of echte boeven?
je wel eens in films ziet: als je een bedrijf wilt binnendringen, is het slim om eerst het brandalarm te laten afgaan. In de paniek die er op volgt, heb je een grotere kans van slagen. Er zijn helaas ook al voldoende echte casussen waarbij een DDoS-aanval wordt gevolgd door een fysieke breach, bij de toegangscontrole dus. Als je er voor zorgt dat de bewaking het te druk heeft met de DDoS-aanval, maak je simpelweg meer kans om langs de controle te kunnen glippen.” Dat wetende, kan je echter ook stellen dat op het moment dat er een DDoS-aanval plaatsvindt, het zaak is dat er niemand door de toegangscontrole wordt gelaten en dat de cyberbeveiliging wordt verscherpt. “Klopt,” meent Jutte, “maar dat heeft alles te maken met de mate waarin een organisatie op dit soort gevallen is voorbereid.”
IT vs OT Er is een discrepantie tussen de IT- en OT- domeinen. Waar het IT-domein in de regel voorzien is van de meest up-to-date beveili- ging, loopt het OT-domein vaak achter. Dat de OT-hardware vaak zomaar tien jaar ouder is dan de IT-hardware binnen hetzelfde be- drijf hoeft nog niet eens het grootste pro-
bleem te zijn. “Zulke legacy-systemen kun je op zich nog steeds prima beveiligen,” meent Jutte, “mits je de juiste maatregelen treft. De truc is dat je je netwerk opnieuw confi- gureert en/of segmenteert. Als wij bij een bedrijf aan de slag gaan om de cybersecurity op orde te krijgen, verdelen we het netwerk vaak onder in zogenaamde ‘zones’ en ‘con- duits’. Je isoleert dan delen van het systeem die een risico vormen voor je cybersecurity. Veel netwerken zijn twintig, of soms wel der- tig jaar geleden opgezet en in de loop van de tijd zijn daar allerlei apparaten aan toege- voegd. In het OT-domein weten ze vaak niet meer precies hoe hun netwerk nu eigenlijk in elkaar zit. Het documenteren van wijzigingen aan het netwerk gebeurt niet altijd en OT’ers hebben vaak te maken met productiechefs die vooral weer ‘snel willen kunnen draaien’. Na dertig jaar heb je dus een onoverzichtelijk en potentieel gevaarlijk netwerk. Maar dat kan je prima verhelpen door een assessment uit te laten voeren en maatregelen te treffen. Bijvoorbeeld door te zorgen dat machines met een hoog risico, die onderdeel uitmaken van een productieproces, in een eigen zone geïsoleerd worden en niet direct op internet worden aangesloten.”
Mens, Organisatie en Techniek Volgens Jutte is het echter vooral belangrijk om verder te kijken dan de hardware en software alleen: “Het gaat om de cybersecu- rity pijlers mens, organisatie en techniek. Alleen als je al die factoren op orde hebt, heb je voldoende kans om je te weren tegen cyberaanvallen. Je kan eindeloos investeren in firewalls, maar als je overal je login en wachtwoord op verschillende devices in je plant hebt geschreven, ben je niet slim be- zig. Zo was ik laatst nog bij een bedrijf waar een bepaald apparaat stond met daarop een briefe met inlognaam en password. Dat apparaat en dus ook de inloggevens werden door zo’n honderdvijftig man gebruikt. Je kan je voorstellen dat er ook weleens mensen ontevreden zijn, of bij dat bedrijf vertrekken. Met deze algemeen gebruikte inloggegevens wordt het moeilijk de ver- antwoordelijke op te sporen wanneer er iets gebeurt. Op het moment dat zo’n apparaat ook remote te bedienen is, heb je wel echt een probleem. Je kan nooit meer achterha- len wie er in je systeem is bezig geweest. Als bedrijf heb je dus duidelijke en strenge voorschriften nodig. En houdt iedereen zich daar ook aan? Is daar controle op? Is je per-
25
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48