search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
den van een redelijk bekwaam en redelijk handelend tandarts. Klaagsters klacht is daarom gegrond. Hiermee komt de vraag aan de orde of de door klaagster gevor- derde schadevergoeding toewijsbaar is. Klaagster hoorde pas van het probleem nadat haar nieuwe tandarts het met haar besprak. Klaagster heeft er daarop voor gekozen de noodzakelijke mondheelkun- dige behandelingen te ondergaan om het probleem op te lossen. De Geschillenin- stantie Mondzorg acht het daarom aan- nemelijk dat, als de tandarts deze proble- matiek in 2013 of 2014 met klaagster (en haar ouders) had besproken, klaagster toen had gekozen de noodzakelijke or- thodontische behandeling te ondergaan. Omdat klaagsters gebit sindsdien verder is gegroeid, acht de Geschilleninstantie Mondzorg het verder aannemelijk dat die behandeling toentertijd minder ingrij- pend zou zijn geweest. De Geschillenin- stantie Mondzorg acht het voorts aanne- melijk dat klaagster haar kosten toenter- tijd ten laste had kunnen brengen van een aanvullende zorgverzekering. Gelet hier- op meent de Geschilleninstantie Mond- zorg dat klaagsters schade in redelijkheid geheel aan de tandarts kan worden toe- gerekend.


– Uitspraak – D


e Geschilleninstantie Mondzorg oordeelt dat de klacht gegrond is,


wijst de door klaagster gevorderde scha- devergoeding toe en bepaalt dat het door klaagster betaalde griffi egeld (€ 75,00) door de tandarts aan klaagster moet wor- den vergoed. NT


COMMENTAAR Bart Admiraal


‘ In de mond gekeken… niets gezien’


D


e mondzorgberoepskoe- pels hebben het initiatief


DEZE RUBRIEK BEVAT SAMENVATTINGEN VAN UITSPRAKEN VAN DE CENTRALE KLACHTENCOMMISSIE VAN DE KNMT, DE REGIONALE TUCHTCOLLEGES EN HET CENTRAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG EN DE GESCHILLENINSTANTIE MONDZORG. IEDERE SAMENVATTING WORDT VAN COMMENTAAR VOORZIEN DOOR EEN ONAFHANKELIJK DESKUNDIGE


genomen tot oprichting van de Stichting Geschilleninstantie Mondzorg, daartoe verplicht door de Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg, de Wkkgz. Zorgaanbieders dienen zich aan te sluiten bij deze geschillenin- stantie. Voor deze na een uiting van onvrede door een patiënt in zicht komt, is een heel traject doorlopen. Dat begint met een goed gesprek tussen patiënt en zorgaanbieder . Biedt dat geen oplossing, dan komt een interne klachtencommissie in beeld en/ of bemiddeling door de klachten- functionaris. Pas als dit niets uithaalt, komt de Geschilleninstantie Mondzorg in beeld. Het geschil kan dan, op basis van het Reglement, worden opgelost met een uitspraak in de vorm van een bindend advies, zonder beroepsmogelijkheid. Ook kan de Geschilleninstantie een schadevergoeding toewij- zen tot 25.000, euro, maximaal. Aanvankelijk was dat bedrag re- den om te vrezen voor een grote toename van het aantal klachten, maar dit heeft zich niet voorge- daan (zie ook www.geschillenin- stantiemondzorg.nl). Centraal staat uiteraard het eer- ste gesprek tussen zorgaanbie- der en patiënt om er samen uit te komen, en een eventuele fi nan-


ciële claim samen te schikken. Het is een groot voordeel om sa- men aan de bal te blijven en het spel fatsoenlijk uit te spelen, dat scheelt een hoop gedoe. In deze zaak is dat niet gelukt. De claim is duidelijk: gemiste diagnose, geen adequaat dossier, wisselgebitprotocol, en geen communicatie tussen mond- hygiënist en tandarts. ‘Niet opgeschreven is niet gedaan’. Dan zakt de zo vaak gepromo- te MOED (Mondzorg Onder Eén Dak) je toch ietwat in de schoe- nen. Hier althans pakt dit slecht uit, met bovendien een uiterst mager en niet onderbouwd ver- weer: ‘wel in de mond gekeken, maar niets gezien. Wist niet dat er in de mond een blijven- de hoektand aanwezig was’. Het diagnostisch onderzoek beperk- te zich hier tot gaatjes zoeken, meer niet. Als een wetenschap- pelijk, universitair opgeleide tandarts zijn territorium wil beschermen, zal hij uit een ander vaatje moeten tappen. Daar is meer MOED voor nodig. NT


Bart Admiraal is tandarts- niet prakkezerend en jurist bij JURISPREVENTIE met focus op patiëntenrecht, klacht en tuchtrecht


51 NT


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56