Ondersteunende functies
45
dat is overleden. In zo’n geval moest door ons als ‘reisbureau’ alles uit de kast worden gehaald om de betref- fende militair per vliegtuig tijdig in Nederland te laten arriveren. In meer dan 90 procent van de gevallen kregen we dat gelukkig ook voor elkaar.’ Maar ook het gewone personeels- werk was intensief. ‘Het is een legpuzzel met veel stukjes die vanwege de voortgang van een missie naadloos op elkaar moeten aansluiten. Er vertrekken mensen naar huis en er worden nieuwe militairen ingevlogen, waarbij geen hiaten mogen ontstaan. Ook overdracht- en inwerksituaties moeten adequaat geregeld zijn. Het gaf telkens weer voldoening als de puzzel sluitend was gemaakt’, aldus Jacques. ‘Ik merkte dat onze inzet werd gewaardeerd,’ voegt hij eraan toe, ‘al is ondersteunend werk lang niet altijd goed zichtbaar. Het is werken in de schaduw.’
Vincent van Ophem
‘Cruciale rol voor de tolk’
Libanonveteraan Vincent van Ophem diende in 1982 en 1983 als tolk twee perioden bij de UNIFIL- missie. ‘Ik studeerde Arabisch aan de Universiteit van Amsterdam en hoorde van een studiegenoot dat hij als tolk naar Libanon was geweest. Dat leek me een mooie kans, dus heb ik me aangemeld. Van het leger wist ik niets. Salueren, een persoonlijk wapen in handen gedrukt krijgen, het was voor mij allemaal onbekend en nieuw.’ Zo vat hij het begin samen. In Libanon werd Van Ophem met de titulaire rang van kapitein (‘met bijbehorende prima betaling’)
ingedeeld bij de staf van het Nederlandse bataljon. Hij deed er ook inlichtingenwerk, vooral waar het ging om de diverse milities in het gebied. Wanneer een pelotons- commandant op de thee ging bij plaatselijke notabelen en bij allerlei andere gelegenheden zorgde hij voor de vertaling. Spannende momenten waren er ook. ‘Zeker als er Palestijnen werden tegengehouden die in Israël een aanslag wilden plegen. Dan ging het erom dat ze zonder gezichts- verlies hun wapens konden inleveren. In zo’n situatie speelde je als tolk, als jong ventje van 21, een cruciale rol.’ In juni 1982 was hij getuige van de Israëlische invasie in Libanon: ‘De vluchtelingenstroom van toen maakte grote indruk. Al die pick-ups met een matras en vijf, zes kinderen in de laadbak.’ ‘Voor mij was UNIFIL een piek- ervaring met in een aantal situaties een grote verantwoordelijkheid, maar daarna ben ik verder gegaan met mijn leven’, zegt Van Ophem terugkijkend op toen. Hij studeerde af en werkte lange tijd bij Shell. Nu is hij zzp’er en zet hij zijn expertise inmiddels ook weer in voor Defensie. Met name bij 1 Civiel en Militair Interactiecommando, als comman- dant van een van de specialistische reservistennetwerken.
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76