search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
NUMMER 11 I 21 JUNI


25


STUDIEBUREAU ADVISEERT: VERNIEUWING INFRASTRUCTUUR EN VERSTERKING CONCURRENTIE EN KOOPKRACHT


Windindustrie op zee in België goed voor circa 16.000 banen en miljard euro toegevoegde waarde per jaar


BRUSSEL ‘De elektriciteitsvoorziening in Europa en België staat op een keerpunt. De huidige infrastructuur is dringend aan vernieuwing toe en de bevoorradings- zekerheid moet gewaarborgd blijven. Ook het concurrentievermogen van de bedrijven en de koopkracht van de huishoudens dienen meer beschermd te worden, terwijl de economie koolstofarm moet worden’. Een en ander staat in een studie naar de socio-economische impact van de Belgische offshore windenergie, die het Belgian Offshore Platform (BOP) onlangs publi- ceerde. De studie werd uitgevoerd door ‘Climact’ een onderzoeks- en studiebureau in de universiteitsstad Louvain-la-Neuve in Wallonië. Het BOP verenigt de belangrijkste partners, die investeren in hernieuwbare (wind)energieproductie op de Belgische Noordzee.


JAN SCHILS


Enkele van de belangrijkste conclusies van de studie houden in, dat offshore windenergie cruciaal is voor het behalen van de Belgische hernieuwbare energiedoelstellingen en dat de windindustrie op zee goed is voor circa 16.000 banen en voor ruim 1 miljard euro toegevoegde waarde per jaar. Ook verbeteren investeringen in deze vorm van energieopwek- king de Belgische handelsbalans en is de netto impact op de overheidsfinanciën licht positief. Tenslotte heeſt offshore windenergie een neerwaartse impact op de marktprijs voor elektriciteit en gunstige effecten op het klimaat, de volksgezondheid en luchtkwaliteit. De offshore windindustrie is nog betrekkelijk jong; in België werden de eerste windmolens in zee geïnstalleerd in 2009. Momenteel is reeds 712 MW offshore windenergie operationeel en tegen 2020 komt daar nog eens 1400 MW (het dubbele) bij. Met 2292 MW windenergie op zee zal dan ongeveer 8,5 TWh elektriciteit opgewekt kunnen worden, of ongeveer 10 procent van de totale vraag naar elektriciteit. Dat staat gelijk met ongeveer de helſt van de hernieuwbare energiedoelstelling tegen 2020. Bijkomende offshore windcapaciteit tegen 2030 van 1,5 tot 2 GW is nodig om te kunnen voldoen aan de Europese klimaatambities tegen dat jaar. Volgens de studie staat België momenteel wereldwijd met de huidige operationele windparken op de zesde plaats wat betreſt geïnstalleerde capaciteit. In 2016 gingen na Groot-Brittannië, Duitsland en Denemarken ook Nederland en China België voorbij omdat er toen nog maar weinig installaties klaar waren (Nobelwind was onder constructie). Eind 2016 bekleedde België de vierde plaats op het vlak van geïnstalleerde capaciteit per inwoneraantal. In dit verband merkt de studie op dat het belangrijk is voor België om deze voortrekkers- rol nog te versterken, omdat op die manier extra banen worden geschapen in alle deelaspecten van de offshore windenergieontwikkeling zoals in onderzoek, design, projectontwikkeling, constructie, installatie en onderhoud, zowel in België als in het buitenland. “Deze competen- ties en vaardigheden leiden vandaag al tot een hogere toegevoegde waarde, veel nieuwe banen en een positieve impact op de handels- balans. De ontwikkeling van een thuismarkt voor offshore windenergie biedt de industrie een essentiële hefboom om actief deel te nemen aan projecten in het buitenland”, zo zeggen de opstellers van de studie. Het beleid speelt volgens hen een cruciale rol in deze context: “Offshore wind is een essentiële bouwsteen in de energietransitie. De kosten van offshore windenergie zijn bekend. Ze geven aanleiding tot bezorgdheid bij de regering en de regulator, die ook door de windenergie- sector wordt gedeeld”. De socio-economische effecten bleven tot op heden onderbelicht. Daarom heeſt het BOP Climact opgedragen om de socio-economische return van offshore wind in kaart te brengen.


Het nemen van politieke beslissingen vereist immers kennis van de voor- en nadelen van de keuzes in een energiebeleid. Enkele typische vragen in het kader van de offshore windenergie zijn bijvoorbeeld: worden sommige onderdelen van een windmolen in België ontworpen of gemaakt? Hoeveel banen levert ons dit op? Hoeveel technici hebben we nodig om de windmolenparken te laten draaien en te onderhouden in 2030? De studie analyseert de socio-economische impact van de ontwikkeling van de offshore windindustrie op de Belgische economie vandaag en in de nabije toekomst (2030). ‘Om dit te doen, moeten we de industriesectoren identificeren die baat hebben bij de investe- ringen voor offshore windenergie’, zegt de studie. De offshore windindustrie omvat een breed veld van verschillende spelers, gaande van projectontwikkeling en financiering, over fabricage en bouw, tot en met exploitatie en onderhoud. Deze studie gebruikt een model van het Belgische Federaal Planbureau om een socio-economisch model voor offshore windenergie op te stellen. Er werden aanvullende analyses uitgevoerd om de impact van offshore windenergieontwikkeling op de handelsbalans en de overheidsfinanciën in te schatten. Verder werd de impact van de offshore windenergieontwikkeling op de groothandelsprijzen voor elektriciteit onder- zocht. Tot slot werd ook de economische impact van het vermijden van uitstoot van broeikasgassen ingeschat. Dat alles leidde meer bepaald tot de volgende bevindingen zoals (om te beginnen): offshore windenergie is essentieel voor het behalen van de Belgische hernieuwbare klimaatdoelstellingen.


Negen offshore windparken in 2020 Zo is de doelstelling voor 2020 gebaseerd op de realisatie van 9 offshore windprojecten, die tegen dat jaar 2292 MW nieuwe geïnstalleerde capaciteit zullen opleveren. Deze parken zullen ongeveer 8,5 TWh produceren. In het kader van de Europese 2020 doelstellingen, moet België 13 procent hernieuwbare energie halen, verdeeld over alle sectoren, hetgeen 21 procent betekent voor de elektriciteitssector. Uitgaande van een stabilisatie van het elektrici- teitsverbruik rond 80 TWh in 2020, kan offshore wind tot 50 procent van de Belgische hernieuw- bare energiedoelstelling realiseren. De 4000 MW totale offshore windenergie- capaciteit voor 2030 is gebaseerd op het groene transitiescenario van het netwerkontwikkelings- plan van Elia NV, de beheerder van het Belgische hoogspanningsnet. ‘Gezien de te verwachten verdere daling van de kosten van offshore windenergie, is er voldoende gelegenheid om de offshore windenergiecapaciteit verder uit te bouwen. En hoewel deze oefening maar gaat tot 2030, zal offshore windenergie ook daarna blijven evolueren. Samen met de exploitatie van de parken, zullen de oudere parken vernieuwd moeten worden. Mogelijk kunnen er ook nieuwe parken ontwikkeld worden en kan samen- werking met landen met grotere nationale zeegebieden onderzocht worden. We verwach- ten dus een voortzetting van de economische impact zelfs na 2030’, aldus de studie. De ontwikkeling van de Belgische offshore windindustrie, met de daaraan verbonden exportactiviteiten, zal tot 16.000 banen opleveren voor ontwikkeling, constructie, exploitatie en onderhoud van de parken, zo voorspelt de studie. Meer specifiek kan de offshore windindustrie een belangrijke bijdrage blijven leveren (direct of indirect) in de totale Belgische energiesector met zijn reeds bestaande 50.000 directe banen in het land zelf, en via exportactiviteiten, in Europa en elders in de wereld. Deze banen zijn vooral terug te vinden in de professionele technische dienstverlening (zoals engineering) met bijna 40 procent van de gecreëerde banen, maar ook in de bouw, transport en financiële diensten (elk met 10


tot 15 procent van de gecreëerde arbeids- plaatsen). Het idee van directe en indirecte banen verwijst naar aanwerving in firma’s die rechtstreeks de eindvraag bedienen (onder de vorm van exports, eindconsumptie of investeringen) of naar indirecte aanwerving via hun leveranciers.


Handelsbalans De studie wijst erop dat de Belgische offshore windindustrie reeds actief is in andere landen door export van kennis, producten en diensten. De handelsbalans is de som van de vermin- derde elektriciteitsimport dankzij hogere binnenlandse offshore elektriciteitsproductie, plus de extra uitgevoerde goederen en diensten van Belgische bedrijven actief in de industrie, min de ingevoerde goederen en diensten nodig om de Belgische offshore windparken te bouwen. Het vermijden van elektriciteitsimport is gebaseerd op de capaciteitsontplooiing (hierboven reeds vermeld) en leidt tot 8,5 TWh in 2020 en 14,7 TWh in 2030. Zo kan een import van elektriciteit van bijna 0,5 miljard euro per jaar (2016) vermeden worden tegen 2030 (gebaseerd op een groothandelsprijs voor elektriciteit van 40 euro per MWh). Export van de Belgische offshore windindustrie voegt ongeveer 1 miljard euro (2016) per jaar toe tot in 2030. Import van de Belgische offshore windindustrie loopt op tot een negatieve 0,5 miljard euro (2016) per jaar tot in 2030. De huidige nettowaarde van het handelsbalans- effect bedraagt ongeveer 13 miljard euro (2016) gecumuleerd over de periode 2010–2030, en in 2030 bedraagt het effect 1,4 miljard euro. Deze impact is de sleutel om te komen tot een bredere macro-economische impact, omdat het betekent dat momenteel naar het buiten- land meer geld vloeit dan terug in de Belgische economie wordt gepompt, aldus de studie.


Overheidsfinanciën Voor de impact op de overheidsfinanciën moeten we volgens de studie kijken naar de volledige impact van de offshore windindustrie. Dit combineert drie effecten: verminderde overheidsuitgaven door jobcreatie (minder sociale zekerheid), extra overheidsinkomsten door inkomensbelastingen en natuurlijk de nodige overheidsuitgaven om de offshore ontplooiing te ondersteunen. Het is recht- streeks gerelateerd aan de veronderstelde ontplooiing in de drie geografische zones: België, Europa en de rest van de wereld. De creatie van banen zorgt voor besparingen in de sociale zekerheid die tot 0,4 miljard euro (2016) per jaar bedragen en extra inkomsten- belastingen opbrengen van 0,3 miljard euro (2016) per jaar. Beide nemen toe met extra ontplooiing en jobcreatie. De kosten van subsidies nemen weliswaar toe (0,5 miljard euro in 2016) maar alleen tot 2020. Omdat de toekomstige kosten van offshore windenergie nog niet bekend zijn, werd er geen rekening gehouden met de impact na 2020. Als we deze drie effecten combineren, is de netto impact op de Belgische overheidsfinan- ciën gecumuleerd over de 2010-2020 periode positief met 1 miljard euro (2016). Dit betekent volgens de studie dat de recente discussie over subsidies voor offshore windenergie eenzijdig is, omdat er geen rekening wordt gehouden met het macro-economische belang van de verdere ontplooiing van de Belgische offshore windindustrie, zowel in de thuismarkt als in het buitenland.


Lagere marktprijs en subsidies De toename van elektriciteitsopwekking door technologieën met lage operationele kosten zoals offshore wind en andere hernieuwbare energiebronnen, heeſt een neerwaartse impact op de marktprijs van elektriciteit, zo hebben de opstellers van de studie becijferd. Dit effect geldt voor 100 procent van de op de markt gekochte elektriciteit. De subsidies die uitgekeerd worden voor de offshore wind-


productie, zijn momenteel goed voor ongeveer 3 procent van de Belgische elektriciteits- productie. Dit effect wordt beschreven in verschillende studies over het zogenaamde Merit Order Effect. De toename van hernieuwbare energiebronnen heeſt bijgedragen tot het inperken en zelfs verlagen van de groothandels- prijzen in vele markten door een verschuiving in de merit order curve en door een deel van de conventionele thermische centrales te vervangen, die hogere marginale productie- kosten hebben. Afhankelijk van hun uitgangs- punten, schatten deze studies de merit order impact tussen 3-23 €/MWh. De merit order impact is vergelijkbaar in grootte met de impact van de gemiddelde subsidies voor offshore windenergie per verkochte MWh. Ook de CREG, de federale energiewaakhond in België, erkent dit merit order effect in haar rapport van 2013. De CREG stelt dat de verlaging van de elektriciteitsprijzen op ENDEX door het grote aandeel hernieuwbare energie in de elektriciteit veel groter is dan de impact van de kosten van offshore windenergie op de elektriciteitsfactuur (op dat ogenblik bedroeg de offshore bijdrage 2,2 euro per MWh). De offshore windkosten bedragen momenteel 3,8 euro per MWh, nog altijd onderaan de schaal van het bereik zoals geïdentificeerd voor het Merit Order Effect. De subsidiekosten verminderen ook in de tijd, omdat ze niet inflatiegebonden zijn zoals de rest van de economie. Uitgaande van een 2 procent inflatie, levert dat 40 procent vermindering van de ontvangen subsidies op in het laatste jaar van de subsidieperiode.


Impact op klimaat en gezondheid Bovengenoemde cijfers houden geen rekening met de positieve impact van offshore windenergieontplooiing op andere kwesties zoals volksgezondheid, luchtkwaliteit en lagere uitstoot van broeikasgassen die helpen het klimaat te stabiliseren, de zogenaamde externe effecten. Het inschatten van de economische kosten van klimaatverandering betekent een grote uitdaging omdat de impact een erg breed scala omvat zoals onrust buiten Europa door handelsinvloeden, infrastructuur, geopolitieke en veiligheidsrisico’s, evenals migratiekwesties. Historisch gezien hebben klimaatgerelateerde extreme gebeurtenissen in de Europese lidstaten al meer dan 400 miljard euro aan economisch verlies veroorzaakt sinds 1980. Het verbeteren van de luchtkwaliteit heeſt een meer rechtstreeks positief effect op de overheidsfinanciën door het verlagen van de kosten voor de gezondheidszorg. De OESO schat de kosten van luchtvervuiling in op ongeveer 1 procent van het algemeen bruto binnenlands product (bbp). De offshore windenergieontplooiing in België zorgt voor een belangrijke vermindering van de broeikasgassen. Vergeleken met een klassieke gascentrale zou offshore windelektriciteit een vermindering van bijna 6 MtCO2 per jaar opleveren tegen 2030. Deze impact is twee keer zo groot voor de invoer van elektriciteit opgewekt op basis van steenkool. Dit is 5 procent van de Belgische uitstoot in 2015 (118 MtCO2) en 50 procent van de emissies van elektriciteitsopwekking (12 MtCO2). Afhankelijk van de kostprijs van koolstof nodig voor de transitie naar lage koolstofenergie, zou deze reductie leiden tot een theoretische besparing van 200 miljoen euro in 2030 met een koolstofprijs van 40 euro per tCO. De studie besluit met op te merken, dat België een pionier is en een van de koplopers op het vlak van offshore windenergie. Niet alleen vanwege de noodzakelijke bijdrage tot de Belgische klimaat- en hernieuwbare energie- doelstelling, maar ook door de talrijke socio- economische voordelen verdient het aanbeve- ling om verder te blijven investeren in deze koolstofneutrale elektriciteitsopwekking.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28