Klauwaandoeningen melkvee infectieuze klauwaandoeningen (IKA)
tussenklauw- ontsteking
18%* stinkpoot 22%* mortellaro
niet-infectieuze klauwaandoeningen (NIKA) 18%* wittelijndefect 26%* zoolbloeding 9%* zoolzweer
infectiedruk
• hygiëne roostervloer • voetbadmanagement • overbezetting • huisvesting
voeding
• vitaminen (zoals biotine) • spoorelementen
(zoals zink en mangaan)
• mineralen, vetten en eiwitten • body condition score (BCS)
* bron: prevalentiedata op basis van DigiKlauw 2016 (CRV, GD) aandoening
belasting
• statijd • draaipunten klauw • ligtijd • ongelijke roosters
risicofactoren
aandachtspunten
zich bevindt. ‘Wanneer we heel veel afweerstoffen aan- treffen, ligt het zwaartepunt bij de actieve infecties. De veehouder moet zich dan eerst focussen op de behande- ling van individuele koeien. Treffen we minder afweer- stoffen aan, dan ligt de eerste prioriteit op het consequent toepassen van voetbaden’, legt Holzhauer uit. De GD leg- de testresultaten van het tankmelkprogramma langs een reeks koppelbehandelingen en vond een sterk verband tussen de indicatie via tankmelk en de ernst van de aan- doening die klauwverzorgers in het koppel aantroffen.
Timelapsecamera
Een scherpe monitoring op mortellaro is zeker nuttig. Uit de cijfers van DigiKlauw blijkt wel hoe hardnekkig deze klauwaandoening is. ‘Monitoren is goed, maar de beste indruk krijg je op de bedrijven zelf. Door een rondje te lopen is in korte tijd heel veel informatie te verzamelen die relevant is bij het beoordelen van de klauwgezond- heid’, zegt Marcel Drint, specialist klauwgezondheid voor het klauwgezondheidscentrum (NKGC). ‘Wij benaderen klauwproblemen vanuit de praktijk.’ Wanneer het team klauwverzorgers van Marcel Drint een bedrijf bezoekt, begint de aanpak met een koppelbehan- deling. ‘Als een veehouder klaagt over wittelijndefecten en wij gaan aan de slag, dan komen we vaak ook zoolbloe- dingen tegen en mortellaro. Daarna wordt geanalyseerd waar de problemen vandaan komen. Dat kan via een
timelapsecamera die het vreet- en liggedrag van de koeien vastlegt’, vertelt Drint. Hij gebruikt hiervoor het pro- gramma CowAlertMobile. Via een server in de stal verza- melt het informatie van de koeien, die daarvoor pootban- den dragen. ‘Op grote bedrijven in het buitenland zie je dat de koeien met deze techniek in een vroegtijdig sta- dium worden geselecteerd voor een preventieve behande- ling. Als een koe normaliter acht keer gaat vreten, stap- pen zet van zestig centimeter en zes keer gaat liggen, en dit verandert in zes keer vreten, stappen van dertig centi- meter en vier keer liggen, dan weet je dat ingrijpen nood- zakelijk is’, stelt Drint.
Alle partijen aan tafel
De timelapsecamera geeft Drint vooral input voor het gesprek met de boer. De veevoeradviseur, de klauwverzor- ger en ook de stalinrichter ziet hij graag aanschuiven. ‘Dan heb je vanuit elke discipline de kennis paraat. Vee- houders wijzen het voer vaak aan als oorzaak van de klauwproblemen op hun bedrijf. Maar de rol van voeding wordt sterk overgewaardeerd’, stelt Drint. Hij noemt als voorbeeld de bedrijven met melkdrijvende rantsoenen waar de koeien in goede huisvesting veertien uur per dag gaan liggen. In die omstandigheden zijn koeien hoogpro- ductief en zijn de klauwen gezond. ‘Ik zie maar zelden resultaat van een verbetering in het rantsoen, terwijl ik duidelijk het verschil merk van verbeterde huisvesting.’
veeteelt MAART 1 2019 37
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60