daarvoor nodig? ‘Het voerspoor levert de meeste winst op, daar ligt nu het accent’, vertelt Erik Luiten, voorzit- ter van Agractie. Tussen de 3 en 6 kiloton ammoniak- emissie valt met deze maatregel te reduceren. Daarvoor moet het ruweiwitgehalte in het totale rantsoen omlaag van 167 gram per kilo droge stof (2018) naar gemiddeld 160 gram ruw eiwit. Met 125 uur extra weidegang valt tussen de 0,2 en 0,5 kiloton emissie te besparen. Voor het bijmengen van water door de mest is dat tussen de 1 en 2 kiloton, afhankelijk van de intensiteit van het bedrijf. Intensieve bedrijven bereiken relatief gezien meer reductie via het nemen van maatregelen in de stal, extensieve bedrijven bemesten meer oppervlak en halen daardoor meer reductie met maatregelen tijdens het uitrijden van mest.
‘In het veenweidegebied met een hoog aandeel gras in het rantsoen is via het voerspoor mogelijk lastiger reductie te behalen dan op de zandgronden’, denkt Luiten. ‘In het veenweidegebied is oppervlaktewater vaak goed beschikbaar en is het voor bedrijven met een grote huiskavel aantrekkelijk om emissie te reduceren via het bijmengen van water door de mest. Daarom heeft een keuzemodel onze voorkeur, waarin boeren zelf kun- nen kiezen welke maatregel op hun bedrijf het meest effectief is.’
Groene dienst aan de maatschappij Het terugdringen van emissie mag niet kostprijsverho- gend werken. Dat is voor de sectorpartijen een belang- rijke voorwaarde om mee te werken. Het voordeel van een keuzemodel is dat boeren op bedrijfsniveau beloond kunnen worden voor hun inspanningen. Het terugdrin- gen van emissie zien de sectorpartijen als een groene dienst aan de maatschappij, waar een beloning tegen- over mag staan. ‘We zijn als sector niet onwelwillend, iedereen moet bijdragen. Maar als we bewegen, dan moet dat netto niet leiden tot minder inkomen en moe- ten er een aantal kwesties worden opgelost. Op de eerste plaats zijn dat de PAS-melders en de bedrijven zonder vergunning’, zegt Wil Meulenbroeks, vakgroepvoorzitter melkveehouderij bij LTO.
Hij hamert erop dat de gewonnen ruimte door het ne- men van maatregelen deels moet terugvloeien naar de sector. Bijvoorbeeld naar jonge boeren die een bedrijf
willen overnemen, maar van de bank geen financiering krijgen omdat de NB-vergunning ontbreekt. Maar ook naar de PAS-melders, die nu feitelijk vogelvrij zijn, om- dat de minister hun locaties openbaar moet maken. ‘In het ergste geval kan dat leiden tot handhaving en daar moet wel iets aan gebeuren’, stelt Meulenbroeks. Het nadeel van een keuzemodel – ook wel omschreven als cafetariamodel – is de ingewikkelde borging van gereduceerde stikstof. Terwijl juist die borging voor het ministerie cruciaal is, nadat de Raad van State de PAS- regeling terugfloot. NMV pleit voor het meten van emis- sies. ‘Meten is betrouwbaarder dan de KringloopWijzer, de beschikbare technieken hiervoor zijn steeds beter. Meten toont de werkelijke emissie aan. In de winter is de emissie bijvoorbeeld behoorlijk lager, daar houd je met een fysieke meting rekening mee’, zegt NMV-voor- zitter Harm Wiegersma.
Voorrang aan sectordoelen
Hij wil er maar mee aangeven dat een wetgeving die op ‘drijfzand’ is gebaseerd, zijn doel voorbijschiet. Ook de commissie-Hordijk, die onderzoek deed naar de betrouw- baarheid van het Aerius-model, legde de vinger op die zere plek. Het model is niet geschikt voor het beoorde- len van depositie door één bedrijf. De ingewikkelde (en vaak dure) borging van een bedrijfs- specifieke prestatie heeft ertoe geleid dat de onderhan- delaars aan de gesprekstafels prioriteit geven aan sector- doelen. Dat is minder ingewikkeld en geeft de ruimte aan de individuele ondernemer om te kijken wat bij zijn of haar bedrijf past, vertelt NAJK-bestuurder Marije Kle- ver. ‘Daarmee zetten we kleinere stapjes, maar verlagen we wel de nationale stikstofdeken en laten we als sector zien dat we vanuit onze diversiteit in beweging willen komen. Dat kan via meer uren weidegang, maar ook door het optimaliseren van eiwit in het rantsoen.’ De verwachting is op deze wijze 10 tot 20 procent emissie te reduceren, waardoor uitkoop van bedrijven en investe- ren in dure stalaanpassingen niet nodig zijn. Klever benadrukt net als Meulenbroeks dat het wissel- geld voor deze bijdrage klip en klaar is: een oplossing voor de problematiek rondom PAS-melders en knelgeval- len. Bovendien moet de bedrijfsspecifieke afslag in beeld blijven als definitieve oplossing voor het stikstofdossier.
veeteeltGRAS MAART 2021 21
Het voerspoor levert de meeste stikstofreductie, met eiwitarmer voeren daalt de ammoniakemissie tussen de 3 en 6 kiloton
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52