search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
18


hen denkt? Dat onderzocht ik in mijn promotieonderzoek, door veteranen te interviewen en bijeenkomsten bij te wonen.


Al decennia worden veteranen bena- derd en beschreven als één groep door zowel beleidsmakers als journalisten. Maar lang niet iedereen herkent zich in het beeld van ‘de veteraan’. Wat bete- kent veteraan zijn voor veteranen zelf? Hoe belangrijk is het voor hen om als veteraan gezien te worden? Hoe laten ze zich zien in de maatschappij en hoe denken zij dat de maatschappij over


A


Over Yvon de Reuver Yvon de Reuver promoveerde in 2022 met haar proefschrift Veteran Under Construction, Identificatieprocessen onder Nederlandse veteranen die hebben gediend in militaire missies in Libanon, Srebrenica en Uruzgan. Ze was tot 2023 onderzoeker bij het Nederlands Veteraneninstituut, waar ze onder meer werkte aan verschillende projecten over de gezondheid en het welzij n van veteranen. In 2016 begon ze aan het promotieproject over de identificatieprocessen van veteranen en hun onderlinge relatie met waargenomen publie- ke percepties. Tegenwoordig is ze senior researcher bij Vilans, kennisorganisatie voor zorg en ondersteuning.


checkpoint


Kip-ei Wat speelt er mee in de keuze om je wel of niet als veteraan te laten zien? Ten eerste is dat de fase waarin je leven zich bevindt. In het onderzoek komt naar voren dat jongere veteranen zich (nog) niet zo actief bekendmaken als veteraan. Dat heeft te maken met verschillende dingen. Ten eerste zijn ze vaak druk met hun carrière en hun gezin, en houden ze niet veel tijd over om veel bezig te zijn met het ‘veteraan- schap’. Als ze er al iets mee doen, dan is het oude maten opzoeken. Zij hebben minder behoefte om hun verhaal te delen met de buitenwereld. Ze zeggen dat ze erkenning bij elkaar vinden en dat niet van anderen nodig hebben: ‘Die snappen het toch niet.’ ‘Niemand geeft er echt om.’ Maar ook: ‘Ik weet dat ik mijn werk goed gedaan heb, ik hoef daar geen extra pluim voor.’ Oudere veteranen die zich wel vaker uiten als veteraan doen dat deels om de erkenning te vinden die ze destijds niet kregen. Maar ze vinden het ook ‘gewoon leuk’. Zij zijn vaak in een levensfase waarin ze meer tijd hebben. Ze zijn bijvoorbeeld met pensioen of de kinderen zijn het huis uit. Jongere veteranen voelen zich vaak te jong om al mee te lopen in een defi lé. Zij associëren de term veteraan met een wat oudere man. Als ze dan eens een veteranencafé bezoeken, dan worden zij bevestigd in dat beeld: ‘Het was heel gezellig, maar toch veel oudere mensen, ik hoef daar niet nog eens te komen.’ Zo belanden we in een ‘catch 22’, een kip-eisituatie. Jongeren laten zich niet zien als veteraan omdat ze ve- teranen associëren met oude mensen, waardoor de veteraan die wel in beeld is inderdaad vaak ouder is dan vijftig.


Nergens last van Dezelfde catch 22 zie ik in de verbin- ding tussen het beeld van ‘de veteraan’ en psychische problematiek. Voor veteranen die psychisch lijden door hun missie is hun identiteit als veteraan belangrijk. Het helpt hen hun proble- men te begrijpen en doorbreekt hun sociale isolement. In gezelschap van andere veteranen realiseren zij zich dat ze niet alleen staan. Bovendien, als ze zich als veteraan presenteren, hoeven ze minder uit te leggen over hun problemen; anderen begrijpen hen sneller. Veteranen die geen problemen hebben overgehouden aan hun missie, zeggen soms liever niet dat ze veteraan zijn. Ze willen voorkomen dat anderen direct aannemen dat ze psychische pro- blemen hebben. Soms voelen ze zelfs de noodzaak om uit te leggen waarom ze ‘nergens last van hebben’.


Persoonlij ke groei Al jaren tonen publiekeopinieonder- zoeken dat Nederlanders veteranen vooral zien als moedig, trots en dapper; de percentages liggen rond de 90 procent. De associatie met psychische problemen is minder sterkt, maar scoort bij het publiek toch nog rond de 60 procent. Alleen, wanneer ik op feest- jes vertel over mijn onderzoek naar veteranen, dan reageert men zelden met bewondering voor hun dapperheid. Vaker zie ik bezorgde blikken en hoor ik opmerkingen als: ‘Die hebben vast veel problemen, nietwaar?’ Dit beeld wordt versterkt door series of fi lms, waarin veteranen vaak worden afge- beeld als getroebleerde mannen. Dit beeld laat ons de harde realiteit zien van oorlog en ontmoedigt idealisering ervan. Toch heeft dit ook een keerzijde; onderwerpen als persoonlijke groei door uitzendingen, het avontuur of de ervaren kameraadschap worden min- der belicht.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76