Goed, maar niet geschikt Ruim honderd jaar later werkt het anders. De stukadoors moesten steeds stukjes van de beschadigde vakken herstellen. “Vooral frijnwerk aanhelen is erg moeilijk”, zegt Loïs Vlasblom. “Slechte delen waren afgehakt dus je moest zo maar ergens midden in een vak aansluiten. En dat op een oppervlak dat soms zo verweerd was dat je de groefes nauwelijks kon zien. Erg lastig om dat zo te doen dat het niet al te zeer opvalt.” Het materiaal waarmee de stukadoors moesten werken, werkte niet mee. “Van Milt, de restau- rateur waar wij voor werkten, had al een aantal pallets van een restauratiemortel afgenomen. Prima materiaal, maar voor frijnwerk bleek het
niet geschikt. Een mortel moet iets stijf zijn om er groeven in te kunnen trekken. Deze mortel bevatte erg veel cement waardoor hij zó snel hard werd dat er nauwelijks meer in te werken was. Als je drie groeven had getrokken kon je je kammetje weggooien. We zijn toen overgestapt op een kalkmortel van Parex en daar ging het prima mee.”
Rietstengels en staalborstels Ook het nieuwe tamponeerwerk moest netjes aansluiten op het bestaande werk. Net als vroe- ger werkten de stukadoors in een natte mortel waar ze met bossen rietstengels de structuur in aanbrachten. Dat ging goed waar het oude
22 MEBEST april 2015
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48