14 interview
Hoe heeſt u dit verband tussen cariës en strengheid ontdekt? “Naast vragenlijsten heb ik ook met video-observaties gewerkt. We hebben gekeken naar twee groepen: kin- deren zonder gaatjes en kinderen met vier of meer gaatjes. Deze kinderen moesten samen met een van hun ouders in de tandartspraktijk niet tandheelkundig gerelateerde taken uitvoeren. Bijvoorbeeld het tekenen van een huis of een leertaak die net iets te moeilijk was. Hieruit bleek een signifi cant verschil tussen ouders van kinderen met en zonder gaatjes. Ouders van kinderen zonder gaatjes lieten meer positieve betrokkenheid bij het kind zien, gaven meer compli- menten en hadden een groter probleemoplossend ver- mogen. Ouders van kinderen met gaatjes vertoonden vaker dwingend disciplinerend gedrag, gaven het kind meer kritiek en dreigden meer met straf. Deze methode van het meten van oudervaardigheden en ouder-kind interacties is ontwikkeld aan de Universiteit van Maas- tricht, die mij bij de uitvoering heeſt geholpen.”
Allochtone kinderen hebben vaak meer cariës. Hebben zij wellicht strengere ouders? “We hebben twee keer een observatieonderzoek gedaan, waarbij we de tweede keer allochtone ouders betrokken. Hieruit kwam hetzelfde als bij het eerste onderzoek. Positieve betrokkenheid, positieve bekrach- tiging en probleemoplossend vermogen bleken ook hier positief samen te hangen met het aantal gaatjes in het gebit van de kinderen. Het is dus helemaal niet af ankelijk van je af omst hoe je de opvoeding aan- pakt. Dat vond ik een positief resultaat. Wat we wel ontdekten was dat ouders van allochtone kinderen de oorzaken van cariës meer buiten zichzelf zochten. Cariës was in hun ogen meer een kwestie van toeval, pech of genetische achtergrond. Met zo’n at itude is het lastig om van een tandarts aan te nemen dat je het richting het kind anders moet doen.”
Het lijkt me moeilijk om als tandarts invloed uit te oefenen op het opvoedgedrag van ouders… “We hebben ook groepsinterviews met ouders gedaan. Hieruit kwam naar voren dat men de toon van de zorg- verlener vaak zo negatief en belerend vond en dat er weinig begrip was voor hoe moeilijk het soms is om thuis met het kind om te gaan. Als je als ouder zo’n houding van zorgverleners ervaart, dan sta je niet open voor gedragsverandering. Als een tandarts laat blijken dat hij de ouder begrijpt en graag wil helpen, dan staat deze meer open voor een gesprek. Dat hoeſt niet eens zoveel tijd te kosten. Wat ik duidelijk niet wil, is dat
NEDERLANDS TANDARTSENBLAD jaargang 71/16, 7 oktober 2016,
www.ntdigitaal.nl
tandartsen enorm in de opvoeding van een kind gaan ingrijpen. Dat is niet haalbaar en niet nodig.”
Hoe zou je dat als tandarts concreet aan kunnen pakken? “Als je merkt dat het thuis wat moeizamer gaat, moet je met een ouder in gesprek gaan. Overigens kan ook de preventie-assistent dit doen. Misschien moet je er met de ouder ook even rustig bij gaan zit en. Als je dan een beetje doorvraagt – zonder dat je te persoonlijk wordt als dat niet bij je past – hoor je vaak vanzelf dat het niet lukt om de kinderen aan het poetsen te krijgen of de voedingsmomenten te beperken. Je zou dan een tip kunnen geven die opvoedingsgerelateerd is. Bijvoor- beeld het vermijden van het woordje ‘nee’ richting het kind, want dat is te negatief. Als een kind vaak om een snoepje vraagt of iets zoets te drinken, dan kun je in plaats van ‘nee’ ook zeggen: ‘ja, dat mag om half vier’. Als het kind er dan weer naar vraagt, dan antwoord je weer met ‘ja’ en herinner je hem aan de afspraak. Dat is positiever en duidelijk.”
U bent moeder van jonge drie kinderen. Hoe pakt u het zelf eigenlijk aan? “Ik merk dat, als ik het trucje met ja zeggen toepas, het dan echt makkelijker gaat. Het is een veel leukere manier van opvoeden dan alleen maar nee te zeggen. Wat ik ook adviseer is om van het napoetsen een knuf- felmoment te maken. Dat doe ik zelf ook met mijn kin- deren. Ze komen dan dichtbij mij staan en ik geef ze positieve feedback over het poetsen. Het allerbelang- rijkste is om het negatieve gedrag te negeren en het positieve te bekrachtigen met complimenten.”
Wat vergt dit van de tandarts? “Eigenlijk moet een tandarts hetzelfde positieve gedrag richting een ouder vertonen als een ouder richting het kind. Als je als ouder nooit complimenten van de tand- arts krijgt, dan is het lastiger om open te staan voor een gesprek met hem. Begin als tandarts met te benoe- men wat de ouder wel goed doet en toon wat begrip voor de situatie. Als je alleen maar zegt dat iemand beter moet napoetsen en minder snoep moet geven, dan kun je beter niets zeggen. We weten inmiddels dat dit niet leidt tot een gedragsverandering, ook uit de literatuur.”
Waar zou een tandarts moeten leren om goed met ouders om te gaan? “Ik wil er een lans voor breken dat gesprekstechnieken over hoe om te gaan met ouders en opvoeding meer in
NEDERLANDS TANDARTSENBLAD jaargang 71/16, 7 oktober 2016,
www.ntdigitaal.nl
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52