INSPIRATIE
WERKWIJZE Bij de Ierse kanttechniek worden verschillende – voor- al florale – motieven volgens een patroon naar eigen keuze gehaakt en daarna aan elkaar vastgemaakt. Dit kan op diverse manieren. Het meest gebruikelijk is door middel van een gehaakt onregelmatig netpatroon. Begin met een simpel patroon, een haaknaald nr. 1.25-2.5 en garen van een redelijke dikte. Later kunt u overgaan op fijnere, moeilijkere motieven, een haak- naald nr. 06-08 en dunner garen. Bij de motieven komt u bekende haaktermen tegen: kreeftsteek (andersom haken), maissteek (kopjessteek), een snoer of rupsje. Er wordt veel gebruikgemaakt van staafknoopjes, picootjes en moesjes.
VERBINDINGSTECHNIEKEN
Er zijn verschillende verbindingstechnieken, die in een werkstuk vaak door elkaar worden gebruikt. Dit is afhankelijk van de grootte van de motieven en de functie van het gehaakte. Bij manchetten of een kraag worden kleine motieven vaak rechtstreeks aan elkaar gehaakt. Bij een voorpand van een trui worden ze door een netpatroon met elkaar verbonden.
Dezelfde haakdraad
Laten we beginnen met de meest eenvoudige verbin- dingstechniek. Daarbij worden de elementen tijdens het haken aan elkaar vastgemaakt met dezelfde haakdraad. Eerst wordt er een motief gehaakt. Tijdens het haken van de laatste rij van het tweede motief wordt die met dezelfde draad door middel van een verbindingslosse met het eerste motief verbonden. Vaak wordt er een aantal motieven van tevoren gehaakt. Tijdens het haken van het middelste motief kunt u dit rechtstreeks verbinden met de andere motieven. Van tevoren moet u exact de plekken bepalen waar de motieven verbonden moeten worden (schema maken). Deze verbindingstech- niek is heel toepasselijk voor composities van kleine gelijksoortige motieven die u in het netpatroon met de andere composities wilt verbinden.
Uiteinde van het motief Moet de ruimte tussen de motieven minimaal zijn? Dan kunt u motieven met een naald en een naaigaren- draad of een daartoe achtergelaten draad aan het uiteinde van het motief vastmaken.
Onregelmatig netpatroon
De meest gangbare techniek is het verbinden door een onregelmatig netpatroon. Daarbij legt u de motieven op
Bloemmotief met patroon.
Blaadjesmotief met patroon. 70 HZG
Compositie van florale motieven.
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72