Zo volgt uit het ‘Besluit uitbreiding en beperking wer- kingssfeer WMG’ dat deze verplichtingen niet gelden voor zorgaanbieders die uitsluitend zorg leveren die niet wordt gefinancierd vanuit collectieve middelen. Anders gezegd: de verplichtingen gelden alleen voor zorgaanbieders die zorg leveren die (geheel of gedeeltelijk) wordt gefinancierd op basis van de Zvw of Wlz dan wel een subsidie van VWS.
Voor zover een zorgaanbieder dus uitsluitend aanvullend verzekerde zorg levert en daarmee uitsluitend zorg levert die niet wordt gefinancierd vanuit collectieve middelen, is die zorgaanbieder uitgezonderd van de verplichtingen met betrekking tot de jaarverantwoording en financiële be- drijfsvoering op grond van de Wtza. Als er echter ook zorg wordt geleverd die voor vergoeding vanuit de basisverze- kering (of de Wlz) in aanmerking komt – al is dit maar een klein deel – geldt deze uitzondering niet.
Y Concluderend Ten aanzien van de meldplicht is duidelijk dat deze ook geldt indien uitsluitend zorg vanuit de aanvullende verze- kering wordt geleverd. Voor de jaarverantwoording en de financiële bedrijfsvoering volgt tevens duidelijk uit de wet- en regelgeving dat deze verplichtingen juist niet gelden indien enkel zorg wordt geleverd die niet wordt gefinan- cierd vanuit collectieve middelen.
Voor de vergunningplicht (en daarmee het intern toe- zicht) volgt een en ander niet expliciet uit de Wtza en/of aanverwante wet- en regelgeving, omdat de wet zelf niet omschrijft wat wordt verstaan onder ‘omschreven bij of krachtens de Wlz of Zvw’. Volgens de IGJ, het CIBG en de uitleg bij het aanvraagformulier wordt dit begrip echter geïnterpreteerd als zorg ‘zoals omschreven’ in de Zvw, waarbij kennelijk niet relevant is of deze daadwerkelijk wordt vergoed uit de basisverzekering. In de optiek van de KNMT zijn hier kanttekeningen bij te plaatsen. Ten eerste zou de betekenis van zo’n belangrijk begrip duidelijk uit de wetgeving af te leiden moeten zijn. Ten tweede is niet goed te plaatsen waarom de wetgever
“ Onder ‘andere zorg’ wordt ook niet- verzekerde cosmetische zorg verstaan”
wat de jaarverantwoording en financiële verantwoording betreft wél heeft besloten dat de bijzondere voorwaarden die in verband met het ‘algemeen belang’ gelden voor de collectief gefinancierde zorg, niet gelden voor aanbieders die uitsluitend uit niet-collectieve middelen worden be- kostigd. Waarom dergelijke aanbieders alsnog een meld- en vergunningplicht hebben en – in bepaalde gevallen – ook een interne toezichthouder moeten instellen, is dan op zijn minst opmerkelijk te noemen. Z
Vooralsnog is de conclusie dus dat de vergunningplicht ook geldt indien enkel aanvullend verzekerde zorg wordt geleverd. Alle ins en outs over de Wtza staan op
Sta jij in het Landelijk Register Zorgaanbieders (LRZa)? Je vindt het hier.
APRIL 2022
NT DENTZ
15
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88