869 | WEEK 40-41 04 OKTOBER 2017
“VARENDE OUDERS VERTROUWEN ONS TOE WAT HEN HET MEEST DIERBAAR IS, DAT MOGEN WE NOOIT VERGETEN”
Een werkzaam leven toegewijd aan het schipperskind
ZWOLLE Vrijdag 29 september heeſt Sija Leut- scher met een receptie afscheid genomen van het internaat voor schippersjeugd Prin- ses Margriet in Zwolle. Zij solliciteerde 45 jaar geleden op de functie van begeleidster en neemt nu als directeur afscheid van hetzelfde internaat. In die tussentijd is er van alles veranderd, behalve de betrokkenheid en de toewijding van de scheidende directeur.
Sija Leutscher kwam op 1 augustus 1972 als leidster ‘aan boord’ van het spiksplinter- nieuwe internaat Prinses Margriet. Zij kwam in het geheel niet uit een schippersmillieu. Tot dan toe kende zij schipperskinderen alleen als klasgenootjes die in de wintermaanden haar basisschool bezochten wanneer de schip- pers ingevroren lagen. De keuze werd eerder ingegeven door haar schoolkeuze. Zij had de opleiding tot ‘inrichtingswerker voltooid en het werk trok haar aan. Die aantrekkings- kracht heeſt het werk de afgelopen 45 jaar niet verloren. De rol van mevrouw Leutscher evolueerde binnen het internaat van leidster op de groep tot leider van het hele internaat. Al is zij zelf de eerste om aan te geven dat het werk met het hele team wordt gedaan, en zij daar een onderdeel van uitmaakt. Het leven op het internaat veranderde mee met de tijd. Van sterk naar binnen gericht naar meer op de omgeving gericht. Wat bleef was het schip- perskind en haar zorg daarvoor.
Meest waardevol “Wij zorgen hier voor het schipperskind dat door de varende ouders aan ons wordt toever- trouwd. Daarbij mogen wij nooit uit het oog verliezen dat zij datgene bij ons achterlaten wat hen het meest dierbaar is van alles in de hele wereld”, opent Sija Leutscher het gesprek. “Dat houdt voor mij in dat dit geen baan van negen tot vijf kán zijn. Als er iets is, moeten ze mij altijd kunnen bereiken. En waar nodig moet er direct actie worden ondernomen. Wij zijn als het ware een verlengstuk van de ouders. Daarbij zullen wij zoveel mogelijk rekening houden met hun wensen omtrent de opvoeding van hun kind. Alles is echter betrekkelijk; het moet natuurlijk wél binnen de mogelijkheden van onze internaatomge- ving passen. Dat geeſt soms enige restricties, maar volgens mij slagen wij er redelijk goed in aan de ouderwensen tegemoet te komen. Ook die zijn in de loop der jaren veranderd. Bovendien zijn de ouders tegenwoordig veel meer betrokken bij het internaat en bij hun kinderen. Bij het internaat door bijvoorbeeld
de oudercommissie. En bij diplomazwemmen of een vergelijk- bare belangrijke gebeurtenis voor het kind, zijn er altijd ouders die hun betrok- kenheid tonen door daarbij aanwezig te zijn. Dat is in mijn ogen een hele verbetering ten opzichte van mijn begintijd hier. De mensen hadden toen veel minder mogelijkhe- den maar ook de cultuur was anders”.
Van binnen naar buiten In de jaren zeventig van de vorige eeuw kwam het regelmatig voor dat schipperskinderen hoofdzakelijk op het internaat woonden en alleen in de vakanties naar boord gingen. Uiteraard gold dat niet voor allemaal en als het schip in de buurt kwam, gingen de kinderen zeker naar boord; maar het was geen uitzondering. Het internaat was een leefgemeenschap op zich en alle kinderen gingen naar dezelfde schippersschool. Zij werden er door de leiding naar toe gebracht en er ook weer opgehaald. Daarna brachten de kinderen de tijd hoofdzakelijk met elkaar op het internaat door. Tegenwoordig is dat heel anders; de schippersschool bestaat niet meer en de kinderen gaan naar scholen in de buurt. Na schooltijd komen walkinderen op het internaat om te spelen of schipperskinde- ren gaan met walkinderen mee naar huis. De sociale cohesie met de stad en de wijk is veel groter geworden. Kinderen van het internaat zijn ook lid van (sport-)verenigingen in Zwolle. Bovendien wonen er nu kinderen tot 18 jaar. Die hebben ook hun baantjes in de omgeving. Dat weerhoudt het internaat er niet van nog steeds eigen evenementen te houden en hun eigen christelijke identiteit te bewaren; zo is ook dit schooljaar weer van start gegaan met een startdienst op zondag. Het internaat opent dan na de startdienst, zodat iedereen in de gelegenheid is de dienst bij te wonen. De ouderparticipatie gaat zelfs zover dat er schip- pers uit eigen gelederen hun medewerking verlenen als voorganger en als organist. Sija Leutscher geniet er zichtbaar van als zij erover verteld. Zij heeſt het internaatsleven zien veranderen van groepsgericht naar meer indi- vidueel gericht. Met hart en ziel is zij verknocht
geraakt aan het internaat Prinses Margriet.
Bredere blik De betrokkenheid van Sija met ‘haar’ internaat mag dan groot zijn, het heeſt haar er niet van weer- houden in de loop der jaren haar blik te
verruimen. Zo
volgde zij oplei- dingen ‘Sociaal
Pedagogisch Werk’ op mbo en hbo-
niveau en een post-hbo opleiding ‘Management en Organisatie’. Toen in 1981 het
internaat Prinses Margriet AA-landen
werd geopend voor de middelbare school kinderen, ging Sija Leutscher mee; eerst nog als hoofdgroepsleidster maar al gauw in de functie van adjunct-directeur. Later komen ook ‘It Roefke’ uit Leeuwarden, Prinses Marijke te Groningen, en Prinses Beatrix in Amsterdam onder haar hoede. In 2001 ziet mevrouw Leut- scher dat door de maatschappelijke verande- ringen het aantal schipperskinderen dat naar het internaat gaat dalende is. De Hervormde Stichting voor Schipperskinderen, later stich- ting Meander, besluit haar blik te verbreden door onder de naam ‘Prokino’ kinderopvang op te starten op de internaatslocaties, zo ook in Zwolle. Daarmee is ook het schipperskind gediend, al zien de ouders dat in het begin nog niet zo. Door deze opvang is in ieder geval de huisvesting gewaarborgd omdat het gebouw rendabel blijſt . Bovendien blijven de voorzieningen op de internaatslocaties op een acceptabel niveau behouden. Deze visie voor de toekomst blijkt een schot in de roos te zijn en iedereen is er Inmiddels aan gewend. Ook hierbij was de betrokkenheid en de toewijding van Sija voor het kind en het schipperskind in het bijzonder haar leidraad.
betrokkenheid en toewijding Inmiddels nadert het moment dat zij het stokje definitief zal overgeven aan haar op- volgster, Miranda Samsen. “Het is goed dat er nieuw bloed komt in de organisatie, iemand met een frisse kijk op de dingen, die ook minder verweven is met de doelgroep’, is haar mening. “Door de jaren heen ben ik zo verwe- ven geraakt met de varende ouders en hun kinderen, die vaak weer ‘mijn varende ouders van nu’ zijn. Dan loop je altijd het risico dat de objectiviteit er onder te lijden heeſt . Al heb ik altijd mijn best gedaan zo objectief mogelijk te blijven; ik heb de ouders en hun kinderen
in mijn hart gesloten. De laatste tijd ben ik langzaam aan het afbouwen. De eerste vrije dag gaf een bevreemdend gevoel. Zomaar ineens niet meer de zorg voor het internaat en allen die ermee annex zijn. Inmiddels heb ik mijn draai wel weer gevonden. Ik heb het volste vertrouwen in mijn opvolgster en draag het dus ook met een gerust hart aan haar over. Dat maakt het een stuk makkelijker voor mij”. Omdat zij haar opvolger niet voor de voeten wil lopen, geeſt Sija Leutscher aan na haar afscheid te verdwijnen uit het internaat en het dagelijkse leven van haar bewoners; maar of het internaat Prinses Margriet en haar bewo- ners ook ooit uit het har t van Sija Leutscher zullen verdwijnen…….??!
21
Werken Grensleie ‘niet in gedrang’door uitstel van kanaal Seine-Nord
BRUSSEL Het op de lange baan schuiven van het Franse kanaal Seine-Nord Europe, tussen Compiègne en Cambrai, heeſt geen gevolgen voor de werkzaamheden om de Belgische Grensleie op te waarderen. Dit heeſt minister Ben Weyts (N-VA) in het Vlaams parlement toegezegd aan volksvertegenwoordiger en partijgenoot Bert Maertens.
Het Seine-Scheldeproject moet het Seinebek- ken in de toekomst met het Schelde ver- binden. Hiertoe dient er nog wel een nieuw
kanaal gegraven worden tussen Compiègne en Cambrai: het kanaal Seine-Nord Europe. Recent werd echter duidelijk dat president Macron de realisatie van het kanaal aan Franse zijde wil uitstellen. Dit kan echter op weinig bijval rekenen bij de Noord-Franse regio’s en departementen.
De regionale besturen willen borg staan voor een lening van 776 miljoen euro en zijn ze be- reid om gedurende twee jaar een bedrag van 1.1 miljard euro ter beschikking te stellen aan
de nationale overheid, om te voorkomen dat de werken zouden worden onderbroken. Ook verlangen ze de leiding over de aanleg van het kanaal. Midden oktober zou het antwoord van de Franse regering bekend moeten zijn.
Onverminderd “Wat ook het antwoord zal zijn, minister Weyts bevestigde me dat de werken om de Grensleie op te waarderen onverminderd doorgaan. Aan Vlaamse kant zijn we bezig met de Doortocht Wervik, die eind dit jaar voltooid zou moe-
ten zijn. Midden volgend jaar zou er gestart worden met de uitvoering aan Franse kant. Deze werken zullen een jaar duren”, vertelt Maertens.
“De werken om het tracé van de Grensleie van Deûlémont tot de sluis van Komen op te waar- deren, zouden starten in de tweede helſt van 2019 en duren tot 2020; van Komen tot aan de taalgrens zijn ze nu aan de gang; van de taal- grens tot Menen (aan de Vlaamse kant) starten de werken in 2021”, zo besluit Maertens.
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46