Tussen juni 1998 en juni 2001 namen ruim 600 Nederlandse militairen deel aan United Nations Peacekeeping Force in Cyprus (UNFICYP). Een van hen was Jeroen Willems (37), die in 2000 was ingedeeld bij de Mobile Force Reserve (MFR). ‘Ik zat bij de pantserluchtdoelartillerie, maar met luchtverdediging had deze missie niets te maken. We waren omgeschoold tot lichte infanterie en speelden vooral politieagent tussen de Grieken en Turken. Als er bijvoorbeeld ergens een demonstratie plaatsvond, gingen we eropaf en zochten een positie uit het zicht van de mensen. We kwamen pas tevoorschijn als het uit de hand dreigde te lopen. Ik vond het een interessante tijd. Mooi dat je meedoet aan iets dat groter is dan jezelf. In de media vond je maar weinig terug over deze missie. Het ging toen meer over onze inzet in Bosnië. Er zou best meer aandacht mogen zijn voor de vele kleine internationale missies. Vooral omdat je daarmee de samenleving kunt laten zien wat er nog meer in de wereld speelt. Overigens ben ik mijn eigen missie in zekere zin ook ‘vergeten’. In een sollici- tatiegesprek vertelde ik er nonchalant over. Degene tegenover mij werd daar bijna boos om. Hij vond het heel speciaal wat ik had gedaan. Ik sta er zelf niet vaak genoeg bij stil dat de inzet van militairen bijzonder is en niet voor iedereen weggelegd.’