wetenschapsagenda en ik krijg de indruk dat de meeste partijen daar goed mee uit de voeten kunnen. We scoren daar als land ook best goed mee, als je kijkt naar allerlei indicatoren. Je ziet overigens dat het top- sectorenbeleid, in tegenstelling tot de bena- dering in de beginfase, zich nu wat minder exclusief op sectoren en meer expliciet richt op wat we de ‘grand challenges’ van deze eeuw noemen: het klimaatprobleem, de vergrijzing, de energietransitie, voedsel en water voor iedereen, enzovoorts.” Ook het technologiepact is volgens Dank- baar een goed voorbeeld van de rol van politiek in de industrie. “Dat werpt inmid- dels zijn vruchten af. Je ziet nu vooral in de hogere opleidingen een kentering ontstaan waarin er vaker voor techniek wordt geko- zen. Wat mij betreft mag er in het MBO ook een sterker accent op die technische op- leidingen komen. De industrie is overigens niet langer de enige sector die behoefte heeft aan technisch personeel. Ook de dienstverlening heeft technische mensen nodig. Er is steeds meer techniek nodig om dienstverlening voor een acceptabel tarief te kunnen laten plaatsvinden. Een flink deel van de afgestudeerden van een technische opleiding zal dus nooit in de industrie aan het werk gaan. Het blijft ove- rigens een uitdaging voor de industrie om uitdagend werk te bieden aan instromers. Ik denk namelijk dat niet zozeer het imago van de vieze handen en de blauwe overal de industrie parten speelt, maar eerder het imago van eentonig werk en traditionele arbeidsverhoudingen. Dat is iets waar je als werkgever goed over na moet denken.”
Xenofoob Laten we eens vooruitblikken op de verkie- zingen. Ook al is het een beetje koffiedik kijken, toch is het interessant om wat scena- rio’s de revue te laten passeren. Wat zou er bijvoorbeeld gebeuren als we een PVV- regering krijgen? Dankbaar: “Er zijn maar weinig uitingen van de PVV over het econo- misch beleid en al helemaal niet over het
Wat ik wél durf te voorspellen is dat
er weinig mensen uit de industrie blij
zouden zijn met de PVV in de regering
8 | nummer 1 | 2017
industriebeleid. Wat ik wél durf te voorspel- len is dat er weinig mensen uit de industrie blij zouden zijn met de PVV in de regering, simpelweg omdat de PVV weinig interna- tionaal georiënteerd is. Dat is natuurlijk problematisch, omdat zowel kleine als grote Nederlandse bedrijven internationaal actief zijn. Die hebben geen baat bij een xenofobe regering. Om die reden kan Rutte ook vrij gemakkelijk zeggen dat een coalitie met de PVV is uitgesloten, omdat zijn achterban, het bedrijfsleven, daar ook niets in ziet.” Wat zou de uitkomst zijn van andere moge- lijke combinaties van partijen? “Ik denk dat, los van de uitkomst van de verkiezingen, er toch vooral sprake van continuïteit zal zijn in het industriebeleid. Het CDA heeft bijvoorbeeld het topsectorenbeleid op de kaart gezet, dus die affiniteit is duidelijk. D66 heeft vanouds ook een link met innovatie, dat was al zo met Jan Terlouw. Ik denk dat D66 nog sterker zou inzetten op het tech- niekpact, om het onderwijs echt goed op de rails te krijgen. Rinnooy-Kan heeft ook in dit soort processen meegedraaid.” Laten we het dan omdraaien: in welke situa- tie zou er wel discontinuïteit ontstaan?”Nou,” lacht Dankbaar, “iedereen is eigenlijk best te- vreden met het beleid van economische za- ken met betrekking tot de industrie. Een van de kritiekpunten zou wel kunnen zijn dat er bijna negentig procent van het overheids- geld naar generiek beleid en slechts tien procent naar gericht beleid gaat. Partijen aan de linkerkant van het spectrum zouden die verhouding misschien wat rechter wil- len trekken. Bij gericht beleid wordt er een specifiek probleem aangepakt, dus schoon water, noem maar op. Bij generiek beleid zie je dat ieder bedrijf dat in onderzoek en ont- wikkeling investeert, een deel van de kosten terugkrijgt. Het maakt dan dus niet uit of je bij wijze van spreken een energiezuinige lamp of een vogelhuisje ontwikkelt. Ik denk persoonlijk dat je beter wat gerichter kunt investeren.”
Fossiel Misschien een belangrijker potentieel ver- schil is het energiebeleid. Dankbaar: “Het gaat er daarbij om hoezeer men bereid is radicale maatregelen te nemen. Ik ben vorig jaar betrokken geweest bij een werkgroep van de wetenschappelijke bureaus van de politieke partijen. Als je niet oppast wordt dat een race waarbij de diverse partijen te- gen elkaar opbieden wie het snelst van de fossiele brandstoffen af kan. Maar ook dan is er een gemeenschappelijke lijn te ontdek- ken. De verschillen liggen niet bij de doel- stellingen, maar bij de vraag wat haalbaar en betaalbaar is en wie de kosten gaat dragen.”
Lobby Een punt dat ook voor de industrie relevant is, betreft het vestigingsklimaat voor onder- nemers in Nederland. “We staan vrij hoog op de ranglijst van belastingparadijzen”, meent Dankbaar. “En dat is veel politici, maar ook veel belastingbetalende burgers en kleine ondernemers een doorn in het oog. Je zou je toch eens moeten afvragen wat je nu zou mislopen als land, op het moment dat je het fiscaal minder aantrekkelijk maakt om je hier te vestigen. Dat zou best een stevig discus- siepunt kunnen worden. Daarbij moet je wel een verschil maken tussen grote bedrijven die in Amsterdam even een hoofdkantoortje op de Zuid-as neerzetten om te profiteren van de fiscale politiek en bedrijven die hier een flinke fabriek willen neerzetten waar onze arbeidsmarkt weer van kan profiteren. Neem bijvoorbeeld Tesla: dat is een partij die voor ons land echt wat kan opleveren. Dan is het helemaal niet erg dat zo’n bedrijf met de fiscus praat om te kijken wat ze voor elkaar kunnen betekenen.”
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49