Column Elco Brinkman
Gezamenlijk optrekken
De Rijksstructuurvisie Infrastructuur en Ruimte is verschenen. Deze vervangt vier verschillende be- leidsnota’s, waar wij voorheen mee van doen had- den. Dat het vanaf nu allemaal verwoord is in één visie is een goede zaak. Maar belangrijker is dat de inhoud en de gemaakte analyse een goed ka- der en dito aanknopingspunten bieden om de ruimtelijk-economische positie van Nederland te versterken. De nieuwe Rijksstructuurvisie biedt handvatten om de kwaliteit van de leefomgeving te waarborgen en geeft betrokkenen de mogelijk- heid om ruimtelijke besluiten sneller en effectiever te nemen. Tot zo ver zie ik louter winstpunten.
Toch heb ik wel een aantal vragen waar in de visie geen passend antwoord op wordt ge- geven. Dat er veel aandacht geschonken wordt aan mainports, greenports en brainports is begrijpelijk en op zich juist, maar in mijn ogen is de regionale bereikbaarheid, de regio- nale werkgelegenheid en de regionale ruimtelijke ontwikkeling in al die gebieden buiten de Randstad ook van belang. Te weinig aandacht voor de ontwikkeling van die gebieden zelf is niet verstandig en het is geen goede zaak voor onze leden die in die gebieden hun brood moeten verdienen. En in het verlengde daarvan is het een slechte zaak voor de re- gionale werkgelegenheid.
Het is van evident belang dat provincies, in deze serieus ondersteund door het Rijk, werk kunnen blijven maken van hun eigen gebiedsontwikkelingen. En als belangrijk onderdeel daarvan van hun onderliggende wegennetten. Daar is ook de rijksoverheid bij gebaat. Door het onderliggend wegennet op te waarderen, ontlast je immers het hoofdwegennet. Een net dat nog op te veel plaatsen overbelast is. Om dat te kunnen realiseren is het nood- zakelijk dat er naast een goede samenwerking tussen provincie en rijk ook krachtdadig in- gezet wordt op meer en betere samenwerking tussen de provincies onderling. Provinciale wegen houden immers niet op bij provinciale grenzen.
Om de visie te vertalen in concrete acties, moeten er nadere afspraken worden gemaakt over de fi nanciering van de noodzakelijke projecten. Duidelijk zal moeten worden wat het Rijk kan en wil bijdragen en wat de provincies betalen. Het is ook nodig dat de provincies gezamenlijk een uniforme aanpak formuleren die leidt tot meer eenvoud, verdere integra- tie en een hoger tempo met betrekking tot de ruimtelijke regelgeving en besluitvorming.
Ook Bouwend Nederland is zich er terdege van bewust dat er bezuinigd moet worden en dat het geld momenteel schaars is. Daarom is en blijft het nodig om naar creatieve alter- natieven te blijven zoeken. Naar onze mening zijn er goede kansen door de marktpartijen meer ruimte te bieden, waar het uitleggebieden betreft, door meer PPS light toe te passen en creatief te kijken naar de mogelijkheden die tolheffi ng biedt.
Elco Brinkman Voorzitter Bouwend Nederland
Nr.5 - 2011 OTAR OTAR Nr.5 - 2011 31
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48