Uw mening brieven
Deel uw mening in de brievenrubriek. Mail de redactie:
checkpoint@mpg.today o.v.v. brieven. Of stuur uw brief naar Checkpoint, rubriek brieven, Postbus 862, 1180 AW, Amstelveen. De redactie behoudt zich het recht voor brieven te redigeren, in te korten of niet te plaatsen.
‘ Bendes in toom houden’
In de uitgave van mei 2018 vroeg u naar verhalen van oud-soldaten in Indonesië. Ik werd in 1947 opgeroe- pen als dienstplichtig soldaat. Na de opleiding in Weert ging ik in 1948 als sergeant met de Stoottroepen naar Indië, met de Sibajak naar Cheribon (Java). Eerst als chauffeur van een Bren Gun Carrier naar Madjalenka, een oude KNIL-kazerne. Al snel waren er geen onderdelen voor de carriers, dus moest ik patrouille lopen. De Tweede Politionele Actie was net begonnen. Omdat wij nog zo groen als gras waren, moesten wij in het achterland blijven om de bendes in toom te houden. Op mijn eerste patrouille als commandant namen we drie ploppers gevangen, ex-TNI (Tentara Nasional Indonesia; Indonesische Nationale Leger, red.). Ze waren leden van een bende die het leven van de lokale bevolking heel moeilijk maakte, maar omdat we geen handboeien of touwen hadden, wisten ze te ontsnappen. Na onze terugtrekking waren de boeren weer aan het werk en de bendes zwaar gekortwiekt. De boe- ren waren weer happy. Dat duurde niet lang, want de oproerkraaiers maakten een verschrikkelijk bloed- bad, vooral onder de Chinese kruide- niers! Later was het vooral de ‘Darul Islam’ (Indonesisch verzetsleger op streng islamitische grondslag dat streed tegen het Nederlandse én In- donesische leger, red.) die huishield. Deze islamfanatici waren mensen zonder scrupules. Als je door hen
gevangen werd genomen, moest je je laatste kogel voor jezelf bewaren. Ze waren nog erger dan de Jappen en dát zegt wat! Ik lees Checkpoint nog geregeld en de verhalen over Indonesië en Nieuw-Guinea zijn bij mij uiteraard favoriet. Ik heb veel geluk gehad: na de wapenstilstand zat ik in Ban- doeng in de bioscoop. Daar tikte een TNI-soldaat mij op de schouder en zei: ‘Ik had jou in het vizier van mijn geweer in Linggadjati, vier maanden geleden, maar ik schoot niet. ‘Hart- stikke bedankt, maat’, zei ik, in het Maleis natuurlijk. Want het klopte precies: datum en plaats! De daden van ons leger, vooral commando’s en parachutisten, vallen in het niet vergeleken met wat de Indonesische bevolking zichzelf aandeed: moord en doodslag van duizenden. Maar daar hoor je heel weinig over in de Nederlandse berichtgeving. Na mijn diensttijd ben ik geëmi- greerd naar Nieuw-Zeeland. Ik eindig hiermee.
Regards, TACO H. SYBRANDY Taranaki, New Zealand
‘ Zwarte bladzijde?’
Voor het eerst heb ik als Indië-veteraan op uitnodiging een ceremonie mogen meemaken in de Ridderzaal in Den Haag. Het programma dat ons werd voorgeschoteld was heel indrukwek- kend. De verhalen van Jeroen van Hoek, Roy Schuurman, Melody Klaver en Maartje van Spijker maakten grote indruk. Zij gaven de aanwezigen een indruk van wat het is om door je land uitgezonden te worden naar landen waar vrede zo broodnodig is. Ook de muzikale ondersteuning van deze verhalen werd erg gewaardeerd door iedereen. Toen ik daar zo zat in de Ridderzaal, naast mijn oudste dochter Rita, gingen mijn gedachten terug naar de tijd dat ik als dienstplichtig militair dienst deed met bijna 200.000 jonge jongens in de tropen. Meer dan 6200 jonge levens zijn in de jaren 1945-1950 achtergebleven in Indonesië. Toen ik daar zo over nadacht, vroeg ik mij af waarom deze grote groep uitgezonden jongens niet een podium kreeg in de verhalen die wij hier in de Ridderzaal hoorden. Waarom geen enkel woord daarover? Ik vind dit een grote gemiste kans. Dit waren dienstplichtigen, die afgescheept werden met een karig loontje van 30 gulden per maand, en die iedere dag in levensgevaar verkeerden. De generaties die nu uitgezonden worden zijn allemaal vrijwilliger. Ik denk ook aan de jongens die op de buitenposten in Indonesië met een kleine groep midden tussen de vijanden lagen en iedere dag werden beschoten. Contact met het thuisfront verliep moeilijk en post kwam op zeer ongeregelde tijden. Als je na jaren dienst in de tropen weer aankwam in Nederland, na vijf weken op een gammele boot te hebben gezeten, werd je in een oude rammelende bus naar huis gebracht.
65
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76