DEEL 2
Leren van de A2 (Holendrecht – Oudenrijn)
Lerend evalueren Learning on the road
In 2005 werd het Convenant A2 van kracht om vorm te geven aan de ambitie samen sneller en slimmer fi les aan te pakken en daarvan te leren voor de toekomst. Opnieuw leren samenwerken werd het leidmotief. Een van de instrumenten om lering te kunnen trekken uit het project is aan de hand van evaluaties. Althans, op papier, want hoeveel van deze evaluaties verdwijnen niet onder het stof in bureaulades?
Tekst: Sebastiaan Aalst, adviseur RnR group E
valueren kost tijd, het gebeurt meestal pas achteraf wanneer je weer druk bent met nieuwe projecten, het kan als bedreigend worden ervaren en van tevoren be- staat vaak al het vermoeden dat er met de opbrengsten wei- nig gedaan zal worden. Bovendien herkennen de betrokkenen zich vaak niet in de – abstracte – bevindingen en conclusies. Deze zorgen zijn meestal terecht en het legitimeert de vraag: waarom evalueren we eigenlijk?
Waarom evalueren? In de literatuur worden op hoofdlijnen vier doelen van evalue- ren onderscheiden: meten, beoordelen, beschrijven en leren. Opvallend is echter dat ongeacht het doel van de evaluatie, vaak voor dezelfde vorm wordt gekozen. Over het algemeen bestaat een evaluatie uit vragenlijsten, soms aangevuld met een reeks interviews, gekoppeld aan een bepaalde scorings- methodiek. Met betrekking tot de eerste drie doelstellingen (meten, beoordelen en beschrijven) kan deze benadering van evalueren in veel gevallen volstaan. Maar wanneer evalueren als doel heeft om van een project of programma te leren voor de toekomst, dan schiet deze benadering tekort.
Ervaringen betrokkenen centraal De belangrijkste reden daarvoor is dat in klassieke evaluaties niet de ervaringen van de betrokkenen centraal staan, maar de informatiebehoefte van de opdrachtgever. Die wil iets we- ten, meten, beoordelen of vastleggen. Maar deze behoeften staan vaak ver af van degenen die bij de uitvoering van een project betrokken zijn en de ervaringen die zij hebben opge- daan, blijven vaak buiten beeld. Dit maakt dat het eigenlijk niet zo vreemd is dat het hooguit managers zijn die zo nu en
42 Nr.5 - 2011 OTAR
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48