This page contains a Flash digital edition of a book.
SHELL VENSTER MEI


n


JUNI 2013 29


VAN GOGH ONDER HET MES


Een verfmonster nemen is handwerk. Het is misschien wel het meest enerverende moment van het onderzoek: je snijdt met een scalpel in een meesterwerk. Restauratoren gaan dan ook zeer voor- zichtig te werk bij het nemen van mon- sters, vertelt Devi Ormond. Als restaura- tor was ze bij het onderzoek betrokken. “Een monster is half zo groot als de punt van een naald. Toch beschadig je een doek op minimaal niveau. Maar de infor- matie die je uit zo’n flintertje kunt halen is fenomenaal.” Als bepaald is uit welk doek een monster wordt genomen, gaat de restaurator op zoek naar een geschikte plek op dat schilderij. Dat zijn eigenlijk altijd plekken die al beschadigd zijn – zo schrijft de beroepsethiek voor. Met een microscal- pel snijdt de restaurator een plakje uit het schilderij – niet met het blote oog, maar turend door een microscoop die tot hon- derd keer kan uitvergroten. Het schilfertje wordt in een polyester hars gevangen. Met dat blokje gaat de restaurator ver- volgens naar het Shell-lab in Amsterdam. En kan de analyse beginnen.


betrekking tot Van Goghs atelierpraktijk sluit hier goed bij aan.” Ook directeur Axel Rüger van het Van Gogh Museum juicht de samenwerking toe. “Shell heeft een zeer waardevolle bijdrage geleverd aan het onderzoek naar Van Goghs atelierpraktijk. We zijn dan ook zeer blij dat Shell de tentoonstelling ondersteunt die de resultaten laat zien van dit onderzoek.” “IN DIE TWEE JAAR dat Van Gogh in Parijs woonde is hij volslagen veranderd. Van een schilder met een donker pallet, werd hij een schilder van het licht.” Aan het woord is Rob Bouwman. De afgelopen dertien jaar coördineerde hij voor Shell het onderzoek in Van Goghs atelierpraktijk. DE ANALYSES van de verfmonsters hebben volgens Bouwman tot een aantal belangrijke nieuwe inzichten geleid. Bijvoorbeeld over welke kleuren hij mengde in zijn ‘donkere’ Nederlandse periode. Maar ook dat hij heel lang gebruikmaakte van een perspectiefraam, een hulpmiddel om het juiste perspectief op zijn schilderijen te krijgen. Een van de belangrijkste inzichten is dat Van Gogh in zijn werk zeer systematisch te werk ging. Bouwman: “Bij veel mensen bestond de gedachte dat hij een spontaan schilder was, dat hij ’s ochtends opstond en maar begon te schilderen. Dat


blijkt niet waar. Hij studeerde op zijn werk, bereidde het goed voor. Dat kun je goed zien aan de gronderingen die we onder de elektronenmicroscoop hebben bestudeerd.” DE VRAAG IS natuurlijk hoe het Shell-lab kon bijdragen aan het verkrijgen van die nieuwe kennis. Het antwoord ligt besloten in een apparaat dat in laboratoriumjargon SEM-EDX wordt genoemd. SEM staat voor Scanning Elektronen Miscroscoop, EDX voor Energy Dispersive X-ray. Het is een microscoop waarmee je de samenstelling van bijvoorbeeld gesteenten, olie of katalysatoren kunt bepalen. VOOR HET ONDERZOEK naar Van Goghs atelier- praktijk verdwenen er minuscule, in doorzichtig kunsthars gegoten verfmonsters in het apparaat. De Shell-laborant die de microscoop via de computer bedient, richt een heel dunne bundel elektronen op bijvoorbeeld de witte grondering in dat ‘taartpuntje’ verf. De botsing van die bundel met de atomen in de grondverf levert röntgenstraling op. Die straling is voor elk element uniek. Zo kun je meten waaruit dat grondlaagje is opgebouwd, bijvoorbeeld loodwit, krijtwit, zinkwit, gips of bariumsulfaat of een mengsel daarvan. Precies de verschillende witten waarmee Van Gogh in zijn Parijse periode experimenteerde. “Aan


de hand van deze analyse kun je zijn werk zelfs beter dateren, omdat je kunt achterhalen in welke periode Van Gogh een bepaald mengsel gebruikte voor zijn grondlaag”, aldus Bouwman. HET IS ACHTER HET BEELDSCHERM van de elektronenmicroscoop dat Shell-analist en restaurator elkaar ontmoeten. Een spannende ontmoeting, weet Ralph Haswell, die voor Shell als research analyst werkt en al jaren bij het Van Gogh-onderzoek betrokken is. “Leerzaam is dat specialisten samenwerken die verschillende talen spreken. Je moet als het ware een ‘gezamenlijke taal’ vinden. Dat is even leuk als spannend.” HOE IS HET DAN voor een echte bèta- onderzoeker als Haswell om een Van Gogh te bestuderen? “Als we een stukje doek met verf gaan analyseren, is het materiaal wel anders, maar de kernvragen zijn niet wezenlijk anders dan bij katalysatoren. Je wilt weten wat de samenstelling is”, zegt Haswell. “En toch geeft het een ander gevoel. Om te zien hoe de verf in elkaar zit, welke lagen er zijn gebruikt. Fascinerend. En als je vertelt dat je een Van Gogh onder je microscoop hebt in plaats van een katalysator, ja, dan vinden mensen dat wel sexier.” n


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32