search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
‘Grasland gaat allang niet meer alleen over kwaliteit en productie’


Biodiversiteit, broeikasgasemissie en stikstofuitspoeling zijn hoofdbrekers voor veehouders in Nederland, maar ook in Nieuw-Zeeland, vertelt Ina Pinxterhuis van DairyNZ. ‘Het begint bij economie. Bedrijven moeten kunnen blijven voortbestaan en daar zijn ook in Nieuw-Zeeland zorgen over.’ TEKST ALICE BOOIJ


D


at Ina Pinxterhuis naar Nieuw- Zee- land zou verhuizen, was voor haar omgeving geen verrassing. ‘Mijn vader praatte vaak over Nieuw-Zeeland’, vertelt ze. In de jaren vijftig trokken veel boeren de grens over, zo ook een aantal ne- ven Pinxterhuis. ‘Van huis uit kreeg ik het mee en natuurseries over Nieuw-Zeeland vond ik altijd geweldig. Dat wilde ik zelf ook zien.’


Als dochter van een landbouwmedewerker uit een familie met gemengde bedrijven in Drenthe ging ze naar de Wageningen Universiteit om graslandkunde te studeren. ‘Koeien en grasland interesseerden me, vooral de natuurlijke manier van boeren. Wageningen was een logische keuze’, ver- telt ze over haar studietijd. Er werd meteen duidelijk waar ze naartoe zou gaan voor haar promotieonderzoek: Nieuw-Zeeland.


Maximum aan stikstof


Zo deed ze begin jaren negentig onderzoek naar klaver, stikstofbinding en het gebruik van kunstmest in Nieuw-Zeeland. ‘Kunst- mest was heel duur om te importeren, maar melkveehouders zagen er wel wat in om de graslandproductie te verhogen. De vraag was hoe ze het klaveraandeel in het grasland konden behouden’, omschrijft ze. ‘Aan het einde van het onderzoek, eind 1994, ging ik naar huis om mijn proef- schrift te schrijven. Toen waren er boeren die al boven de 200 kilo stikstof per hectare zaten. In Nieuw-Zeeland was een kunst- mestfabriek gebouwd en daarmee werden


de kosten voor kunstmest lager. Vanaf het komende seizoen – per 1 juli 2021 – mo- gen de Nieuw-Zeelandse boeren nog maar maximaal 190 kilo stikstof per hectare uit kunstmest gebruiken. ‘We hebben met melkveehouders al langere tijd gewerkt aan opties om het stikstofgebruik te ver- lagen, zonder verlies van productie of in- komen.’


Onderzoek samen met boeren Terug in Nederland werkte ze voor het Praktijkonderzoek rundvee, schapen en paarden, zoals de voorloper van Wagenin- gen UR Livestock Science heette. Daar kwam haar focus op de biologische land- bouw te liggen, was ze nauw betrokken bij het omschakelen van gangbaar naar biolo- gisch op proefbedrijf Aver Heino en het Bioveem-project. ‘Toen leerde ik hoe leuk en belangrijk het is om boeren te betrekken in het onderzoek. Hoe leren boeren en hoe leren onderzoekers met boeren? Dat is nog steeds mijn passie’, vertelt Pinxterhuis, die aangeeft veel respect te hebben voor biolo- gische boeren. ‘Het vraagt meer vakman- schap, want je kunt niet ingrijpen als het fout gaat. Het stimuleren en ondersteunen van natuurlijke processen en daar als land- bouw gebruik van maken wordt steeds actueler.’


Ondertussen bleef Nieuw-Zeeland trekken. Elke drie tot vier jaar ging ze terug, met haar Nieuw-Zeelandse echtgenoot. Het was een kwestie van tijd totdat ze gevraagd werd onderzoek te gaan doen bij DairyNZ.


Dat deed ze graag. In 2011 emigreerde ze met haar gezin naar het Zuidereiland. Bijna 19.000 kilometer zuidelijker en 24 uur vlie- gen. En toch dezelfde uitdagingen in de sector, zo zou blijken.


Het was de tijd dat de melkveehouderij in Nieuw-Zeeland hard groeide. ‘De basis bleef een seizoenskalvende veestapel. Vooral in het zuiden kwamen er her en der overkap- pingen voor de droge koeien in de winter. Want een hele winter op grasland of voe- dergewas bijvoeren is een aanslag op het milieu met zoveel koeien bij elkaar, dat is een hotspot’, zo omschrijft ze haar onder- zoek de eerste jaren.


Voederbieten en brassicas Winterbegrazingssystemen met voederbie- ten – ‘die trekken de koeien zelf wel uit de grond’– en brassicas – een koolsoort – of houtsnippers in het land riepen vragen op over dierenwelzijn en stikstofuitspoeling. ‘Zo kwamen er simpele stallen, met com- post of met ligboxen.’ En dat nodigde ook uit om de koeien in de productieperiode bij te gaan voeren en zo meer melk per koe te halen. ‘We zagen op die bedrijven een in- tensivering optreden en daarmee ook ho- gere vaste kosten’, signaleert Pinxterhuis, die dit gegeven doortrekt naar financiële uitkomsten en dus ook naar Nederland. ‘Een hybride systeem is misschien de beste oplossing voor milieu en economie: tijdens natte perioden en twee maanden in de win- ter op stal en voor de rest zo veel mogelijk de voordelen van de grasgroei en de weide-


veeteeltGRAS MAART 2021 15


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52