search.noResults

search.searching

note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
SPECIAL JONGVEEOPFOK


Het melkveerantsoen modelmatig doorreke- nen is op veel bedrijven vanzelfsprekend. Maar voor de jongveeopfok geldt het tegendeel. Provimi ontwikkelde daarom een model dat op basis van rantsoen en huisvesting de groei tot 95 procent nauwkeurig kan voorspellen. tekst Florus Pellikaan


Wilbert Litjes: ‘Groei tussen de 8 en 14 maanden het vaakst niet benut’


Opfok nu langs de maatlat V


oeren van een najaarskuil of restvoer aan het jongvee veroordeelt Wilbert


Litjens niet. ‘Als je maar exact weet wat voor consequentie dat heeft en hoe je kunt bijsturen, zodat het de ontwikkeling van het jongvee niet schaadt.’ En juist daar gaat het volgens Litjens, productma- nager jongvee bij additievenleverancier Provimi, in de praktijk vaak mis, omdat er niet tot nauwelijks wordt gerekend aan jongveerantsoenen. ‘Rantsoenberekenin- gen voor het melkvee zijn de gewoonste zaak van de wereld, maar voor het opti- maliseren van de groeicurve van het jong- vee waren tot nu toe geen modellen. En dat terwijl jongveeopfok na voerkosten de grootste kostenpost op bedrijven is.’ Volgens Wilbert Litjens zijn de hoge ont-


wikkelingskosten van een groeimodel en daar tegenover de beperkte terugverdien- mogelijkheden de reden dat rekenen aan jongveeopfok nog nauwelijks mogelijk was. ‘Het gaat in het optimaliseren van jongveerantsoenen soms over een halve kilo brok meer of minder. Pas bij vijftig stuks jongvee heb je het dan over 25 kilo per dag. Logisch dus dat er meer in model- studies voor melkvee wordt geïnvesteerd.’


Kosten per kilo groei Het was volgens Litjens’ collega Jolien Veneman, productmanager rundvee bij Provimi, uiteindelijk een uit de hand gelo- pen hobby die de praktijk het groeimo- del heeft opgeleverd. Jongveeonderzoeker Jim Quigley van Provimi’s moederbedrijf


Cargill heeft jaren met passie gewerkt aan het groeimodel. ‘Dit is niet zomaar een stageopdracht of zo’, vertelt Veneman glimlachend. ‘Hier gaat jaren onderzoek aan vooraf met duizenden dieren. Uitein- delijk heeft het een model opgeleverd waar je niet alleen mee kunt doorrekenen of je actueel boven of onder de behoefte voert, maar ook of in de hele jongveeop- fok de groeipotentie wordt benut.’ Door de rantsoenen van het jongvee in te vullen, aangevuld met informatie over huisvesting en eventueel het voorkomen van aandoeningen als diarree of lucht- weginfecties is met een nauwkeurigheid van 95 procent de groei van het jongvee te berekenen. ‘Door deze voorspelling met de gewenste groeicurve te vergelijken


Harrie Jansman: ‘Langer op stro zorgde voor benutten maximale groei’


De 95 stuks jongvee op het bedrijf van Harrie en Irma Jansman in Mariënheem krijgen in een secure opfok de volle aan- dacht. Toch waren de melkveehouders benieuwd hoe ze ten opzichte van het ide-


38 VEETEEL T JANUARI 1/2 2009 VEETEEL T MEI 1 2016


ale groeimodel zouden scoorden. Ze ga- ven zich daarom ruim twee jaar geleden op bij Booijink veevoeders als testbedrijf om het groeimodel van Provimi te valide- ren. ‘We moesten gewoon onze eigen strategie aanhouden en daarvan werden de resul- taten gemeten’, vertelt Harrie Jansman. ‘Uiteindelijk bleek dat we het best goed deden en de groeicurve zo rond het ge- middelde lag. Alleen de beginontwikke- ling kon nog wat sneller.’


In overleg werd daarom besloten een rijkere melkpoeder te gaan gebruiken en een pensopstartbrok te verstrekken.


Maar de belangrijkste belemmering voor een snelle groei vond het model in het stalsysteem. ‘De kalveren gingen na het spenen direct in ligboxjes en het gebrek aan warmte bleek toch wat groei te kos- ten. We hadden de mogelijkheid een ex- tra strohok te maken voor kalveren tus- sen de tien weken en vijf maanden en hebben dat dus ook gedaan.’ Nu, bijna een jaar later, bevalt het Jans- man prima en de kalveren blijken in het eerste half jaar daadwerkelijk sneller te ontwikkelen. ‘Inmiddels zitten we boven de ideale groeicurve en benutten we de maximale groei.’


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56