 10 maanden bleef de groei op dit bedrijf achter. Een aanvulling van het eiwit heeft de gewich- ten veel meer rond de optimale groeicur- ve gebracht’, vertelt Litjens. De jongveespecialisten merkten tijdens de testfase van het groeimodel ook dat insemineren nog te vaak op leeftijd in plaats van op gewicht plaatsvindt. ‘Met de hippometer hebben wij een handig hulpmiddel om toch op gewicht te inse- mineren’, vertelt Litjens. ‘Door de hipo- meter op de draaier van de pink te plaat- sen weet je snel en gemakkelijk of ze voldoende is ontwikkeld en dus klaar is voor inseminatie.’ l


De hipometer is een handig hulpmiddel om de ontwikkeling van het pink te meten


20 25 30


controle


VEETEEL T MEI 1 2016


39


lichaamsgewicht (kg)


lichaamsgewicht (kg)


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56