SHELL VENSTER MEI
n
JUNI 2013 21
1. 6.
Juni 2009. In gesprek met president Poetin vlak voor de ondertekening van de overeenkomst met Sovkomflot.
2. Maart 2007. Tijdens een aandeelhouders- vergadering.
3. Januari 2007. Bij het World Economic Forum in Davos.
4. Februari 2007. In gesprek met prinses Máxima en prins Willem-Alexander.
5. Op excursie in Oost-Syrië. 6. Juli 2009. Benoeming tot Commandeur in de Orde van Oranje Nassau door toenmalig minister Maria van der Hoeven.
5. 7.
7. Maart 2013. Nog één keer terug ‘op’ Pernis.
rails te krijgen. “Het klinkt misschien raar en tegenstrijdig maar die periode voelt ook als een privilege. Dat ik dit mocht doen om Shell door deze periode heen te loodsen…” Bij die periode hoorde ook het vervangen van de oude aandeelhoudersstructuur met de twee aparte moedermaatschappijen “Koninklijke Olie” (60 procent) en “Shell Trading and Transport” (40 procent). In plaats daarvoor kwam er in 2005 één bedrijf, Royal Dutch Shell plc, een Engelse vennootschap met hoofdkantoor in Den Haag. Van der Veer weet dat die unificatie hem niet door iedereen in Nederland in dank is afgenomen. “Het is nog te vroeg om geschiedenis te schrijven”, zegt hij. “Maar ik denk dat de stappen van de afgelopen jaren goed hebben uitgewerkt. De besluitvorming aan de top is efficiënter geworden. In goed Nederlands zou ik concluderen: so far, so good.”
Hetzelfde Engels komt hem van pas bij het beantwoorden van de vraag waarom hij niet nog een zittingsperiode deel blijft uitmaken van de board van Royal Dutch Shell. “De belangrijkste reden is er een van good governance”, zegt Van der Veer. “Zeker in de Angelsaksische wereld ligt het gevoelig als je als voormalige eindverantwoordelijk directeur een controlerende taak op je neemt
als commissaris of board member. Maar omdat je in deze sector investeringsbeslissingen neemt met een horizon van eerder decennia dan jaren, leek het ons destijds toch goed iets van een corporate geheugen in de Board in te bouwen. Nu duidelijk is dat Peter Voser die lange lijnen prima in het oog heeft, kan ik met een gerust hart afscheid nemen. Als je opvolger het prima doet, moet je op een gegeven moment constateren dat jij je bijdrage hebt geleverd en het tijd is voor iemand anders. Ik hoef me als president commissaris bij Philips en ING trouwens niet te vervelen. In tegendeel. Het is moeilijker om je aandacht te verdelen over meerdere bedrijven dan om één groot concern te leiden.”
Als het gesprek ten einde is snelt Van der Veer naar de kamer van raffinaderijdirecteur Bart Voet, niet nadat hij eerst nog even langs zijn vroegere secretaresse is gelopen. De scheidende board member van Royal Dutch Shell heeft er op het laatste moment zijn drukke agenda voor omgegooid. Verkouden of niet, de kans om even bij te praten en een rondje over het fabrieksterrein te fietsen laat Van der Veer zich niet ontnemen. “Ik heb voor de zekerheid vanochtend mijn veiligheidsschoenen al vast in de auto gegooid.” n
LIEFDE VOOR BUIZEN EN STOOM
Het slechte imago van de procesindustrie en de petrochemie leidt bij Van der Veer nog altijd tot wat chagrijn. Tot op de dag van vandaag kan hij de woorden citeren van de journalist die in een verslag repte van het ontsnappen van ‘stoom en andere giftige gassen’. “Waarom doet zo iemand dat?”, vraagt Van der Veer zich af. “Waarom wordt de toevoeging chemisch bij een product altijd negatief uitgelegd? En waarom laten ze om industrieel werk te illustreren altijd een foto zien van iemand die op tien meter hoogte bij een temperatuur van min twaalf een afsluiter staat dicht te draaien? Geloof me, als je echt veilig wil slapen moet je je bed hier onder de crude distiller zetten. De ongevallenstatistieken daar zijn veel beter dan die van thuis of van onderweg naar huis.”
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32