search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
36 klachtenregeling


Onvoldoende diagnostiek REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG (RTG) ZWOLLE, 29 JANUARI 2016


KLACHT Klager stond van oktober 2007 tot en met de- cember 2010 onder behandeling van de aange- klaagde tandarts. Volgens klager is door toedoen


van de tandarts zijn gebit ernstig in verval geraakt. Zo heeſt de tandarts gezonde tanden getrokken zon- der enig overleg met klager, heeſt hij klager veelal met alleen een antibioticakuur naar huis heeſt ge- stuurd en is er onvoldoende diagnostiek uitgevoerd. Ook heeſt klager nooit een behandelplan gehad en heeſt de tandarts gebrekkig dossier gevoerd. Klager verwijt de tandarts voorts dat deze tijdens de be- handelingen Duits sprak.


VERWEER De tandarts bestrijdt de klachten en de daar- aan ten grondslag gelegde stellingen. Zo geeſt hij aan altijd Nederlands met klager te heb-


ben gesproken en geen tanden bij hem te hebben getrokken. Klager kwam bij hem met een slechte tandvleesconditie die eerst moest worden behan- deld. Klager is bovendien meerdere malen niet op afspraken verschenen en heeſt pas in augustus 2010 doorgegeven dat hij met hiv besmet was. Ook had klager een budget van jaarlijks 500,- euro dat hij aan tandheelkundige zorg wilde besteden.


OVERWEGINGEN Het RTG stelt op grond van een OPT van 4 ok- tober 2007 vast dat het gebit van klager op het moment dat hij patiënt werd in de praktijk van


de aangeklaagde tandarts inderdaad deplorabel was. Op grond van het patiëntendossier concludeert het RTG voorts dat na dit OPT geen nadere (pré) diagnostiek heeſt plaatsgevonden. Er zijn althans na oktober 2007 op grond van de resultaten van het OPT geen behandelplan en geen behandeling in het dossier vermeld. Nadat klager zich op 20 juni 2008 met een acuut probleem bij de praktijk meldde,


De samenvattingen in deze rubriek komen tot stand onder de auspiciën van de Adviescommissie Beroepsuitoefening van de KNMT. Iedere samen- vatting wordt van commentaar voorzien door een onafhankelijk deskundige.


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 13 mei 2016


heeſt de tandarts amoxiciline voorgeschreven, waarna de mondhygiënist een parodontologische behandeling starte. Deze behandeling vond volgens de tandarts allereerst plaats om de acute situatie aan het gebit van klager te verhelpen; daarna kon hij zelf met de verdere behandeling beginnen. Op basis van het patiëntendossier lijkt hij daarmee op 4 augustus 2008 te zijn begonnen. Hij plaatste toen twee vullingen, gevolgd door nog een vulling op 8 augustus 2008. Vast staat dat er voor de behande- ling geen schriſtelijk behandelplan tot stand is ge- komen. De tandarts heeſt ook niet duidelijk kunnen maken dat hij met klager mondelinge afspraken heeſt gemaakt met betrekking tot een te volgen behandelstrategie. Deze gang van zaken getuigt niet van adequate en zorgvuldige zorg. Het gebit van klager, dat in slechte toestand verkeerde, had grondig in kaart gebracht moeten worden met zorg- vuldige en uitgebreide diagnostiek. Daarna had een behandelplan opgesteld moeten worden gericht op sanering en zoveel mogelijk behoud van het gebit, binnen de tandheelkundige en budgetaire moge- lijkheden, met evaluatie- en bijstelmomenten. En dat zeker op het moment dat zich hiv bij klager had geopenbaard, met een verhoogd risico op infecties aan gingiva, parodontium en botweefsel. Pas nadat zo’n plan tot stand was gekomen, had de tandarts de behandeling kunnen starten. Nu de behandeling is gestart zonder behandelplan lijkt de behandeling zonder duidelijk doel en richting te zijn ingezet. In dit perspectief heeſt het reeds in verval verkerende gebit van klager niet de tandartsenzorg gekregen die het behoefde. Daarbij komt dat de gebrekkige verslaglegging in het patiëntendossier niet bijdraagt aan een goed beeld van de gebitsstatus van klager. Dat de dossiervoering ondeugdelijk is, blijkt uit het summier of niet vermelden van wat er is gebeurd en tevens het werken met verschillende codes van behandelaars zodat later niet of lastiger is te traceren wie als behandelaar aan een verrichting verbonden kan worden. Wat het gestelde causaal verband met de door klager geleden gebitsschade betreſt die ertoe heeſt geleid dat klager thans een gebitsprothese draagt, meent het RTG dat dit niet kan worden vastgesteld omdat klager reeds met een in verval zijnd gebit bij de tandarts kwam. Gegeven


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 13 mei 2016


KLACHTENREGELING


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48