search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
NUMMER 11 I 21 JUNI


15


Nederlandse offshore windindustrie blaast flinke deun mee


De Nederlandse offshore windindustrie komt op stoom. Door een stabiel langjarig overheidsbeleid neemt omzet en werk- gelegenheid toe. Doel is om in 2020 een industrie te hebben met een omzet van zeker 6 miljard euro die dan ook nog eens werk biedt aan 12.500 vaklieden (m/v). Speciaal om de Nederlandse industrie in de koppositie te houden, is door het ministerie van Economische Zaken in windpark Borssele een plek ingeruimd waar twee innovatieve molens gedemon- streerd kunnen gaan worden.


EDUARD VOORN


In de laatste week van april schreven negentig vooraanstaande hoogleraren een open brief aan politiek Den Haag. De boodschap moet de bouwers van offshore windparken als muziek in de oren geklonken hebben. ‘Wij doen een dringend beroep op het nieuwe kabinet om fors te investeren in de nieuwe economie. Zo’n 200 miljard euro is de komende decennia nodig om een nieuwe, slimme infrastructuur op te bouwen. Zo zijn forse investeringen nodig om duurzame energie als wind op zee op te schalen’. De SDE+ regeling, een belangrijke financiers- bron van windparken, moet in de ogen van de professoren worden verdubbeld, ‘als aanjaag- mechanisme voor de ondersteuning van private investeringen in duurzame energie- opwekking’. De bouwers van windparken op zee hebben nu al niet te klagen. Door een duidelijke agenda tussen overheid en markt, vastgelegd in het Energieakkoord, zijn er vijf windgebieden aangewezen. Twee zijn er aanbesteed, de overige tenders moeten voor 2020 zijn afgerond. In het akkoord wordt beschreven hoe het windvermogen op zee van 1.000 MW naar 4.500 MW in 2023 wordt verhoogd. Daarnaast is binnen de SDE+ een aparte categorie Wind op Zee gecreëerd met haar eigen budget en aanvraagprocedure. Het resultaat: omzet en werkgelegenheid zullen de komende jaren zonder problemen fors toenemen is de inschatting van markt- kenners. De grootste uitdaging is het vinden van voldoende geschoolde werknemers.


Windmolens Vanuit Topconsortium Kennis en Innovatie Wind op Zee (TKI Wind op Zee – zie kader), soort aanjager van offshore windparken, houdt Bob Meijer scherp de ontwikkelingen in deze sector in de gaten. Als programma- directeur schets hij regelmatig de ontwikke-


lingen. Hij schat dat op niet al te lange termijn de offshore windmolens geheel zonder subsidie geplaatst kunnen worden. “Nu al zie je de kosten – €/kWh of €/MWh – per tender teruglopen. Het begon in Denemarken met de biedingen op Horns Rev III (2015). De prijs- dalingen liepen door in Borssele I+ II (2016) en de Deense Nearshore (2016) en Kriegers Flak (2016)”.


Op Horns Rev III was de bieding 103 euro per MWh, Borssele I en II kwamen uit op 73 euro/ MWh en voor Borssele III en IV boden de winnaars 55 euro/MWh. De laagste tender- bieding was echter van Vattenfall voor Kriegers Flak, namelijk €49.90/MWh. Dat offshore overigens niet goedkoop is, bewijst de hoogte van de investeringen in dit laatste park. Voor de bouw van tussen de 60 en 75 molens – totale capaciteit van 600 MW – is ongeveer een bedrag nodig van 1,3 miljard euro. Maar dat is nog altijd 1,5 miljard euro goedkoper dan windpark Gemini – 600 MW, dat 8 mei 2017 feestelijk in gebruik werd gesteld. Volgens Meijer van TKI Wind op Zee zet deze trend door. “Het is een gevolg van het feit dat bedrijfsleven en kennisinstellingen keihard werken om die kosten omlaag te brengen. Maar onderschat ook niet de rol van het ministerie van Economische Zaken (EZ), die met een uniek tendersysteem kwam. Alle voorbereidende onderzoeken als bodem- gesteldheid en windklimaat en benodigde vergunningen werden door EZ gedaan. Daarnaast zat bij de tender ook een aansluiting op het net van TenneT. Dat zorgt ervoor dat bedrijven de gehele supply chain mee kunnen nemen om uiteindelijk met een scherpe biedingen te komen. Door conjuncturele ontwikkelingen is ook nog eens de rente laag, zodat de financieringskosten lager uit kunnen vallen”.


Onder de paraplu van het Energieakkoord zijn er nog drie tenders te gaan tot eind 2019. De opvolger, de Energieagenda, stelt dat er daarna jaarlijks voor de periode tot 2030 1 GW per jaar aan vermogen op zee bij kan komen. De Energieagenda gaat ervanuit dat er vanaf 2026 offshore windmolens zonder subsidie kunnen worden gerealiseerd. Meijer: “In theorie is het mogelijk om in de toekomst windturbines op zee te bouwen zonder subsidie. De laatste Duitse tenders hebben dat ook laten zien, hoewel het Duitse systeem zeker niet een-op- een te vergelijken is met het Nederlandse”.


Champions League Wat is de positie van de Nederlandse windmolenindustrie? Het is een misvatting


dat de markt voor offshore windturbines wordt gedomineerd door Deense en Duitse bedrijven. Een schets van onderzoeksbureau Roland Berger toont aan dat misschien gondel en bladen door buitenlanders wordt gemaakt, maar dat op het vlak van aansluiting op het energienet, engineering, inkoop, bouw en onderhoud aan de installaties, ontwikkelen van fundaties en leveren van schepen, kranen en ander equipment Nederlandse bedrijven toonaangevend zijn. Het gaat dan niet alleen om multinationals, maar ook om een krachtig midden- en kleinbedrijf en startups. Meijer ziet dat, ook als gaat om de ontwikkeling van de rotorbladen of apparatuur in de gondel componenten zitten die in Nederland zijn ontwikkeld en gebouwd. “We tellen ook mee op die andere onderdelen, maar het is minder zichtbaar. Er is voldoende perspectief voor alle onderdelen in de keten. Op het vlak van omzet en werkgelegenheid gaat het hard op dit moment. 6 miljard euro omzet in 2020 is realistisch”.


Tekort aan vaklieden Om de krachten van bedrijfsleven, kenniscentra en universiteiten te bundelen is vanuit TKI Wind op Zee het programma GROW (Growth through Research, development & demonstration in Offshore Wind) opgezet. De deelnemers in GROW willen de komende 5 jaar zo’n 50 miljoen euro in R&D investeren; daarbij zal een vergelijkbaar bedrag aan publieke midde- len tegenover gesteld worden. Het doel is om tot ontwikkelingen te komen waardoor de nieuwste generatie parken weer een stukje goedkoper worden, maar ook dat een betrouw- baar en stabiel energiesysteem ontstaat. Nu de markt de komende 10 jaar groeit, is het vinden van genoeg werknemers een uitdaging. Het aanlopen komt op een gunstig moment nu het minder gaat in de olie en gas. Vaklieden kunnen na omscholing overstappen naar de windenergiesector. Toch zal dat niet voldoende zijn. TKI Wind op Zee zette daarom samen met de Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA) het programma CAREER op. “Het


tekort aan goede vaklieden wordt groter als we niet gaan zorgen voor goede coördinatie op gebied van opleiden, her- en bijscholen”, stelt Meijer. “Voor de parken die nu worden opgeleverd, is het al uitdagend om mensen te krijgen voor onderhoud. We zullen veel harder moeten werken aan het werven en opleiden van mensen voor de offshore windsector”.


Innovatiekavel Om de BV Nederland in de top van de windenergie markt te houden is als onderdeel van het Energieakkoord Borssele V ingericht als een zogenoemd innovatiekavel. De aanleiding vormt het tekort aan demon- stratiefaciliteiten om baanbrekende innovaties van de grond te laten komen. Door TKI Wind op Zee is daarom dit kavel geïnitieerd met daarop twee windturbines met een gezamen- lijk vermogen van maximaal 20MW. De kavel biedt de mogelijkheid om innovatieve technieken te demonstreren, zoals turbines, rotorbladen, nieuwe funderingsconcepten, zoals drijvende of gravity based funderingen, of installatie-innovaties zoals nieuwe hei- methoden. Een mooi voorbeeld van nieuwe heitechnologie is het heien met water van de start-up Fistuca uit Delſt. “Onze rol is het bij elkaar brengen van partijen die gezamenlijk zo’n demonstratieproject kunnen realiseren”, legt Bob Meijer uit. “De tender gaat niet op prijs maar om het innova- tieve gehalte. Belangrijk is verder dat er een bijdrage wordt geleverd aan de Nederlandse economie en dat onze kennispositie wordt versterkt. Op de innovatiekavel worden technologieën gedemonstreerd die al verder in ontwikkeling zijn. Het moet echt wel aan het eind van een productontwikkelproces zitten. Je praat over grote investeringen. De investeerders willen graag zeker weten dat die technologie aan alle eisen voldoet. Soms is het dan belangrijk om het offshore te demonstreren”.


Wat doet het TKI Wind op zee? Topconsortium Kennis en Innovatie Wind op Zee (TKI Wind op Zee) is onderdeel van de Topsector Energie. Het programma van het TKI Wind op Zee richt zicht op kostenreductie van offshore windenergie, het vergroten van de bijdrage van de Nederlandse offshore windindustrie aan de implementatie van offshore wind in Nederland en het versterken van hun concurrentiepositie in de internationale export markt. Het TKI Wind op Zee voert de regie over de onderzoeks-, innovatieactiviteiten en implementatie van offshore windtechnologie voor de industrie (inclusief het MKB) in Nederland. Daarnaast garandeert het TKI Wind op Zee een snelle verspreiding en inzet van de ontwikkelde kennis, technieken en werkmethodes.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28