Meting van de fijnstofreductie van ionisatie, een onderdeel van het project van het Praktijkcentrum Emissiereductie Veehouderij.
‘realistische invulling’ van de fijnstofreductie- eisen wordt in dit verband meegenomen. Naast de reductiepercentages an sich is daarbij van belang wat het uitgangspunt is (ten op- zichte van wat gereduceerd wordt), en hoe dit toegepast wordt bij verschillende deelsectoren waarvoor ook in verschillende mate technie- ken beschikbaar zijn om te kunnen reduceren.
Inzet op convenant Belangenbehartiger LTO/NOP koerst op een convenant om afspraken over fijnstofreductie vast te leggen, zoals eerder ook is gedaan met antibiotica. Dat geeft de sector meer flexibili- teit om te kijken wat haalbaar en betaalbaar is, en in het tempo waarin de reducties behaald kunnen worden. “Omdat het causaal verband er niet is, willen wij geen wetgeving”, aldus LTO/NOP-bestuurder Hugo Bens, ook voorzit- ter van de Regiegroep Emissiearme Pluimvee- houderij. Hij verwacht dat dat met de minister ook te bespreken zal zijn, gezien de VGO-stu- dies niet hebben geleid tot een eenduidige conclusie dat veehouderij effect heeft op de gezondheid van omwonenden. De insteek van LTO/NOP is wel op zo kort mogelijke termijn emissies te verminderen, mits haalbaar en be-
‘We moeten hard werken om nog te
mogen produceren in Nederland.’
taalbaar. Zich helemaal verzetten tegen iedere vorm van fijnstofreductie met het argument dat het causaal verband niet is aangetoond, ziet LTO/NOP niet zitten. Bens: “Als je je verzet zullen ze nog meer gaan onderzoeken om wel een verband te vinden. En we willen allemaal geen overlast bezorgen aan onze buren. We moeten hard werken om nog te mogen produ- ceren in Nederland. Dan kunnen we wel roe- pen dat het allemaal onzin is, maar daar gaan we onze toekomst niet mee veilig stellen. Ik hoop dat mensen begrijpen dat niets doen geen optie is.”
Ontwikkelingen techniek Op sectorniveau staan de ontwikkelingen in ieder geval niet stil. De Regiegroep Emissie-
arme Pluimveehouderij houdt overzicht over alle lopende fijnstofgerelateerde projecten in de Nederlandse pluimveehouderij, om te voorkomen dat op verschillende plekken het- zelfde wiel wordt uitgevonden. Naast een zestal lopende projecten zit er nog een tien- tal projecten in de pijplijn, allemaal gerela- teerd aan fijnstofemissie. Variërend van de ontwikkeling van (een meetnetwerk met) sensoren om fijnstofemissie rond pluimveest- allen realtime te kunnen meten met sensoren (zie kader ‘Fijn stof, meten is weten’) tot de praktijkproeven met tien veelbelovende tech- nieken in de Gelderse Vallei. De eerste resul- taten daarvan zouden veelbelovend zijn. Bo- vendien wil de overheid het systeem gaan veranderen waarmee technieken op de er- kende RAV-lijst komen, om dit proces te ver- snellen. Bens verwacht dat met al die ontwik- kelingen haalbare en betaalbare systemen met reductiepercentages van 50% tot 70% voor pluimveebedrijven binnen bereik ko- men. “Als we in 2027 meer kunnen, dan doen we dat. Ik denk dat we dergelijke reductieper- centages kunnen halen, het is nu 2018. Maar als we alleen fijn stof doen zijn we niet klaar, het is één onderdeel.”
▶PLUIMVEEHOUDERIJ | 27 september 2018 13
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40