This page contains a Flash digital edition of a book.
De cijfers zijn al vrij concreet. Meijering schat in dat er op jaarbasis zo’n 4,5 kiloton waterstof door de leiding zal stromen. Als je dat koppelt aan de hoeveelheid CO2


die


minder wordt uitgestoten, rekent hij op zo’n tien kiloton per jaar. “Dat is nog niet de maximaal haalbare besparing”, voegt hij toe. “In de opschalingsfase ga je nog fors meer emissiereductie realiseren.”


Waterstofnet Met opschalen doelt Meijering niet alleen op een grotere stroom van waterstof van Dow naar Yara, maar op de aansluiting van meerdere bedrijven op een ‘waterstofnet’. “Denk aan Arcelor-Mittal, Zeeland Refinery, allemaal partijen die ofwel waterstof over hebben, of nodig hebben. Als je die partijen weet te koppelen aan zo’n net en slim om- gaat met windenergie, dan liggen daar schitterende kansen voor een waterstof- economie. Let wel, ik heb het dan over waterstof als grondstof, niet als brandstof, tenminste niet in een eerste fase.”


Samenstelling Casussen waarbij industriële symbiose wordt gerealiseerd, zijn nog relatief zeld- zaam. “Het project met Dow en Yara is wel vrij uniek”, geeft hij toe. “Maar als je kijkt bijvoorbeeld naar restwarmte zie je in ande- re delen van Nederland ook goede dingen gebeuren.” Dat Dow en Yara dicht bij elkaar liggen en dat er ook nog eens een pijplijn blijkt te liggen over een deel van het traject, waarbij


Over Impuls Zeeland


Impuls is de ontwikkelingspartij die als doelstelling heeft de provinciale economie naar een hoger plan te bren- gen. Impuls heeft drie pijlers, te weten: nieuwe bedrijven naar Zeeland ‘halen’, hulp bieden aan nieuwe bedrijfsmatige (starters)initiatieven (financieel, vinden van partners, huisvesting, etc) en als laatste: projectontwikkeling. Onder projectontwikkeling vallen de com- plexere projecten waarbij meerdere bedrijven en/of kennisinstellingen bij betrokken zijn. Bij dit soort projecten worden bestaande plannen versneld of concreet gemaakt. Dat gaat bijvoor- beeld over consortiumvorming, finan- ciering, contacten leggen tussen bedrijfsleven onderling, overheden, enzovoorts. Smart Delta Resources valt onder die laatste pijler.


ook nog eens het lastigste deel al is aan- gelegd, is uiteraard van doorslaggevend belang bij deze casus, maar vind je dat soort omstandigheden ook wel op andere plek- ken in Nederland? Meijering: “Jazeker, die zijn er echt wel. Vooral als je heel goed kijkt naar bijvoorbeeld restwarmtekoppelingen zijn er nog ontzettend veel mogelijkheden. Kijk maar naar het havengebied van Rotter- dam, naar Chemelot, allerlei bedrijven in


Het WarmCO2 project


De Nederlandse glastuinbouw is een inte- ressante, en vaak onderschatte sector. Als je de kassen zou vervangen door beton- nen fabrieken, zou niemand eraan twij- felen dat de glastuinbouw pure proces- industrie is. Je neemt een zaadje en met een aantal hightech oplossingen weet je 70 kilo tomaten per vierkante meter te produceren.


En er is nog iets interessants aan de glas- tuinbouw: kwekers hebben CO2


nodig, het


ten te laten groeien. Helaas verdwijnt het grootste deel van die CO2


liefst zo zuiver mogelijk. Sterker nog, veel grote tuinders hebben een aansluiting op het OCAP-netwerk, waarmee ze zuivere CO2


ramen en kieren toch weer de kas. De gesloten kas, een concept waarbij er nau- welijks uitwisseling plaatsvindt tussen de buitenlucht en de kas, is duur en op veel punten lastig te realiseren.


Kassen hebben ook warmte nodig. Anders valt er weinig te verbouwen, vooral in de koude maanden. De warmte, die meestal via een verwarmingsbuis vlak boven de vloer in de kassen wordt gebracht, dient ook om het klimaat (vocht) in de kas te kunnen reguleren. Veel tuinders begon- nen zo’n vijftien jaar geleden aan het opwekken van hun eigen warmte en elek- triciteit middels WKK’s. Op een gegeven moment waren er tuinders die de rol van mini-energiemaatschappij aannamen: ze leverden elektriciteit terug aan het net, terwijl er nauwelijks nog gekweekt werd. Die tijd is inmiddels voorbij, vooral door de hoge gasprijzen.


De glastuinbouw is dus op zoek naar alternatieve methoden om de kassen te verwarmen. Geothermie deed zijn intrede bij enkele pioniers, maar hierbij dienen nog best wat hobbels te worden geno-


in hun kassen laten stromen om plan- via beluchtings-


men. Het uitwisselen van warmte tussen verschillende bedrijven lijkt misschien nog


wel interessanter te zijn en het WarmCO2 project is daar een uitermate fraai voor- beeld van.


Bij Yara in Sluiskil wordt onder meer salpe- terzuur en ammoniak geproduceerd ten behoeve van de productie van kunstmest.


in het milieu terecht zou komen en de warmte weggekoeld zou worden, wordt bij het WarmCO2


Bij deze productie komt zowel zuivere CO2 als warmte vrij. Op steenworp afstand ligt een glastuinbouwcomplex waar behoefte is aan beide zaken. Waar de CO2


Yara zeer effectief ingezet in het glastuin- bouwgebied.


middels een separate leiding van Yara naar het glastuinbouwgebied.


Middels een pijpleiding wordt water van 89 graden naar het tuindersgebied geleid en wordt de warmte met warm- tewisselaars in de kassen gebracht. Yara beschikt over 76 MW thermisch vermo- gen die richting de kassen kan worden getransporteerd. Daarnaast beschikt Yara over een buffer van 51MW thermisch om eventuele piekbelasting op te kunnen vangen. Het hele proces verloopt geauto- matiseerd (tuinders hebben geavanceerde klimaatcomputers) en zowel afnemer als leverancier hebben nauwelijks omkijken naar het systeem. De zuivere CO2


stroomt normaliter project het overschot van


Groningen, enzovoorts. Zeeland is in die zin niet uniek, zeker niet. Ik denk wel dat Zeeland tamelijk bijzonder is in de schaal- grootte waarop we industriële symbiose kunnen realiseren én dat we in Zeeland en aangrenzend in West-Brabant en Vlaande- ren een unieke samenstelling van diverse bedrijven hebben. Denk aan chemie, raffina- derijen, staalindustrie en food. Alles zit hier. Dat maakt dat er beter te combineren is.”


Het WarmCO2


project in schematische vorm. Het project draait al vijf jaar met veel succes.


33


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48