opinie 17
inkomen is een vergoeding voor het ondernemersrisico van een moderne mondzorgpraktijk onvoldoende opge- nomen. Hierdoor ontstaat een situatie waarin de com- binatie van beloning en het dragen van risico oneven- wichtig is samengesteld. Dit leidt op de lange termijn tot ondernemers in de mondzorg die noodzakelijke in- vesteringen en risico’s niet langer kunnen aangaan. Wellicht leidt het zelfs tot een situatie waarin te weinig animo bestaat om ondernemer in de mondzorg te wor- den. Een voorbeeld van een dergelijke onevenwichtigheid in het dragen van risico is de tandarts-praktijkeigenaar die een collega in loondienst heeſt. De praktijkeigenaar loopt het risico dat hij bij ziekte van de bij hem in loon- dienst werkende tandarts diens salaris twee jaar lang moet doorbetalen. En dit zonder dat hij over een risico- afdekking daarvoor in zijn tarieven beschikt.
Toegankelijkheid Een voor mij belangrijker aspect in de discussie rond tarieven, dat zeker ook het beleid van de overheid raakt, is de beperkte toegankelijkheid van mondzorg. Onge- veer vijſtig procent van de Nederlandse gezinnen moet rondkomen van een inkomen dat onder modaal ligt – 36.000,- euro per jaar voor een gezin met twee thuiswo- nende kinderen. Neto heeſt zo’n gezin minder dan 2.000,- euro per maand te besteden. Na aſtrek van vaste lasten (huisvesting, nutsvoorzieningen, verzekeringen en dergelijke) blijſt er niet veel over voor eten, kleding en andere noodzakelijke uitgaven. Voor een groot deel van onze bevolking is de tandartsrekening dan ook een behoorlijk grote – en waarschijnlijk te grote – aanslag
NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 13 mei 2016
op hun vrij besteedbaar inkomen. De uitgaven voor tandheelkunde moeten dan ook concurreren met ande- re noodzakelijke uitgaven. Het uitgangspunt van onze overheid dat de bevolking de kosten voor mondzorg zelf zou moeten kunnen dragen, is een droombeeld dat op geen enkele manier de realiteit weerspiegelt. Conse- quentie is dat een deel van de patiënten een bezoek aan de tandarts steeds vaker uitstelt. Dat heeſt op langere termijn desastreuze gevolgen voor het gebit en leidt tot hogere kosten. Bovendien zal de tandarts bij zo’n pa- tiënt vaak moeten kiezen voor een in zijn ogen kwalita- tief mindere maar goedkopere behandeloptie.
Afname Vanuit deze invalshoek zouden hogere tarieven in een situatie met marktwerking leiden tot een afname van de toegankelijkheid van mondzorg. De bevolking mag van de overheid – en overigens ook van tandartsen – verwachten dat deze zo'n ontwikkeling als ongewenst ziet. Onderhandelen over tarieven zonder deze conse- quentie mee te wegen, is daarom gedoemd te misluk- ken. In mijn ogen is de enige optie voor het realiseren van een rechtvaardiger tariefstelsel het borgen van de toegang tot de mondzorg door een veel groter aandeel van de mondzorg in de basisverzekering op te nemen, waarbij de tandarts de wetelijke positie van de over- heid en zorgverzekeraar respecteert, de patiënt beter wordt bediend en de beroepsmoraal wordt hersteld.
ALBERT FEILZER, AMSTERDAM NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 13 mei 2016
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48