search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
VAKTECHNIEK ▶▶▶


ook de herhaalbaarheid van de scores was te laag. De oorzaak ligt in het feit dat het erg moeilijk is om grenzen voor de verschillende scores aan te geven: wat is een lichte vervor- ming en waar begint een matige vervorming? Dit deel van de module is dan ook geschrapt. Het bleek wel mogelijk om betrouwbaar vast te stellen of er één of meerdere breuken in het borstbeen zaten. Meer breuken geeft meer on- gerief. Omdat het tevens heel regelmatig voor- komt dat een borstbeen op meerdere plaatsen gebroken is, is deze specificatie van het WQ- protocol een zinvolle aanvulling.


Module snavels De oorspronkelijke beoordeling van snavels volgens het WQ-protocol gaat nog uit van be- handelde snavels en richt zich dus vooral op de mate van het behandelen en hoe netjes de snavels eruit zien. Dit is voor Nederland niet meer relevant. Het nieuwe WQ-protocol voegt er nog een beoordeling aan toe om de abnor- maliteiten, zoals gebroken of misvormde sna- vels of snavelpunten in kaart te brengen. Dit komt bij hele snavels wel voor en kan te ma- ken hebben met bijvoorbeeld voerkettingen, waarin de snavels zijn blijven steken. Indien er echter geen abnormaliteiten zijn, vallen alle onbehandelde snavels, scherp of bot in dezelf- de klasse. Bovensnavels kunnen echter een scherpe punt hebben of, door veelvuldig pik- ken op pikstenen, een wat bottere punt. Ook zijn er verschillen in mate waarin de bovensna- vel een haak vormt, die over de ondersnavel heen gaat. Of dit effect heeft op de schade die de snavel bij pikken kan toedienen weten we eigenlijk niet, maar theoretisch zou dat zo kun- nen zijn.


De module Snavels richt zich daarom op de scherpte en de haak van de bovensnavel. Om de scherpte van de snavelpunt te meten is aanvankelijk gekeken of dit daadwerkelijk af te meten was met behulp van een schuifmaat. Daartoe werd het hoornen randje van de sna- velpunt opgemeten (zie foto 2). Dit randje is de doorschijnende rand die gemarkeerd wordt door het einde van het levend weefsel en het einde van de snavelpunt. De breedte van deze rand varieert en zou iets kunnen zeggen over slijtage van de snavelpunt en daarmee de scherpte. Ook de mate van overgroei van de snavel (zie foto 3) werd met een schuifmaat gemeten.


24


1


2


Foto 2 – Hoornen snavelrand. 1 = einde van het levend weefsel; 2 = einde van de snavel- punt.


De eerste resultaten gaven aan dat de over- groei zeer moeilijk betrouwbaar is vast te leg- gen. Het ligt er maar net aan hoe de bek wordt vastgehouden. Er is daardoor teveel variatie en deze waarneming is daardoor niet verder meer uitgewerkt. Het meten van de hoornen rand gaf wel rede- lijke resultaten, hoewel de betrouwbaarheid groter was bij de bruine hennen dan bij de wit- te hennen. Of dit te maken heeft met de kleur van de snavel of met de langere rand bij dit specifieke koppel bruine hennen, kan niet met zekerheid gezegd worden. Het werken met een schuifmaat bleek in donkere pluimveestal- len erg lastig. Daarom is gekeken of dit ook met een driepuntsschaal kon worden bepaald, waarbij de scores waren: 0 = bijna geen rand, 1 = randje kleiner dan 2,5 millimeter, 2 = rand- je groter of gelijk aan 2,5 millimeter. De beoor- delaars bleken goed in staat om deze visuele beoordeling uit te voeren en de correlatie met de gemeten waarden was goed (gemiddeld 0,53). Er werd alsmede getracht de scherpte van de snavel vast te leggen door met een vinger langs de snavelpunt te voelen. Er werd een driepuntsschaal gebruikt: 0 = bot, 1 = gemid- deld, 2 = scherp. De relatie met de score van de snavelrand was niet altijd even hoog, het- geen betekent dat een lange snavelrand niet per definitie betekent dat de snavel scherp aanvoelt. Uiteindelijk is de definitieve module voor de snavels opgebouwd uit drie beoordelingen: snavelrand (bijna geen, <2,5 millimeter, ≥2,5 millimeter), snavelscherpte (bot/gemid- deld/scherp) en abnormaliteiten (wel/geen).


▶PLUIMVEEHOUDERIJ | 27 september 2018


Foto 3 – Snavelpunt tussen de pijltjes is de mate van overgroei van de boven snavel.


Beoordeling commerciële koppels De uiteindelijke modules voor borstbenen en snavels zijn door twee beoordelaars uitgevoerd bij tien commerciële koppels leghennen. Zij be- oordeelden vijf witte koppels en vijf bruine kop- pels. Per koppel werden steeds honderd hen- nen gevangen, die door beide beoordelaars onafhankelijk werden beoordeeld. In de tabel staan de correlaties tussen de twee beoorde- laars. Over het algemeen is die hoog, hoewel de correlatie bij beoordeling van de snavelscherpte wat lager lag. Dit betekent dat deze beoorde- ling wat minder betrouwbaar is. De beide be- oordelaars gaven aan dat het lastig is om goed vast te stellen hoe scherp de snavel is, het hangt mede af van hoe er met de vinger langs de sna- vel wordt gegaan (meer of minder haaks) en of dit met een vinger of met de duim gebeurt. Toch is een correlatie van ruim 0,6 voldoende hoog om deze score als zinvol te beschouwen.


Samenvatting Om meer informatie uit het Welfare Quality- protocol te kunnen halen zijn modules ontwik- keld, die in aanvulling op het protocol kunnen worden gebruikt en detaillering geven aan de betreffende scores. Er werden voor drie beoor- delingen modules ontwikkeld: voor bevede- ring, borstbenen en snavels. Twee van de drie modules (borstbenen en snavels) gaven een goede herhaalbaarheid en verstrekten tevens zinvolle informatie. De module voor kleine veerbeschadigingen is niet verder ontwikkeld, omdat deze beschadigingen te weinig relatie leken te hebben met verenpikkerij en omdat de werkelijke oorzaken van de veerschade niet duidelijk waren.


FOTO: WAGENINGEN LIVESTOCK RESEARCH


FOTO: WAGENINGEN LIVESTOCK RESEARCH


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40