search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
GRASNIEUWS


Geen verschil bij doorzaaien in voor- of najaar met kruidenrijke mengsels op kleigrond


Na één groeiseizoen is er geen verschil in de botanische samenstelling van de grasmat tussen percelen die in het voorjaar (begin april) of in het najaar (begin september) zijn doorge- zaaid met kruidenmengsels.


Dat is de conclusie van Aeres Hogeschool Dronten, die samen met grasveredelaar Baren- brug en mechanisatiebedrijf Landkracht een doorzaaiproef op kleigrond uitvoerde bij Aeres Farms in Dronten.


‘De directe opkomst was in het najaar wel signi- ficant hoger, maar na een grasseizoen zagen we die verschillen niet meer’, zo duidt Leanne Bastiaansen, onderzoeker en docent grasland en beweiding bij Aeres Hogeschool. ‘Een be- langrijke voorwaarde is dat in het voorjaar de bodemtemperatuur bij het doorzaaien hoger moet zijn dan 12 graden en dat er voldoende


Klaver doorzaaien lukt doorgaans goed


vocht beschikbaar moet zijn, zodat de kruiden meteen gaan kiemen. Dan kunnen ze tijdig de concurrentie aan met het bestaande gras.’ Naast het verschil in zaaimoment werden ook drie doorzaaitechnieken onderzocht. ‘Zaai- diepte en de losheid van de bodem zijn voor sommige kruiden noodzakelijk voor een goede opkomst’, aldus Bastiaansen.


Doorzaaien van witte en rode klaver lukte bij zowel een schijvenmachine als via frezen in stroken of ondiep frezen over het algemeen goed. Daarentegen kwamen de cichorei en weegbree vooral op wanneer de grond dieper dan normaal (10 centimeter) was losgefreesd. ‘Dat heeft waarschijnlijk te maken met de penwortel die deze kruiden hebben, waarvoor een losse bodem wenselijk is.’


Na één groeiseizoen lag de bedekkingsgraad van de kruiden in proefpercelen tussen de 25 en 30 procent.


Honderd procent weidemelk voor Henri Willig


Alle melk die kaasmaker Henri Willig ver- werkt, is afomstig van koeien die buiten grazen. Daarmee is Henri Willig de enige kaasmakerij die lid is van de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) die honderd procent weidemelk verwerkt. ‘Voor ons is


weidegang vanzelfsprekend, het past goed bij hoe wij willen omgaan met de koe, de na- tuur en de omgeving’, aldus Jantien Huitema, marketingmanager bij Henri Willig. Er leveren 32 melkveebedrijven jaarlijks ruim 20 miljoen kg koemelk aan Henri Willig. Gemiddeld, dus


van zowel de biologisch(-dynamische) bedrijven als de gangbare bedrijven, liepen de koeien afgelopen jaar 202 dagen, goed voor 2978 uur, buiten. Jaarlijks maakt Henri Willig 7 miljoen kg kaas van zeven melk- soorten (ook geiten en schapenkaas).


Gaten boren in het veen om bodemconditie te verbeteren


Zes boeren in het Friese Veenweidegebied werken samen met onderzoekers om de bodemconditie op een hoger plan te bren- gen. ‘Storende lagen in de bodem alsook uitdroging zorgen voor wisselende grasop-


brengsten in veenweidegebieden’, zo legt Nyncke Hoekstra uit. Hoekstra is als onder- zoeker van het Louis Bolk Instituut betrokken bij het Integraal Bodemproject Feangreide. ‘Zo hebben we afgelopen najaar in een klein


Gaten van 60 cm diep en 10 cm doorsnede doorbreken de spalterveenlaag


proefveld gaten geboord, om de storende spalterveenlaag te doorbreken. Dat is een dichte, viltachtig veenlaag. Die laag heeft invloed op de worteldiepte, de waterafvoer in natte perioden, maar ook op de wateraanvoer van onderuit in droge perioden.’ Bij de proef zijn gaten van 10 cm doorsnede en 60 cm diep gemaakt die vervolgens zijn gevuld met verschillende zandmengsels voor een goede drainage. ‘We gaan kijken wat de gevolgen zijn voor het bodemvochtgehalte en het waterpeil’, aldus Hoekstra. In het driejarig project wordt ook gekeken naar oplossingen voor bodemhydrofobie, een eigenschap dat na lange droogte de veenbodem waterafsto- tend is geworden. ‘We onderzoeken hierbij onder meer of het toevoegen van klei, bekal- ken of zeepsop effect heeft. Maar ook of we het moment waarop de grond waterafstotend wordt, beter kunnen voorspellen, zodat op tijd actie kan worden ondernomen.’


veeteeltGRAS MAART 2021 49


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52