VAKTECHNIEK ▶▶▶
Effect alternatief eiwit op kip-kwaliteit
Algen- of insectenmeel zijn veelbelovende alternatieven voor soja-eiwit, concluderen Duitse onderzoekers. De kwaliteit van kippenvlees zou er zelfs iets op vooruit kunnen gaan.
DOOR KIRSTEN GRAUMANS E
uropa zoekt naar alternatieven voor soja-eiwit in veevoer. Momenteel is de Europese Unie afhankelijk van soja-im- port voor circa 40% van het eiwit in
veevoeders. Daarmee is de EU afhankelijk van het slagen van oogsten in Zuid-Amerika en prijsschommelingen en concurrentie op de wereldmarkt. Daarnaast worden vraagtekens gezet bij de duurzaamheid van de sojaproduc- tie in Zuid-Amerika. Ook in Nederland wordt geëxperimenteerd met alternatieve eiwitbron- nen. Landbouwminister Carola Schouten heeft in haar landbouwvisie uitgestippeld dat circu- lariteit het sleutelwoord wordt voor de Neder- landse landbouw. De vraag is op welke afstan- den die kringlopen gesloten moeten worden. Maar duidelijk is dat de trend in Europa blijft om op zoek te gaan naar alternatieven dichter bij huis.
Algen en insecten veelbelovend Twee potentiële alternatieven zouden algen- en insectenmeel kunnen zijn, vanwege hun hoge ruw eiwitgehaltes. Het is echter de vraag wat dit vervolgens doet met de kwaliteit van het eindproduct. Duitse onderzoekers van de universiteit van Göttingen verkenden wat het voeren van algen- of insectenmeel voor effect heeft op de kwaliteit van kippenvlees en de eindgewichten van de kuikens, om te onder- zoeken of het voeren van deze alternatieve ei- witten geen negatief effect heeft op het eind- product. Hun conclusies zijn veelbelovend. De kwaliteit van kippenvlees wordt nauwelijks
26
beïnvloed als kuikens alternatieve eiwitten van insecten of algen in plaats van soja-eiwit ge- voerd krijgen. De gevonden kwaliteitsverschil- len waren zelfs in het voordeel van de alterna- tieve eiwitbronnen, hoewel wel met een vraagteken in de kantlijn of sommige verschil- len ook door de consument geaccepteerd worden.
Hogere eindgewichten In een proef vervingen de onderzoekers de helft van het soja-eiwit in het vleeskuikenvoer door algenmeel (Spirulina) of insectenmeel (van de zwarte soldatenvlieg). Die groepen werden vergeleken met een controlegroep die alleen maar soja-eiwit gevoerd kreeg. Aller- eerst bleek er een verschil in eindgewichten te zijn. Kuikens die insectenmeel gevoerd kregen, hadden een hoger levend gewicht aan het eind van de ronde dan de andere twee groe- pen, en een hoger karkasgewicht. Deze kui- kens waren 150 tot 200 gram zwaarder. Dit effect was overigens niet terug te zien in de borstfilet-opbrengst.
Smaak en uiterlijk Andere verschillen waren er in de smaak en het uiterlijk. Het zijn wellicht de belangrijkste parameters om eerst meer onderzoek naar te doen. Het is namelijk de vraag hoe consumen- ten die verschillen waarderen: positief of juist
Slachterij-parameters bij verschillende eiwitbronnen Controlegroep (soja)
Levend gewicht (g) Karkasgewicht (g)
Borstfiletopbrengst (%) Eiwit (% borstfilet) pH-waarde na 20 min pH-waarde na 24 uur
Bron: Universiteit van Göttingen ▶PLUIMVEEHOUDERIJ | 27 september 2018
2169 1672 20,8
20,52 6,76 5,8
Insecten-dieet 2329 1789 20,4
21,07 6,65 5,8
Algen-dieet 2121 1577 20
21,6 6,67 6,06
FOTO: KOOS GROENEWOLD
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40