Column versnellende en versterkende effect...
Holistische visie op ‘digitale maatschappij’ ontbreekt
drie vragen zou mogen stellen: welke zouden dat dan zijn?’ Voordat ik hierop antwoord geef, eerst een korte inleiding zodat de context van mijn vra- gen duidelijk wordt.
O
Rob Hommersen Directeur Endress+Hauser B.V.
26 | nummer 1 | 2017
In een wereld/maatschappij waarin digitalisatie een steeds dominantere rol speelt, zullen economieën die de zogeheten connectiviteit het meest effec- tief hebben doorgevoerd, ook het meest kunnen profiteren van de voorsprong die hiervan het gevolg is. Dan hebben we het vooral over een concurren- tievoordeel op landsniveau. Een totale holistische ketenbenade- ring, waarin de overheid en het bedrijfsleven breed en intensief samenwerken is hiervoor essen- tieel. En of het nu gaat over onderwijs, energie, infrastruc- tuur, high-tech initiatieven of topsectorenbeleid, er zal een holistische visie moeten zijn/ komen waaruit blijkt welke specifieke sturing noodzakelijk is om die ketensamenwerking te stimuleren en te sturen. Want momenteel zien we weliswaar individuele initiatieven die onafhankelijk van elkaar in ver- schillende sectoren en indus- trieën ontwikkeld worden, maar de samenhang ontbreekt en daardoor het collectief versnel- lende en versterkende effect. Mijn eerste vraag aan de poli- tiek is dus: ‘Welke rol en ver-
nlangs werd me de vraag voorgelegd: ‘Als je een wille- keurige politicus
antwoordelijkheid dicht de overheid zichzelf toe bij het tot stand brengen van een sa- menwerking, over alle sectoren heen, die tot de noodzakelijke invulling van de genoemde digitale maatschappij (in Neder- land) gaat leiden?’ En aanslui- tend direct de tweede vraag: ‘Heeft de overheid in dit kader reeds een holistische visie ont- wikkeld en/of wordt er aan de ontwikkeling daarvan gewerkt?’
Ik vrees dat de overheid op bei- de vragen het antwoord schul- dig moet blijven. Waarom ik dat denk? Omdat je ziet dat de overheid vooral defensief reageert op de huidige digi- tale ontwikkelingen. Vreemd eigenlijk als je je realiseert dat Nederland hét Europese knoop- punt is voor internetverbindin- gen en een van de koplopers qua dichtheid van high-speed breedbandnetwerken.
Betekent dit (vraag 3) dat de overheid het belang van een holistische aanpak gewoon niet ziet? Of ziet men dit wel, maar is men van mening dat onafhankelijke ontwikkelingen in verschillende sectoren van- zelf tot een gesynchroniseerde goed functionerende ‘digitale maatschappij’ zullen leiden? Natuurlijk is de overheid wel degelijk ‘digitaal actief’. Er is een Autoriteit Persoonsgegevens, we hebben een Digicommissa- ris, er is het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude. Maar die reageren slechts op ontwikke-
lingen en stippelen geen beleid uit. Weliswaar houdt de Digicommissaris zich deels met digitale ontwikkelingen bezig, maar dan uitsluitend voor amb- telijke organisaties. Dat wetend, heeft de overheid haar handen meer dan vol aan haar eigen digitalisering, dus laat staan dat zij een holistische visie zou kun- nen opstellen die de huidige technologische ontwikkelingen overstijgen. Wellicht moet het bedrijfsleven die visie maar ge- woon zelf schrijven en moeten wij de overheid gaan adviseren. Je ziet dit ook al gebeuren op het gebied van scholing. Onderwijsinstituten worden afgerekend op commercieel succes van een opleiding. Zijn er te weinig studenten (ook al is daar vraag naar) dan sluit die afdeling gewoon. Vandaar dat de bedrijfsscholen weer uit de kast worden gehaald om- dat het reguliere (technische) onderwijs hierin tekort schiet. Maar juist vanwege grensover- schrijdende ontwikkelingen als industrie 4.0, IoT, IIoT, moet er een holistische visie komen en moet de overheid die aanstu- ren. We worden steeds afhanke- lijker van digitale technologie die ook ongekende kansen en mogelijkheden biedt. Maar dan moet wel iedereen daar wel veilig van kunnen profiteren. Een goede, vanuit de overheid gestuurde ‘holistische digitale visie’ zou onze digitale wereld effectiever en veiliger kunnen maken. Maar dan moet die visie er wel eerst zijn!
De samenhang ontbreekt en daardoor het collectief
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49