vakinhoud 27 UITGELEZEN Retentie, welk beleid? METTE KUIJPERS, VAKGROEP ORTHODONTIE EN CRANIOFACIALE BIOLOGIE, RADBOUDUMC NIJMEGEN
In de orthodontie worden veel verschillende vormen van retentie en retentieprotocollen toegepast. Dit gegeven was voor de Cochrane Oral Health Group reden om prioriteit te geven aan het onder- werp retentie, vooral ook omdat nog steeds onduidelijk is wat nu de beste vorm van retentie is.
Het huidige Cochrane review over retentie is een aanpas- sing en update van het eerste review over dit onderwerp uit 2006. Volgens de huidige methodologische inzichten werden quasi randomised trials nu geëxcludeerd. Daar- om zien we in het nieuwe Cochrane review, dat eind ja- nuari 2016 is verschenen, onderzoeken die betrekking hebben op het doorsnijden van de transseptale vezels ter preventie van terugroteren van gebitselementen niet meer terug. Uiteindelijk zijn vijſtien randomised control- led trials geïncludeerd waarin verschillende methodes van retentie werden vergeleken. Hiervan werden dertien onderzoeken voor een meta-analyse gebruikt. De vier re- tentiemethodes die uiteindelijk vergeleken werden, zijn twee soorten vaste retentiedraden, twee soorten uit- neembare retentie, uitneembare versus vaste retentie, en uitneembare retentie in de bovenkaak met een CC-bar in de onderkaak of uitneembare retentie in de bovenkaak met stripping in het onderfront versus een positioner. Stabiliteit werd gemeten aan de hand van litle index, crowding, overjet, overbite, intercuspidaatbreedte, inter- molaarbreedte en stabiliteit van rotaties. Bij de twee soorten vaste retentiedraden werd de vergelij- king gemaakt tussen een polyethyleen vezelversterkte ge- plakte spalk versus een multistrand retainer in de onder- kaak. Het faalpercentage was gelijk maar de geïncludeerde studies rapporteerden niet over stabiliteit. Wanneer een thermoplastische retainer (Essix) met een CC-bar in de onderkaak wordt vergeleken, dan lijkt relap- se iets minder te zijn met een CC-bar. Het type CC-bar lijkt niet uit te maken. Mogelijk leidt een CC-bar wel tot meer gingivitis. Het bewijs voor beide is echter beperkt. Er is ook slechts beperkt bewijs dat een Essix in de on- derkaak wat betere stabiliteit geeſt dan de Hawleyretainer in de onderkaak en dat patiënten minder moeite hebben met dragen van een Essix dan een Hawley. Er is wel rede- lijk bewijs dat het partime dragen van de uitneembare retentie afdoende is ten opzichte van een fulltime draag- tijd. De methodes Essix in de bovenkaak en CC-bar in de onderkaak of Essix in de bovenkaak en stripping van het onderfront versus een positioner geven aanvankelijk vol- doende stabiliteit. Maar daarna neemt crowding in het onderfront toe bij patiënten met een positioner. Stripping voor of net na verwijdering van de beugel gaf tot vijf jaar
NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 13 mei 2016
na behandeling geen verschil met de CC-bar in de onder- kaak. Hierbij dient wel in aanmerking te worden geno- men dat dit onderzoek is gedaan bij patiënten met een Klasse-I occlusie met ietwat crowding en daardoor mo- gelijk niet te vertalen is naar andere occlusies waarbij meer tandverplaatsing nodig is. De auteurs hoopten met deze review een duidelijker beeld te kunnen schetsen van evidence based retentie. Als echter gekeken wordt naar de groote van de groepen, het hoge risico op bias, de meetmethodes en de relatief korte follow-up in de geïncludeerde studies, dan is er voor de verschillende retentieregimes nog steeds weinig bewijs. Veel wijzer zijn we dus nog niet echt geworden over de richting waar we naar toe moeten met retentie. Dit doet niets af aan de wetenschappelijke waarde van dit Cochrane review en het levert ons interessante ge- zichtspunten op voor de klinische praktijk. Immers, evi- dence based handelen steunt op drie principes: klinische expertise, de mening van de patiënt en wetenschappelijk onderzoek. De verhouding tussen de drie hangt af van het beschikbare wetenschappelijke bewijs. De besproken onderzoeken laten zien dat geen van de re- tentiemethodes de intercuspidaatafstand kan behouden en dat er versmalling optreedt na behandeling. Tevens blijkt dat het resultaat in de onderkaak moeilijker te be- houden is dan in de bovenkaak. Over compliance worden geen uitspraken gedaan omdat er nauwelijks langeter- mijnonderzoeken te vinden zijn waarin ook naar compli- ance is gekeken. Het effect op de stabiliteit na stripping in het onderfront is een interessante waarneming als dit permanente retentie zou kunnen voorkomen. Maar het enige dat momenteel met redelijke zekerheid kan worden gezegd, is dat het partime dragen van een uitneembare retentiebeugel afdoende is en dat het dus niet nodig is deze beugel dag en nacht te dragen.
Literatuur Littlewood SJ, Millett DT, Doubleday B, Bearn DR, Worthington HV. Retention procedures for stabilising tooth position after treatment with orthodontic braces. Cochrane Database Syst Rev. 2016 Jan 29;1:CD002283. doi: 10.1002/
14651858.CD002283.pub4. Review.
NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 13 mei 2016
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48