This page contains a Flash digital edition of a book.
den


technische achtergrond”, vertelt Amhaouch. “Daar staat echter tegenover dat we ook nog ruim zeshonderdduizend mensen in de kaartenbak hebben zitten. Dat zijn mensen die bijvoorbeeld geen opleiding hebben genoten, maar ook mensen die wel degelijk een opleiding hebben gehad, maar niet matchen met de behoefte in de arbeids- markt. Zo zie ik in mijn eigen omgeving voldoende voorbeelden van jongeren die een sportopleiding volgen, bijvoorbeeld het SIOS, of een opleiding tot fysiothera- peut en totaal niet aan het werk komen. Hun leeftijdsgenoten die wél een techni- sche opleiding doen, worden vaak al voor het einde van die opleiding gerekruteerd door het bedrijfsleven. De verschillen zijn ongelofelijk groot. Vanuit onze gemeente gaan er dagelijks vijf bussen met leerlingen naar Maasdijk waar zij een ambachtelijke technische opleiding volgen. Al die leer- lingen hebben minstens één aanbod voor een baan, nog voordat ze klaar zijn met de opleiding.”


Zij-instromers Is het mogelijk dat een deel van die zes- honderdduizend kaartenbakbewoners op korte termijn wordt omgeschoold tot me- dewerker in de industrie? “Ik denk dat dat zou kunnen, mits je dat traject heel goed begeleidt”, meent Amhaouch. “Maar zoiets begint bij de politiek. In de sectorplannen van Asscher is er ruimte gemaakt voor leer- plekken binnen de industrie voor zij-instro- mers. Voor de procesindustrie is daar tien miljoen extra voor uitgetrokken. Van dat geld kunnen onder andere driehonderd zij- instromers in de procesindustrie op termijn aan het werk gaan. Vooral voor mensen die wel affiniteit hebben met techniek is zoiets interessant. Door de crisis is er in de bouw een enorm overschot ontstaan aan mede- werkers en die mensen zou je heel goed kunnen inzetten in de procesindustrie. De truc is dat je mensen weet te vinden waar de brug naar het nieuwe werk zo makkelijk mogelijk kan worden genomen.”


Arbeidsperspectief Aan de andere kant is het verstandig om te voorkomen dat studenten voor opleidingen kiezen waarbij de kans op een baan per definitie al erg klein is. “Je loopt dan echter toch tegen een aantal problemen aan”,


vindt Amhaouch. “We hebben in Nederland namelijk vrijheid van onderwijs. Een ieder is vrij om zijn opleiding uit te kiezen. Je kunt mensen dus niet verbieden voor een opleiding te kiezen met een slecht banen- perspectief. Wat je wel kunt doen is een prikkel inbouwen waarbij studenten worden gemotiveerd om zelf voor een technische opleiding te kiezen. Kijk, de studiebeurs zoals we die vroeger kenden, is afgeschaft en is omgezet in een lening. Je kunt er over nadenken om studenten die voor een op- leiding kiezen met een goed arbeidsper- spectief financieel tegemoet te komen bij het betalen van die opleiding. Je kunt dan denken aan korting op collegegeld. Je moet zoiets dan wel elke vier jaar evalueren om er zeker van te zijn dat je bijblijft met de vraag uit de markt. Aan de andere kant moet je eerlijk zijn naar studenten. Als scholieren zich oriënteren op een nieuwe opleiding moet je goede informatie verstrekken over het arbeidsperspectief.”


Rooskleuriger En dat is dus precies wat er niet gebeurt. Uit een onderzoek van tv-programma de Moni- tor van vorig jaar blijkt dat opleidingen met cijfers goochelen om het banenperspectief beter te doen voorkomen dan het daadwer- kelijk is. Vooral communicatie, journalistiek en toegepaste psychologie-opleidingen blijken de realiteit veel rooskleuriger voor te stellen. Amhaouch heeft daar zelf inmiddels


De time to market is


tegenwoordig zo kort dat je dichtbij je R&D en je toeleveranciers je product moet kunnen maken...


ook ervaring mee: “Ik heb twee kinderen; de eerste gaat technische bedrijfskunde stude- ren en de tweede wil Europese studies gaan doen. Je merkt dat je als ouder dan echt moet doorvragen om er achter te komen of je kind dan na vier jaar ook echt een baan


zal vinden in die branche. Niet elke ouder, maar zeker niet alle jongeren zijn goed in staat om die afweging echt te kunnen ma- ken. Vooral bij jongeren spelen heel andere factoren een rol in de studiekeuze. Ze heb- ben vaak een bepaald gevoel bij een oplei- ding en dan moet dat het maar worden. Het punt is dat je bij techniek misschien lastig dat bepaalde gevoel kunt krijgen. Ik heb mijn zoon meegenomen naar ASML en hem een dag laten meelopen. Dat werkte. Maar de techniek is vaak toch nog een gesloten systeem, waar je lang niet altijd even mak- kelijk de binnenkant van te zien krijgt. Ik denk dat het belangrijk is om leerlingen zo vroeg mogelijk kennis te laten maken met techniek. En dan heb ik het niet over alleen maar techniek uit de boeken, maar ook over techniek in de praktijk. Ga maar met een klas kijken hoe techniek in de praktijk wordt toegepast in bedrijven. Wat mij betreft mag je de olie kunnen ruiken.” Of is dat nu juist het probleem, die ‘vieze’ techniek? Is het niet zo dat de techniek juist het imago heeft dat je er per definitie altijd smerig van wordt? “Klopt”, zegt Amhaouch. “Het werken in een cleanroom kun je natuurlijk niet meer vergelijken met een fabriek uit de jaren vijftig, maar het begint er bij dat we mensen die met hun handen en hoofd in de techniek werken, meer gaan waarderen. Zowel het imago als de financië- le beloning.”


29


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49