This page contains a Flash digital edition of a book.
INSPIRATIE


Onregelmatig netpatroon. De motieven worden met spelden op een stoffen ondergrond vastgezet en daarna in een onregelmatig netpatroon aan elkaar vastgehaakt.


een ondergrondpatroon (bij voorkeur van zachte stof) in de gewenste compositie. De ruimtes tussen de motieven vult u op met het netpatroon. Omdat die ruimtes van vorm verschillen, is het moeilijk een regelmatig netpa- troon te haken volgens een bestaand patroon. Vandaar de keuze voor een onregelmatig patroon. Als alle motieven klaar zijn, kunt u ze met een stoom- strijkijzer strijken. Zet daarna de achterkant ervan met spelden vast op het stoffen ondergrondpatroon; het netpatroon wordt aan de achterkant van de motieven vastgehaakt. Gebruik een dubbele draad van gewoon naaigaren (polyester nr. 40) of dun breigaren (100 gr - 600/800 m) en een haaknaald 0,5-0,6. Haak een kettingpatroon van 3-5 losse en stokjes of dubbele stokjes. De lussen in het kettingpatroon en de stokjes moeten strak zijn. De mazen zijn 5-6 hoekig. Steek door minstens 2-3 steken van de buitenrand van elk motief en wissel zo vaak mogelijk de haakrichting. Wissel ook het aantal losse steken in de kettingen en de omslagen in de stokjes, zodat de naast elkaar liggende mazen niet dezelfde afmeting hebben en de zijkanten daarvan niet op één lijn komen te liggen. Als er een picot in het motief zit, trek dan de draad van het netpatroon er doorheen (losse picot vervormt en verdwijnt in het patroon).


Regelmatig netpatroon Als u van tevoren een regelmatig netpatroon haakt, kunt u de motieven hier met naald en draad op vast- naaien. Ajourcanvas kan ook als basis dienen, maar dit is minder mooi. Niet alle hoekjes, picootjes of motief- reliëfdelen kunnen immers via het netpatroon vastge- maakt worden. Ze komen soms in de mazen terecht, zodat de motieven en het netpatroon vervormd raken.


Voorbeeld van een regelmatig netpatroon. Tule


Maakt u fijne, relatief klein motieven met een dunne haaknaald en dun garen? Dan is het handig om als basis een katoen- of nylon tule te gebruiken.


Brides


De motieven kunt u ook met brides (spijlen) met elkaar verbinden. |


Probeersels in zwart.


Wit buideltje in Ierse kant gehaakt. HZG 71


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72