search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
VAKTECHNIEK ▶▶▶


Modules voor Welfare Quality-protocol


Vorig jaar zijn drie modules ontwikkeld die aanvullend op het Welfare Quality-protocol gebruikt kunnen worden en zo gedetailleerdere informatie geven over bevedering, borstbenen en snavels.


DOOR THEA VAN NIEKERK, MAUDIA VAN WIJHE-KIEZEBRINK EN HENK GUNNINK, ONDERZOEKERS BIJ WAGENINGEN LIVESTOCK RESEARCH


E


nige jaren terug is het Welfare Quality®- protocol voor leghennen ontwikkeld. Het idee erachter was om op een zo objectief mogelijke manier


het welzijn van de dieren vast te leggen door zoveel mogelijk aan het dier zelf te meten. Enerzijds geeft het protocol een algemene waardering van het welzijn, anderzijds geven de individuele metingen informatie aan pluimveehouders over goede punten en ver- beterpunten in het koppel. Een nadeel van het protocol is dat de metingen bijna een dag in beslag nemen. Verkorten van het protocol was alleen mogelijk, als we dat zouden doen bij het meest tijdrovende deel, dat is het be- oordelen van honderd hennen. Maar bij inkor- ten zou dit teveel aan nauwkeurigheid verlie- zen. Met name dit onderdeel kijkt specifiek naar de dieren zelf en niet naar allerlei omge- vingsfactoren die wellicht niet of weinig bij- dragen aan het welzijn van het dier. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als bepaalde in- richtingselementen helemaal niet gebruikt worden.


Drie WQ-modules Met financiering van het ministerie van LNV is onderzocht of het mogelijk is om binnen de gegeven tijd van het Welfare Quality-protocol meer informatie te verzamelen, zodat er meer rendement uit de geïnvesteerde tijd kan wor- den gehaald. Het idee was om voor bepaalde metingen, die nu met een vrij grove drie- punts schaal beoordeeld worden, een wat ge- detailleerdere beoordeling te ontwikkelen. De


22


uitvoering hiervan kost dan niet of nauwelijks meer tijd, terwijl er meer gerichte informatie beschikbaar komt. Door deze detailscores als modules aanvullend op het originele WQ-pro- tocol te ontwikkelen, kunnen ze teruggere- kend worden tot de originele WQ-scores, zo- dat een totaalberekening van het welzijn volgens de WQ-methode mogelijk is. Er werden drie modules voorzien: Bevedering, Borstbenen, Snavels. Om met betrekking tot de bevedering een zin- volle beoordeling uit te voeren, wordt het WQ-protocol altijd pas uitgevoerd als het kop- pel minimaal vijftig weken oud is. Het zou echter handig zijn als al eerder gemeten kon worden, zodat op basis van kleine indicaties van pikkerij alvast maatregelen genomen kun- nen worden om escalatie te voorkomen. De WQ-module Bevedering had dan ook als doel om vooral de kleine veerbeschadigingen in beeld te brengen en daarmee een toepassing van het WQ-protocol mogelijk te maken op jongere leeftijd. De tweede module was voorzien voor de borstbenen. Deze worden bij WQ beoordeeld volgens een driepuntsschaal, waarbij geen duidelijk onderscheid gemaakt wordt tussen


gebroken en vervormde borstbenen. Een ge- broken borstbeen is pijnlijk voor het dier en daardoor een duidelijk welzijnsprobleem. Een vervormd borstbeen is waarschijnlijk niet pijnlijk, waardoor het de vraag is of dit in rela- tie tot welzijn een betekenis heeft. Door een gedetailleerdere beoordeling beoogde de module Borstbeenderen hier meer inzicht in te geven. De derde module richtte zich op de snavels. De oorspronkelijke WQ-beoordeling ging nog uit van behandelde snavels. Bij onbehandelde snavels kan er naar andere aspecten gekeken worden, bijvoorbeeld hoe scherp de punt is of hoeveel haak er aan de snavel zit. Bij de ont- wikkeling van de module Snavels is de meet- baarheid van diverse aspecten onderzocht.


Module Bevedering Voor de module Bevedering hebben we de WQ-score 0 (= niet of nauwelijks veerschade) uitgesplitst in meerdere categorieën, zodat er onderscheid gemaakt kon worden tussen ‘vol- ledige gave bevedering’ en ‘lichte veerbescha- digingen’. We hebben ons daarbij vooral ge- richt op veerbeschadigingen als gevolg van pikkerij, omdat het vroeg detecteren daarvan


Correlaties tussen de scores van twee waarnemers bij het beoordelen van tien commerciële koppels leghennen*


Beoordeling bruine hen


Snavelpunt 0,885 Snavelscherpte 0,633 Borstbeenvervorming 0,888 Borstbeenbreuken 0,905


witte hen 0,844 0,65


0,886 0,855


* Er werden vijf witte en vijf bruine koppels beoordeeld, honderd hennen per koppel Getallen voor correlatie liggen tussen 0 (geen correlatie) en 1 (100% correlatie)


▶PLUIMVEEHOUDERIJ | 27 september 2018


gemiddeld 0,865 0,642 0,889 0,878


FOTO: JAN SIBON


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40