HOOFDARTIKEL ECOSYSTEEMDIENSTEN MET GRASLAND
zijn om groene diensten te leveren’, zegt Van den Pol, die ervan overtuigd is dat belonen beter werkt dan straffen. Verandering afdwingen via wetgeving is niet effectief.
‘Willingness to pay’ Het ontbreekt boeren op dit moment aan perspectief om serieus door te pakken met groene diensten, vindt ook Hens Runhaar. Als buitengewoon hoogleraar aan de leer- stoelgroep Beheer van biodiversiteit in agrarisch cultuur- landschap maakte hij die analyse aan de Wageningen Universiteit. ‘Het belangrijkste knelpunt is dat een boer er nu op toelegt als hij later gaat maaien. Het kost hem opbrengst waar geen beloning tegenover staat.’ Er be- staan wel beheerspakketten voor agrarisch natuurbeheer, maar dat is nog maar 5 procent van het totale areaal. ‘Peanuts’, kwalificeert Runhaar. ‘Als je een beloningssys- teem hebt waarin biodiversiteit en koolstofvastlegging echt geld opleveren, prikkel je het ondernemerschap.’ Zijn collega Nico Polman doet onderzoek naar belonings- systemen voor groene en blauwe diensten. Een model dat grootschalig toepasbaar is voor het belonen van groene diensten, bestaat nog niet. Polman: ‘Er bestaan op dit moment wel innovatieve voorbeelden. Met de weidepre- mie is het gelukt om het aantal weidende koeien te sti- muleren. En de biodiversiteitsmonitor levert bij bepaalde prestaties een rentekorting en is onderdeel van de Planet Proof-melk die FrieslandCampina vermarkt.’ Maar wat is meer biodiversiteit waard? De modellen daarvoor werken volgens het principe ‘willingness to pay’: tot welk bedrag zijn consumenten bereid extra te betalen voor een pro- duct met toegevoegde waarde? Uiteindelijk moet de belo- ning voor groene diensten volgens Polman uit een combi- natie komen van initiatieven uit de markt en een stevig verdienmodel vanuit de overheid. ‘De vraag is echter hoe je dat opschaalt’, schetst Polman de uitdaging.
Graslandconvenant
Het grootschalig belonen van groene diensten is nog een zoektocht, beaamt Kees Jaap Hin. Zijn adviesorgaan Hinsa regisseert programma’s op het snijvlak van sa- menleving en landbouw. ‘De vraag is hoe we die niches waar groene diensten nu al beloond worden, vertalen naar de grote massa. Dat is een kwestie van experimen- teren en je niet blindstaren op één instrument. Het is een zoektocht naar een nieuwe verhouding tussen maat- schappij, boeren en de voedingsmiddelenbranche.’ Samenwerking is volgens Hin een voorwaarde. Alle stakeholders moeten aan tafel, niet alleen LTO en LNV, ook BoerenNatuur, de zuivelketen en andere belangheb- bende partijen. Uiteindelijk zou die samenwerking, net als bij het stimuleren van weidegang, kunnen uitmon- den in een convenant, een graslandconvenant, waar iedereen zich aan committeert.
De regie voor zo’n samenwerking ligt op dit moment bij de Duurzame Zuivelketen. Wil Meulenbroeks, voorzitter van de LTO-vakgroep melkveehouderij, bevestigt dat er meer partijen nodig zijn om het verdienmodel grootscha- lig rond te krijgen: provincies, waterschappen, NGO’s, et cetera. ‘Dat lijkt ingewikkeld met die veelheid aan belan- gen, anderzijds is het ook een kans, omdat iedereen het belang van groene diensten erkent.’ Meulenbroeks zegt
Een bloemenmengsel langs de akkerrand draagt bij aan de biodiversiteit
6 veeteeltGRAS MAART 2021
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52