search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
14 interview


Wat heeſt dit allergieonderzoek inmiddels opgeleverd? “De afgelopen jaren hebben we geleerd dat wat we in de mond zien, niet direct een allergie hoeſt te zijn. Het kan ook een gezwollen gingiva zijn als gevolg van een lokaal toxische reactie. Dat wisten we vijf jaar geleden nog niet. Er wordt wel eens onterecht naar tandheel- kundig materiaal gewezen als oorzaak van de allergie.”


Toch hoor je geregeld dat een allergie kan worden veroorzaakt door een tandheelkundig materiaal in de mond… “Dat klopt. Onder meer palladiumkoper en palladium- zilver moet je als patiënt echt niet in je mond hebben. Als mensen op het allergiespreekuur van ACTA komen, dan hebben ze vaak kronen met die materialen. Dat is tot nu wel de hoofdboodschap uit ons onderzoek. Nik- kel is wat dat betreſt ook geen fi jn materiaal. Dit is allergeen nummer één en we zouden het in de tand- heelkunde moeten vermijden. Toch stoppen we bij veel kinderen retentiedraadjes met nikkel in de mond. Deze draadjes zijn blootgesteld aan vermoeiing, waardoor ze gaan bewegen en kunnen loslaten en daardoor veel meer moleculen afgeven. In tegenstelling tot de huid laat de mondbodem deze moleculen makkelijker door, waardoor stoff en direct in het lichaam komen. Daar zit en we niet op te wachten.”


Zijn dit nieuwe inzichten of was dit al veel langer bekend? “Men kent dit verhaal al langer en vindt het ook logisch. Maar er zal pas echt iets veranderen als er goede alternatieven zijn. Gelukkig is er tegenwoordig kroon- en brugwerk zonder metaal, wat er vijſt ien jaar geleden nog niet was. Voor retentiedraadjes is er nog geen goed alternatief. Er zijn wel plastic retainers maar dat vindt men niet fi jn. Ook zijn er retentiedraadjes met minder nikkel. Nu fabrikanten merken dat wij onderzoek doen naar nikkel, komen ze met alternatie- ven.”


Wat heeſt uw onderzoek verder opgeleverd? “Ik denk dat door ons onderzoek nog maar weinig tandtechnici uitgebreide werkstukken met palladium- zilver en palladiumkoper maken. Verder heb ik een publicatie over krimp en krimpspanning gemaakt, die vaak wordt geciteerd. Dat was op basis van een meta- analyse van krimpspanningsmetingen van verschil- lende composieten, variërend van meer tot minder fl owable. Het bleek dat deze composieten vrijwel het- zelfde reageerden, maar dat er ook uitzonderingen waren. Bij één materiaal was de krimpspanning lager, een aantal andere had juist een hogere krimpspanning


waardoor de vulling los kwam van de ondergrond. Dit onderzoek leverde adviezen op om tot een lagere krimpspanning te komen door een andere samenstel- ling van het composiet, waardoor je ook minder bon- ding nodig hebt. Fabrikanten zijn naar aanleiding hier- van nieuwe monomeren gaan ontwikkelen, wat andere vulmaterialen – met een lagere krimp en krimpspan- ning – heeſt opgeleverd. Mooie bijkomstigheid is dat er bij deze nieuwe composietmaterialen vrijwel geen Bisfenol A vrijkomt.”


Welke materialen vormen nog meer een risico? “Ik denk dat materialen voor de endodontologie ook nog een keer tegen het licht gehouden kunnen worden. Dat zijn een beetje trieste materialen. Er zit nogal vaak epoxy in, een vrij onvriendelijk materiaal dat een afweerreactie in het lichaam kan geven. We onderzoe- ken momenteel of daar ook goede alternatieven voor zijn. Een alternatief is bijvoorbeeld MTA- of Portlandce- ment. Maar ook daar zit en weer nadelen aan. Ik ver- moed dat er de komende tien jaar betere endomateria- len zullen gaan komen.”


Er is de afgelopen decennia veel discussie geweest over het gebruik van amalgaam. Hoe kijkt u hier tegenaan? “De discussie over amalgaam is een beetje ingewik- keld. Er is veel literatuur die vóór het gebruik van amalgaam pleit, maar net zoveel literatuur waarin het als probleem wordt gezien. Het blijſt dus onderwerp van discussie. Amalgaam wordt in landen als Engeland en Amerika nog veel gebruikt. Voordeel van amalgaam is dat je het erin stopt, je geen bonding nodig hebt en dat het duurzaam is. De gemiddelde levensduur van een amalgaamvulling ligt rond de dertig jaar. Van een composietvulling varieert de levensduur van zeven tot vijſt ien jaar.”


Je hoort – met name van biologische tandartsen – dat amalgaam nadelig is voor het lichaam. Klopt dat? “Van toxische reacties met kwik kan iemand serieuze klachten krijgen. Maar van amalgaam in de mond is het niet waarschijnlijk dat je een systemische toxische reactie met kwik krijgt. Wel kan het zo zijn dat een tandheelkundig team dat veel met amalgaam werkt, boven een bepaalde blootstellingslimiet uitkomt. Dan is er wel een risico, blijkt uit de literatuur. In Nederland is het gebruik van amalgaam inmiddels een gepasseerd station. Sinds eind jaren negentig zijn de tandheelkun- dige opleidingen overgestapt op composiet. De hoe- veelheid amalgaam die in Nederland wordt verkocht, is behoorlijk laag.”


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48