GEK MET GRAS VAN DER SCHOOT
Jan Rinze van der Schoot (56) is als het ware de examinator van nieuwe grasrassen. Hij werkt al dertig jaar bij Wageningen University & Research, waar hij zich onder andere bezighoudt met het onaf ankelijk onderzoek van nieuwe grasrassen voor de rassenlijst.
‘Het eindexamen voor nieuwe grasrassen’
TEKST GRIETJE DE VRIES
‘Eigenlijk is het vooral toeval dat ik in het grasonderzoek terecht ben gekomen, maar inmiddels doe ik het al dertig jaar met plezier. Ik begon met onderzoek naar gras voor gazons en sportvelden en sinds 2013 doe ik ook het onaf ankelijk onderzoek naar voedergrassen. De over- eenkomst is dat zowel voor sportvelden als voor grasland vooral Engels raaigras wordt gebruikt. En in beide gevallen moet het gras fl ink wat doorstaan, of het nou noppenschoenen op een sportveld zijn of koeien- poten in de wei. Het grootste verschil is dat we bij voedergras kijken naar de opbrengst van het ras.’
Lege plekken noteren ‘We testen nieuwe rassen gedurende vier jaar onder praktijkomstandig- heden. Op twee plaatsen in Nederland hebben we bij een melkveehou- der een perceel ingericht met proefvelden, waar we de prestatie van de grasrassen bijhouden voor zowel maaien als beweiding. We meten de opbrengst van de rassen met de Haldrup, een speciale maaimachine die de opbrengst meet.’ ‘We kijken daarnaast hoe goed de rassen bestand zijn tegen bladschim- mels als kroonroest en bladvlekkenziekte en hoe de bezetting van het gras is. Sommige rassen houden het niet goed vol, waardoor een deel van de planten afsterft. Dan krijg je dus lege plekken in het veldje. Dat is dan ook een van de onderdelen waar ik op scoor als ik langs de proef- velden loop. Als een ras op alle onderdelen goed scoort, heeft het een plaats verdiend op de offi ciële rassenlijst.’
Extreem weer als ultieme test
‘Mijn vrouw is juf en op een bepaalde manier is dat wel vergelijkbaar met wat ik doe. Alleen heb ik geen kinderen in de klas, maar de nieuwe grasrassen. De kindjes van de kwekers. En ze willen allemaal dat hun grasrassen het goed gaan doen en een goed eindcijfer krijgen op hun rapport. Zij hebben ze ontwikkeld en ik neem vervolgens het eindexa- men af. Ik gun het de kwekers van harte dat hun nieuw ontwikkelde ras het goed doet. Ik kan dan ook echt blij worden als ik langs de proef- veldjes loop en zie dat één ras bijvoorbeeld ontzettend goed groeit.’ ‘Voor het onderzoek zie ik graag extreme weersomstandigheden. Hoe meer de rassen voor de kiezen krijgen, hoe uitgebreider het rapport. Daarom baal ik ook een klein beetje dat er dit jaar eerst een laag sneeuw viel, die het gras beschermde tegen de vorst die daarna volg- de. Het was mooi geweest om te zien hoe de verschillende rassen met die kou waren omgegaan.’
Boven: Jan Rinze van der Schoot bekijkt alle proefvelden van de praktijkproef en beoordeelt de nieuwe grasrassen
Onder links: Van der Schoot geeft per proefveld cijfers voor onder andere de bezetting van het veld en de groeikracht
Onder midden: In de praktijkproef komen de grassen van alles tegen, zo is op dit veldje sprake van muizenschade
Onder rechts: De nieuwe grasrassen worden ook gescoord op bladschimmels als kroonroest en bladvlekkenziekte
46 veeteeltGRAS MAART 2021
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52