Loonbedrijf halveert gebruik van glyfosaat
Theo Heebing gebruikt met zijn loonbedrijf de helft van de hoeveelheid glyfosaat sinds hij vijf jaar geleden actief op zoek ging naar alternatieven. In zijn werktuigloods staan geen innovatieve snufes die baanbrekende resultaten boeken. Nee, de kopeg, de frees en de schijvencultivator zijn gangbare machi- nes. De belangrijkste aanleiding om het ge- bruik van glyfosaat te beperken is de reactie van de omgeving. ‘Hier in De Lutte liggen we in een regio met veel recreatie. Als toeristen een veldspuit zien werken, denken ze al snel “daar heb je die boer weer met die rotspuit”. Ze hebben er een vreselijke hekel aan. We vroegen ons met elkaar af of we dat wel moe- ten willen.’
Het alternatief voor glyfosaat bij graslandver- nieuwing is een mechanische grondbewer- king. De ervaring leert dat de grondsoort en het weer veel invloed hebben op de afwe- ging welke machine geschikt is. ‘Op zware klei is frezen niet verstandig, omdat het kan leiden tot structuurbederf’, stelt Heebing. Zit er veel kweek in het perceel, dan is glyfo- saat nog wel de meest aangewezen manier om de oude grasmat te vernietigen. ‘Als je kweek bestrijdt zonder glyfosaat, is de kans groot dat de kweek snel weer terug is. De wortelstokken van dit gras zorgen voor een hardnekkige verspreiding.’ Volgens Heebing bestaat er nog geen alternatief bestrijdings- middel tegen kweek.
perken als je grasland gaat vernieuwen, dan is het de vraag hoe hoog het aandeel kweek in het perceel is. Op gronden met een goede waterhuishouding ligt de norm voor herinzaai op 20 procent kweek (verspreid) en 10 procent (in haarden). Van Eekeren: ‘Als er geen kweek staat, is glyfosaat overbodig, dan zijn er ook andere methoden beschikbaar. In de schoolboeken leren we om bij een x percentage slechte grassen de grasmat te vernieuwen, maar er zijn meer slechte grassen dan kweek.’
Kweek voorkomen Het beperken van glyfosaat start idealiter al met het voorkomen van graslandvernieuwing. Dat wil zeggen: het goed onderhouden van grasland, het monitoren van onkruiden in grasland en het zo no- dig doorzaaien van grasland. Van Eekeren: ‘Wil je kweek voorkomen, zorg dan voor een dichte zode. Standweiden is een bekend beweidingssysteem waar- bij kweek geen kans heeft. Kweek krijgt wel een kans bij droogte. Beregenen is dus in droge zomers belang- rijk om kweek te voorkomen.’
Boeren die hun grasmat doorzaaien, doen er ver- standig aan om goed na te denken over de keuze van grasrassen. ‘Denk na over het organiseren van ondergrondse en bovengrondse concurrentie voor kweek. In de jaren tachtig is er onderzoek gedaan naar de ondergrondse competitie tussen kweek en rassen Engels raaigras. Engels raaigras met een in- tensievere beworteling verminderde kweek. Deze kennis kunnen we beter benutten’, stelt Van Eeke- ren. Hij ziet voor bedrijven die mais of andere voe- dergewassen telen in vruchtwisseling een passende manier om glyfosaat te reduceren. Valt er voor gangbare boeren iets te leren van de bio- logische landbouw? Van Eekeren refereert aan de Kvik-up-machine, een Deense machine die de wortel- stokken van kweek boven op de grond legt, waardoor ze in de zomer verdrogen. ‘Maar ideaal is het niet, want je verkruimelt de bodem heel sterk, waardoor veel organische stof afbreekt.’ l
veeteeltGRAS MAART 2021 51
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52