Leo Tjoonk:
‘In veel biodiversiteitsprojecten speelt grasland een hoofdrol. Duurzaam graslandbeheer is een krachtige motor voor meer biodiversiteit’
Agrifi rm, is dat maar ten dele het geval. ‘Aanpassingen in de bedrij fsvoering die de ammoniakemissie en stikstofbo- demoverschot verlagen, dragen bij voorbeeld ook bij aan het herstel van biodiversiteit. Net als maatregelen voor het verhogen van het percentage eiwit van eigen land en de instandhouding van blij vend grasland’, legt hij uit. ‘Zo kan meer biodiversiteit, als verborgen productiefactor, ook bij - dragen aan een stabieler bedrij fsresultaat’, constateert hij .
Verdienmodel basis Voor een effectief herstel van biodiversiteit is echter meer nodig dan het beperken van mineralenverliezen. Denk aan het inzaaien van akkerranden, de aanleg van landschapsele- menten of het uitstellen van maaidata. De ondertekenaars van het convenant realiseren zich goed dat dit niet gaat gebeuren zonder een goed verdienmodel voor boeren. ‘Biodiversiteit is een algemeen maatschappelij k belang en melkveehouders zullen dan ook beloond moeten worden voor hun inspanningen’, benadrukt Tij ssens de inzet van Agrifi rm. ‘Een deel van deze beloning kan lopen via het melkgeld, zoals een plus op de melkprij s voor marktconcep- ten als PlanetProof van FrieslandCampina en Beter voor Koe, Natuur en Boer van A-ware en AH. Anderzij ds werkt de Rabobank aan een systeem van rentekortingen en denken waterschappen na over kortingen op de waterschapslasten voor boeren die zich inspannen voor biodiversiteit. Ook ecoregelingen in het toekomstige Europese GLB bieden mo- gelij k kansen’, geeft de Agrifi rm-directeur een aantal con- crete voorbeelden. ‘Met deze stapeling van beloning wordt werken aan biodiversiteit voor melkveehouders ook fi nanci- eel de moeite waard’, verwacht hij .
Grasland in hoofdrol De ondertekening van het convenant biodiversiteitsherstel is voor Agrifi rm dan ook meer dan een pr-actie. Zo inves- teert de coöperatie in de ontwikkeling van kennis, waarmee buitendienstmedewerkers veehouders kunnen ondersteu- nen. Daarom is de coöperatie ook actief betrokken in di- verse onderzoeks- en pilotprojecten. ‘Met de kennis die we hierin opdoen, kunnen alle boeren hun voordeel doen’, geeft Leo Tjoonk aan. ‘Zo heeft onderzoek naar alternatie- ven voor glyfosaat geleerd dat het in veel gevallen goed mo- gelij k is om groenbemesters te vernietigen zonder de inzet van dit middel’, geeft hij als voorbeeld.
Ruud Tijssens:
‘Biodiversiteit is ook een verborgen productiefactor. Denk maar eens aan het belang van een divers bodemleven’
veeteeltGRAS MAART 2021 33
‘In veel van de biodiversiteitsprojecten speelt grasland een hoofdrol’, constateert Tjoonk. ‘Duurzaam grasland- beheer is een motor voor biodiversiteit’, stelt hij . ‘Kij k bij voorbeeld maar eens naar de Biodiversiteitsmonitor Melkveehouderij . Deze wordt breed geaccepteerd als in- strument om de inspanningen van melkveehouders op het gebied van biodiversiteit objectief vast te stellen en bevat diverse indicatoren die te maken hebben met gras- landbeheer. Denk aan het percentage eiwit van eigen land, het percentage blij vend grasland, het aandeel land met een beheerscontract en het percentage kruidenrij k grasland’, geeft de specialist aan.
Nieuwsgierigheid naar kruiden Tjoonk ziet een toenemende nieuwsgierigheid naar een concrete invulling van het thema biodiversiteit. Met name de interesse in kruidenrij k grasland neemt onder melkvee- houders snel toe. ‘ Agrifi rm heeft daarom diverse zaadmeng- sels ontwikkeld met een diversiteit aan grassen en kruiden. Hiermee kunnen veehouders altij d een keuze maken die past bij hun bedrij fsvoering en grondsoort’, vertelt hij . ‘Zo heeft het zaaien van klaver op veengrond weinig zin en handhaaft het ene kruid zich op droogtegevoelige zand- grond veel beter dan het andere.’
Overigens is het inzaaien van kruiden in grasland volgens Tjoonk niet vanzelf een garantie voor meer biodiversiteit. ‘Het beheer van kruidenrij k grasland speelt hierbij een be- langrij ke rol’, constateert hij . De teeltspecialist doelt niet alleen op de bemesting, maar bij voorbeeld ook op een aan- gepast maaibeheer. ‘Veel kruiden zij n één- of tweejarig. Om deze te behouden is het noodzakelij k dat ze minimaal één keer per jaar de kans krij gen om zaad te vormen. En dat is weer goed voor de ontwikkeling van insectenpopulaties. Dit vraagt een aangepast maaibeheer, wat weer leidt tot een andere kwaliteit ruwvoer, die zal moeten worden ingepast in de bedrij fsvoering.’ ‘Zeker,’ stelt Tij ssens vast. ‘We kunnen en moeten nog veel leren over maatregelen die biodiversiteit bevorderen. Agri- fi rm wil deze zoektocht graag samen met melkveehouders uitvoeren en hen helpen dit te vertalen in een verdienmo- del’, motiveert hij de inzet van de coöperatie. ‘Biodiversiteit verdwij nt voorlopig niet van de maatschappelij ke agenda’, denkt ook Tjoonk. ‘Melkveehouders die hier actief op inspe- len kunnen er zelf een passende invulling aan geven.’ l
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52