search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
NUMMER 11 I 21 JUNI


27


REEDS TOEGEKENDE CONCESSIES OP ZEE BLIJVEN BEHOUDEN, MAAR GROENE SUBSIDIES MOETEN OMLAAG


Vierde offshore windmolenpark in België operationeel


BRUSSEL Onlangs is in de Belgische badplaats Oostende het nieuwe offshore windmolenpark Nobelwind officieel ingehuldigd, dat al sedert midden mei operationeel is. Het ligt op 50 km uit de kust en heeſt een capaciteit van 165 megawatt (MW), voldoende om 180.000 gezinnen van stroom te voorzien. Het gaat om het vierde offshore windmolenpark voor de Belgische kust en het derde van het consortium Parkwind, dat voor de bouw en exploitatie nauw samenwerkt met de Nederlandse coöperatie Meewind en het Japanse bedrijf Sumitomo.


JAN SCHILS


Parkwind is een consortium van de Vlaamse supermarktketen Colruyt en de Vlaamse investeringsmaatschappij PMV en Korys, een holding van de familie Colruyt. Eerder bouwde dit consortium ook al de offshore windmolen- parken Belwind en Northwind. Met de bouw van Nobelwind was een investe- ring gemoeid van 600 miljoen euro. Samen met de investeringen in Belwind en Northwind komt dat neer op een bedrag van 2 miljard euro in deze drie offshore windmolenparken, waarvan 70 procent door de banken werd gefinancierd. Ze hebben samen een capaciteit van 552 MW (178 windmolens). Daarmee kunnen in totaal 600.000 gezinnen van stroom worden voorzien, aldus François van Leeuw, ceo van Parkwind. Hij wijst erop dat Parkwind nog een concessie bezit voor een vierde offshore windmolenpark (Northwester II) voor de kust. Als alle formaliteiten daarvoor snel zijn verricht, hoopt Van Leeuw volgend jaar met de bouw te kunnen beginnen en zal dit vierde offshore windmolenpark van Parkwind in 2019 operationeel kunnen zijn.


Coalitiepartners fluiten De Backer terug Terwijl het Belgian Offshore Platform (BOP), dat opkomt voor de belangen van al wie te maken heeſt met windenergie op zee, niet nalaat erop te hameren dat rechtszekerheid in deze sector onontbeerlijk is voor grote investeringen in energie, ligt op de Belgische regeringstafel sedert april nog steeds officieel het voorstel van staatssecretaris Philippe De Backer voor de Noordzee om de al toegekende concessies voor drie nog te bouwen nieuwe windmolenparken op zee in te trekken en vervolgens deze drie parken via een openbare aanbesteding opnieuw op de markt te brengen. Het gaat om Northwester II (dat Parkwind bouwt), Seastar en Mermaid. Ofschoon de regeringsbeslissing dus nog moet worden genomen (waarschijnlijk tegen midden juli als het zomerreces begint), is intussen duidelijk geworden dat De Backer zijn plannen om de concessies voor drie geplande nieuwe offshore windmolenparken in te trekken en daarvoor een nieuwe openbare aanbesteding uit te schrijven, definitief kan vergeten. De liberale staatssecretaris (Open VLD) krijgt daarvoor binnen de federale regering namelijk niet de nodige politieke steun van zijn eigen partij en al helemaal niet van coalitiepartners NVA (Vlaamse nationalisten), CD&V (Vlaamse christendemocraten) en de Waalse liberalen (MR). “We hoeven dus niet langer aan dit dode paard te trekken”, verklaarde een woordvoerder van de Waalse liberalen. De Backer wilde met zijn plan ruim 3,5 miljard euro aan subsidies voor de drie windmolen-


parken besparen, maar de coalitiepartners vrezen dat dit aanleiding zal geven tot miljoenenclaims van de door de intrekking van de concessies financieel benadeelde bedrijven. Omdat de subsidies aan wind- molenparken ook internationaal onder zware druk staan, zoals in Duitsland waar tegen 2025 een windmolenpark zonder subsidies wordt gebouwd, willen de coalitiepartners wel dat De Backer gaat onderhandelen met de bouwers van de drie offshore windmolenparken over een vermindering van de toegezegde subsidies met 2 tot 3 miljard euro zonder hun concessies af te nemen. De drie genoemde windmolen- parken zijn Mermaid (54 km voor de kust, 266-288 MW), Seastar (40 km voor de kust en 242-256 MW) en Northwester II (51 km voor de kust, 224 MW). Volgens een woordvoerder van de Belgische regering is het duidelijk dat de betrokken bedrijven concessies zullen moeten doen omdat de eerder overeengekomen subsidie van 120 euro per megawattuur niet langer houdbaar is, vooral nu in Nederland een concessie is verleend van 50 tot 70 euro per megawattuur. Voor de drie genoemde Belgische offshore windmolenparken is dat een verschil van 2 tot 3 miljard euro subsidie voor een periode van 20 jaar. Daarom moet de steun volgens de woordvoerder omlaag, hetgeen niet hoeſt te betekenen dan de concessies moeten worden ingetrokken. Toen de drie concessies werden verleend, werd 107 euro steun per geprodu- ceerde megawattuur gegarandeerd gedurende een periode van 20 jaar. Voor grote offshore windmolenparken werd de steun boven een bepaalde grens verlaagd naar 90 euro per geproduceerde megawattuur. Het voorstel van De Backer was een reactie op het bericht dat het Deense energiebedrijf Dong tegen 2025 voor de Duitse kust een windmolen- park gaat bouwen op basis van verkochte stroom en zonder groene subsidies. Volgens De Backer zou het Belgische concessiesysteem zodanig kunnen worden aangepast, dat het voor de staatskas een besparing van 3,5 miljard euro oplevert. Hij verwees onder andere naar de situatie in Nederland en Duitsland, maar kreeg van experts al gauw te horen dat de vergelijking met die landen niet opging en dat hij “appels met peren vergeleek”. Ook kreeg De Backer uit verschillende hoeken kritiek omdat het ethisch gezien niet door de beugel kan om reeds toegekende concessies botweg af te nemen. Bovendien hebben de betrokken bedrijven, die de concessies binnenhaalden, al voorbereidende investeringen gedaan. Volgens ceo Van Leeuw van Parkwind hebben de investeerders in offshore windenergie voor de Belgische kust zich de laatste maanden niet laten beïnvloeden door signalen uit Brussel als zouden de subsidies voor offshore windenergie hun langste tijd hebben gehad.


Concessies Volgens het BOP zou het intrekken van concessies, die zijn vastgelegd bij Ministerieel Besluit, een regelrechte aanfluiting betekenen van de rechtszekerheid. Voor de drie nieuw te bouwen windmolenparken zijn al vele miljoenen euro’s geïnvesteerd aan ontwikkelingskosten. Wanneer deze concessies zouden worden ingetrokken, komt deze regering haar eigen engagementen op het vlak van hernieuwbare energie niet na, zegt het BOP. “De drie windmo- lenparken zijn noodzakelijk om de Europese doelstellingen inzake hernieuwbare energie


en vermindering van CO2-uitstoot tegen 2020 te halen”. Ook volgens het BOP zijn de drie windmolenparken in ontwikkeling perfect in staat om binnen de huidige wetgeving hun parken tegen marktconforme condities te bouwen. De BOP brengt in herinnering dat op 13 april van dit jaar ‘vriend en vijand’ werd verrast door spectaculair nieuws uit Duitsland: voor het eerst sinds het ontstaan van offshore wind werd 1,4 GW capaciteit toegekend zonder (productie)steun van de overheid.


Sinds 2013 volgt het BOP met een bench- markingstudie van een extern studiebureau jaarlijks de marktevolutie van offshore windenergie op. Daaruit blijkt onder andere dat binnen eenzelfde land de kosten voor offshore wind belangrijk kunnen verschillen naar gelang de locaties, het regelgevend kader, de netaansluiting en andere parameters. De gemiddelde kosten voor offshore wind in België bevonden zich in 2016 net onder het Europese gemiddelde. Wanneer vergelijkbare projecten met elkaar vergeleken worden, zien we, aldus het BOP, dat de kosten van een Duits offshore windenergieproject dat vandaag gebouwd wordt, zoals Merkur, vergelijkbaar is met de kosten van een Belgisch offshore windproject in opbouw, namelijk 124 €/MWh. Gemini, een offshore windpark in Nederland dat in 2017 opgeleverd werd, kost, omgerekend naar Belgische parameters, 123,5 €/MWh. Ook Bloomberg (BNEF) berekent halfjaarlijks de gemiddelde kosten van offshore wind wereld- wijd en kwam in november 2016 uit op een cijfer van 126 $/MWh. Het BOP wijst erop dat het Belgische systeem van steun aan offshore wind in december 2016 door de Europese Commissie, DG Concurrentie, werd goedgekeurd. Daarbij werd expliciet vermeld dat er geen sprake is van overcom- pensatie in het Belgische systeem, waarmee de aanhangers van de afschaffing of vermin- dering van de groene subsidies in het ongelijk werden gesteld.


Revolutie Volgens het BOP is er sedert de tweede helſt van 2016 een onverwachte en spectaculaire stroomversnelling gekomen in de offshore windsector: in Nederland, Denemarken en Duitsland werden uitzonderlijk lage prijzen geboden voor offshore windprojecten. Analisten hadden het over een regelrechte revolutie in de offshore windsector. “Men dient er wel rekening mee te houden dat deze biedingen toekomstige projecten betreffen. Zo zullen over de recent toegekende Duitse projecten pas in 2021 finale investerings- beslissingen worden genomen, die waarschijn- lijk in 2025 operationeel worden”, aldus het BOP. Bovendien is ook opvallend dat een zelfde bieder op andere locaties in Duitsland en elders (Verenigd Koninkrijk) nog wel steun nodig heeſt. Hieruit blijkt nog maar eens dat de kosten van elk project verschillend zijn en bepaald worden door onder andere de specifieke locatie, de netaansluiting, de gekozen technologie (in Duitsland spreekt men van windturbines van 13-15 MW die nog niet beschikbaar zijn), het wetgevend kader en dergelijke.


De Belgische projecten die vandaag in de pijplijn zitten, werden toegekend sinds 2012 en sindsdien zijn er al reeds miljoenen euro’s geïnvesteerd in ontwikkelingskosten. Volgens


het BOP wachten deze drie projecten op een duidelijk kader om een investeringsbeslissing te kunnen nemen zodat tegen 2020 ook deze projecten groene stroom kunnen beginnen te leveren. Deze offshore windparken betekenen immers een essentiële bijdrage tot de Belgische 2020 hernieuwbare energie- en klimaatdoel- stelling. Deze parken hebben verschillende project- karakteristieken. Daarbij zal uiteraard rekening worden gehouden met de recente evoluties in de kosten voor offshore wind, evenwel binnen de specifieke Belgische context. Met de bevoegde overheden is overleg nodig om tot een marktconforme ondersteuning voor deze projecten te komen. In het kader van de herziening van het Marien Ruimtelijk Plan (MRP), zegt het BOP te ijveren voor nieuwe ruimte in de Belgische Noordzee na 2020 om bijkomend 2000 MW windenergie op zee te kunnen bouwen. Als aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan voor deze toekomstige locaties, wordt verwacht dat ook in de Belgische Noordzee in de nieuwe zones aanzienlijk lagere prijzen voor offshore wind gerealiseerd kunnen worden.


Dalende kosten goed nieuws Volgens het BOP betekenen de steeds verder dalende kosten voor offshore wind met hier en daar zelfs uitzicht op toekomstige, steunvrije ontwikkeling, zeer goed nieuws, zowel voor de consument als voor de offshore windindustrie. De nog jonge offshore windindustrie levert nu al toegevoegde waarde, schept banen en heeſt een positief effect op de handelsbalans en andere gunstige socio-economische effecten, aldus het BOP en het platform besluit: ”De competitieve kosten van deze koolstof-neutrale energietechnologie bieden immers interes- sante perspectieven voor de verdere groot- schalige ontwikkeling van windenergie op zee, in België, Europa en de wereld. De Belgische offshore windindustrie was bij een van de eersten om in te zetten op deze innovatieve technologie en exporteert nu reeds volop haar knowhow naar Europese en internationale projecten”. Wanneer alles volgens de plannen verloopt, zal de totale capaciteit aan offshore wind- energie in België 2142 MW (megawatt) bedragen tegen 2020 ofwel 7 procent van het totale elektriciteitsverbruik in het land. In het kader van het hierboven vermelde MRP zou daar nog eens binnen enkele jaren 2000 MW extra aan toegevoegd kunnen worden naar een totaal van 4241 MW.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28