This page contains a Flash digital edition of a book.
Astrid Melger V


orig jaar september is het Ener- gieakkoord gesloten met breed gedragen afspraken over energie- besparing, schone technologie


en klimaatbeleid. De uitvoering ervan moet resulteren in een betaalbare en schone energievoorziening, werkgelegenheid en kansen voor Nederland in de schone tech- nologiemarkten. Teun Bokhoven, voorzitter van de Duurzame Energie Koepel, is erg blij met het akkoord. “Wij zijn zeer intensief be- trokken geweest bij de totstandkoming van het Energie-akkoord. We hebben het gevoel dat er nu zodanige randvoorwaarden inge- vuld gaan worden dat we daar de komende tien jaar mee uit de voeten kunnen. De afge- lopen 15 jaar kenmerkten zich door wisse- lend beleid en inconsistentie en dit akkoord is een basis voor meer consistente aanpak.” Ruim veertig organisaties, waaronder de overheid, werkgevers, vakbeweging, natuur- en milieuorganisaties, verschillende maat- schappelijke organisaties en financiële in- stellingen, verbonden zich aan het Energie- akkoord voor duurzame groei.


Groeikansen Voor zijn achterban, bedrijven en organisa- ties die zich bezig houden met duurzame energie, voorziet Bokhoven eindelijk flinke groeikansen. Volgens de voorzitter heeft Nederland in vergelijking met andere Euro- pese landen een enorme achterstandspo- sitie. “We bungelen echt ergens onderaan, maar de komende tien jaar kunnen we weer inhaken. Wij zullen sterker groeien dan dat in de hoogtijdagen van Duitsland het geval was. Dat is een forse uitdaging en een flinke klus, waarbij we geleerd hebben van de Duitse lessen.” Ondanks het feit dat er de afgelopen jaren behoorlijk wat bedrijven die zich bezighielden met duurzame energie zijn omgevallen, is Bokhoven niet bang dat er onvoldoende capaciteit voor deze giga- groei zal zijn. “Er zijn nu weer nieuwe spelers op de markt en ook bestaande bedrijven komen met innovaties. Deze sector heeft


echt potentie en groeit momenteel mon- diaal sterker dan bijvoorbeeld de ICT. Het biedt heel veel kansen. Ook in de export.” Volgens Bokhoven zal ook de Nederlandse maakindustrie groeien. “De helft van alle zonnepanelen worden wereldwijd gemaakt op Nederlandse machines. Alle Chinese producenten gebruiken die. Ook bij de pro- ductie van waterturbines speelt ons land mondiaal een serieuze rol.”


Stevig akkoord Maar wat nu als er weer een nieuw kabinet komt? Hoe sterk staat het Energieakkoord dan nog? Bokhoven: “Je kunt het natuurlijk nooit zeker weten, maar de kans dat een volgend kabinet veranderingen aanbrengt achten wij klein. Dit akkoord wordt heel breed gedragen. De vakbonden zijn positief, milieuorganisaties, VNO-NCW, echt heel veel partijen. Dan is het lastig om daar een totaal andere koers in te varen. Er zitten heel veel acties en uitvoeringsaspecten aan dit akkoord en die moeten de komende twee, drie jaar hun beslag krijgen. Het vergt zeker politieke sensitiviteit om daar goed mee om te gaan, maar dit kabinet heeft nadruk- kelijk die intentie uitgesproken en het Rijk is mede-ondertekenaar van het akkoord.” Bokhoven verwacht dat het akkoord ook zal leiden tot meer rust op de markt. “Bedrijven hoeven niet bang te zijn dat er weer wordt gewisseld qua koers, er zal veel meer consis- tentie ontstaan. Wij zullen de politiek daar volgen op hun afspraken en haar daar aan houden. Bedrijven worden naar alle waar- schijnlijkheid rustiger in hun investerings- beleid als ze weten dat de overheid ook een consistente lijn volgt.”


Meer coördinatie Een positieve ontwikkeling die Bokhoven signaleert, is dat er steeds meer coördinatie tussen verschillende instanties komt. Op dit moment kunnen bepaalde duurzame initiatieven elkaar nog tegen de haren in- strijken. Zo wordt in de Botlek warmte weg gekoeld in het oppervlaktewater, terwijl 20 kilometer verderop een tomatenkas met een warmtekracht koppeling (WKK) wordt verwarmd. Maar volgens Bokhoven behoren zulke situaties binnen afzienbare tijd tot het verleden. “Vorig jaar oktober is bijvoor- beeld de ‘Samenwerkingsovereenkomst duurzame warmte- en koude Zuid-Holland’ ondertekend. Deze samenwerking is tot stand gekomen vanuit het collectieve besef dat het warmtegebruik een grote verduur- zamingsslag kan maken. Er ligt een plan om een ringleiding aan te leggen waarmee uitkoppeling van warmte gaat plaatsvinden. Op verschillende punten is het dan mogelijk


22 | nummer 3 | 2014


om warmte in- en uit te voeren. Er wordt op meerdere plaatsen gekeken hoe je verschil- lende technologieën aan elkaar kunt kop- pelen en de potentie van die dingen samen kunt benutten.”


Nieuwe financieringsconstructies Het Energieakkoord heeft bepaald dat be- drijven in de procesindustrie ook 1,5 pro- cent per jaar aan energiebesparing/energie- efficiency moeten invullen (conform de huidige Milieuwetgeving). Dat vraagt van bedrijven dat zij investeringen die een te- rugverdientijd van 5 jaar hebben, moeten doorvoeren. Die 5 jaar is voorwaarde nu ook al voor bedrijven die nu gecompenseerd worden als MEE of MJA bedrijven voor hun CO2


uitstoot. Dit gaat om tientallen miljoe-


nen euro’s per jaar voor een honderdtal be- drijven die grootverbruiker zijn op energie- gebied. Van Eijkelenburg verwacht dat be- drijven via deze milieuwetgeving aangezet zullen worden tot verduurzaming van hun processen. “Tot op heden werd daarop door de overheid niet zwaar gehandhaafd. In het SER Energieakkoord is afgesproken dat dit nu wel zal gebeuren. De procesindustrie is gewend om vooral te investeren in inno- vatie in de corebusiness als dat al binnen een half à twee jaar rendabel is. Nu zal dus vanuit financieel/economisch perspectief anders naar investeringen in energie-effici- ency/besparing gekeken moeten worden.”


Bokhoven vult aan: “Off balance financieren, dus je gehele energie-installatie voor reke- ning en risico en in onderhoud voor langere termijn bij een derde partij, zoals bijvoor- beeld Cofely of Unica, is dan een optie. Een andere optie is om de eerste fase waar er iets meer risico in zit vanwege de ‘inregeling van de installatie en apparatuur’ bij reguliere banken te financieren en de tweede fase van de financiering tegen een ander rende- ment bijvoorbeeld bij pensioenfondsen onder te brengen. Deze nieuwe financie- ringsconstructies worden nu ook uitgewerkt in het kader van het SER Energieakkoord. Publiek-privaat Bokhoven is positief over de betrokkenheid van het bedrijfsleven bij innovaties. Was het vroeger zo dat veel duurzame innovaties werden ontwikkeld door organisaties die geheel afhankelijk waren van overheidssubsidies, zoals TNO of de TU, tegenwoordig financieren bedrijven meer dan 40 procent van het onderzoek op het gebied van duurzame energie. “Sinds het topsectorenbeleid wordt veel meer gewerkt vanuit privaat-publiek samenwer- kingsverbanden. Voor veel onderzoeken is dat zelfs een voorwaarde om in aanmerking te komen voor overheidssubsidie.” Ook de


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48