DOSSIER URBANISATIE
SHELL VENSTER MEI
n
JUNI 2013 9
biedt, is het verhogen van de energie-efficiency door zogenoemde compacte steden te bouwen, zegt Van Timmeren. “In steden kun je veel efficiënter met energie omgaan dan op het platteland.” Goed geplande steden kunnen bijvoorbeeld een laag energiege- bruik hebben door de combinatie van elektriciteitsopwekking en warmteopwekking in zogenoemde Warmte Kracht Koppelingen (WKK’s). In Nederland produceren elektriciteitscentrales buiten de Randstad meestal alleen elektriciteit met een rendement van rond de 40 procent. Elektriciteitscentrales die zowel warmte als elektriciteit opwekken, halen een twee keer zo hoog rendement. “Compacte steden maken het mogelijk om een veel efficiëntere energievoorziening in te richten door warmte, koude en elektra optimaal te combineren”, zegt Beekhuis. “De vraag naar warmte en koude is in een stad gemakkelijk uit te wisselen en daarmee tegen elkaar weg te strepen. De warmte die airco’s van kantoren uitbla- zen, kan bijvoorbeeld woningen verwarmen. “Warmte en koude kunnen bovendien tijdelijk worden opgeslagen en zelfs elektriciteit kan worden opgeslagen als warmte of koude. Bovendien maken veel stedelingen in compacte steden korte, massale en meestal elek- trische vervoersbewegingen in het openbaar vervoer in plaats van in lange files auto’s met verbrandingsmotoren.” Om de kansen op een hoge energie-efficiency in steden optimaal te benutten, zijn intelligente elektriciteitsnetten of smart grids nodig, vertelt Beekhuis. “Een smart grid levert niet alleen elektriciteit, maar schakelt elektrische apparaten ook aan en uit als het dat wenselijk acht. Een smart grid zet bijvoorbeeld wasmachines aan als er een elektriciteitsoverschot dreigt.” Het geïnstalleerde elektrisch vermogen is traditioneel afgestemd op twee pieken, ’s morgens vroeg en aan het eind van de middag, terwijl een stad gemiddeld veel minder elektrisch vermogen nodig
heeft. Het afvlakken van de pieken – peakshaving in jargon – is een manier om de energie-efficiency van een stad verder te verho- gen. Hoe beter vraag en aanbod met elkaar in balans zijn, hoe efficiënter een kleiner aantal elektriciteitscentrales kan draaien. Elek- triciteit is nu eenmaal niet grootschalig op te slaan in tegenstelling tot vloeibare brandstoffen, aardgas en kolen. “Een vrieskist bijvoor- beeld zou een ideale peak shaver kunnen zijn”, legt Beekhuis uit. “Elektriciteit is moeilijk te bufferen, maar je kunt de buffercapaciteit van warmte en koude wel gebruiken om flexibiliteit in de elektrici- teitsvraag te creëren.”
MINDER VRAAGGESTUURDE ENERGIE Een extra reden om vraag en aanbod van elektriciteit te balanceren is het toenemende aandeel van duurzame, onregelmatige bronnen als zonne- en windelektriciteit. Die kunnen helaas niet vraaggestuurd leveren zoals traditionele elektriciteitscentrales op aardgas en – in mindere mate – steenkolen. Waar aan de ene kant efficiencyver- hoging in steden gemakkelijker is dan op het platteland, is aan de andere kant het verduurzamen van de energievoorzieningen in steden juist moeilijker dan op het platteland, waar immers ruimte genoeg is om zonnepanelen en windturbines te plaatsen. “Het wordt steeds moeilijker om energie op de juiste tijd op de juiste plek te krijgen”, concludeert Beekhuis.
Zouden verbeteringen in energie-efficiency de bevolkingsgroei en welvaartsstijging kunnen compenseren? “Twee miljard mensen extra, dat zijn er wel heel veel”, antwoordt Beekhuis. Hij gaat achterover zitten en denkt eens goed na. “We kunnen een hoop compenseren met efficiency, maar er moet wel energie bij.” n
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32