GEZONDHEID
Op een bedrijf waar veel antibiotica worden gebruikt bij melkvee, is dat niet per se ook het geval bij de jongste kalveren
Naar minder antibiotica bij jonge kalveren
Jonge kalveren krijgen relatief veel antibiotica. Een onderzoek door de Gezondheidsdienst voor Dieren en de Universiteit Utrecht toont dat de opstelling van de veehouder belangrijk is voor de mate van antibioticagebruik bij de jongste kalveren. tekst Ivonne Stienezen
H
et verschil in antibioticumgebruik tussen melkvee en jonge kalveren is groot. In 2012 kregen kalveren jonger dan 56 dagen 10,9 dierdagdoseringen orale antibiotica toegediend, zo blijkt uit cijfers van de Stichting Autoriteit Diergeneesmiddelen (SDa). Op het melk- veebedrijf als geheel was dat gebruik 2,9 dierdagdoseringen. ‘Bij de kalveren is op basis van deze cijfers nog de meeste winst te behalen op het gebied van an- tibioticareductie’, vertelt GD-dierenarts Anja de Bont-Smolenaars.
Het relatief hoge gebruik van antibiotica die via de bek worden toegediend, komt voor rekening van een relatief klein deel van de bedrijven, geeft De Bont aan. ‘Bij de helft van de bedrijven was het ge- bruik van orale antibiotica bij de kalve- ren namelijk nul.’
De cijfers van de SDa waren voor de werkgroep ABRES-rundveehouderij aan- leiding om de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) opdracht te geven om uit te zoeken welke factoren in het kalverma- nagement, van de kalveren tot 56 dagen leeftijd, aanleiding geven tot dit hoge ge- bruik. Inmiddels blijkt uit de jongste cij- fers van de SDa dat het gebruik van anti- biotica op melkveebedrijven verder is gedaald. Dat geldt ook voor het orale ge- bruik bij de jongste kalveren (zie kader).
Daling eerstekeusmiddelen Als eerste analyseerden de onderzoekers gegevens uit de database MediRund. Me- diRund is het systeem waarin rundvee- houders de registratie van hun antibio- tica bijhouden. Hiervoor zijn de gegevens
26 VEETEEL T JANUARI 1/2 2009 VEETEEL T MEI 1 2016
van alle Nederlandse melkveebedrijven van 2012 tot en met 2014 gebruikt. ‘Er blijkt geen verband te zijn tussen het an- tibioticumgebruik bij de kalveren en bij de volwassen koeien. Dus op een bedrijf waar veel antibiotica worden gebruikt bij het melkvee, is dat niet per se ook het geval bij de jongste kalveren of anders- om. Dat betekent dat als we het antibio- ticumgebruik willen verlagen op deze bedrijven, we ons echt op de kalveren moeten focussen’, stelt De Bont. ‘We zagen verder dat het gebruik van eerstekeusmiddelen sinds 2012 in ver- houding is toegenomen en het gebruik van de tweedekeusmiddelen is gedaald’, zegt de dierenarts. ‘Dat betekent dat vee- houders en dierenartsen de richtlijnen voor het inzetten van antibiotica goed opvolgen.’
Kalf eerst ondersteunen In het tweede deel van het onderzoek werd onder 200 melkveehouders een te- lefonische enquête gehouden over het kalvermanagement. Hiervoor zijn zowel zogenaamde hooggebruikers – bedrijven
die veel antibiotica gebruiken bij de kal- veren – als laaggebruikers – bedrijven die geen tot weinig antibiotica gebrui- ken bij de kalveren – geselecteerd. ‘Juist van de bedrijven die afwijken van het gemiddelde kunnen we het meeste le- ren’, legt De Bont uit.
De veehouders beantwoordden vragen over diverse zaken, zoals behandelingen van zieke kalveren, huisvesting, voeding en andere ziekten op het bedrijf. ‘Hieruit kwam onder andere naar voren dat de aanwezigheid van luchtwegklachten een verband had met een hoger antibioti- cumgebruik. Het is logisch dat er meer antibiotica gebruikt werden op bedrij- ven met meer diergezondheidsproble- men.’
Een opvallend verschil vond De Bont in de houding, de opstelling van de veehou- ders. ‘Bij de laaggebruikers zagen we een andere houding van de veehouder ten opzichte van een ziek kalf.’ Veehouders uit deze groep proberen het kalf te hel- pen om zelf te herstellen. Zij geven bij- voorbeeld elektrolyten
of koortsrem-
mers, of verzorgen ze extra goed in een apart, lekker warm hok met extra water en schoon stro. Wanneer dat onvoldoen- de effect heeft, gaan deze veehouders pas over op een behandeling met antibi- otica. ‘Bij hooggebruikers zagen we dat ze er eerder voor kozen om direct met antibiotica te behandelen. Het blijkt een gunstig effect te hebben op het antibioti- cumgebruik als veehouders bij elk ziek dier zorgvuldig afwegen of een behande- ling nodig is.’
Antibioticumgebruik verder gedaald
Uit de jaarrapportages van de Stichting Autoriteit Diergeneesmiddelen (SDa) is gebleken dat melkveehouders al veel stappen hebben gezet in het verlagen van het antibioticumgebruik op hun bedrijven. Was het totale gebruik in 2012 nog 2,9 dierdagdoseringen, in 2013 daalde dat naar 2,8 en in 2014
daalde dit verder naar 2,3. Het gebruik van orale antibiotica bij kalveren tot 56 dagen op melkveebedrijven is nog verder gedaald. In 2012 ging het nog om 10,9 dierdagdoseringen, in 2013 om 4,8 dierdagdoseringen en in 2014 bleef de teller steken bij 3,8 dierdagdo- seringen.
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56