Johan de Groot: ‘Gras is de belangrijkste voedingsbron, dat moet je optimaal bemesten’
Al meer dan tien jaar laat Merwehoeve De Groot uit Herwijnen mestmonsters analyse- ren. Niet alleen voor het bepalen van de mestafzet, ook om vast te stellen hoeveel mest er naar het land moet. Het meest re- cente mestmonster bevatte 3,6 kilo stikstof en 1,31 kilo fosfaat per ton mest. Dat is lager dan de forfaitaire normen. ‘De gehalten stik- stof en fosfaat zijn de laatste jaren drastisch omlaag gegaan. Misschien komt dat doordat we mestscheiden, maar frappant is het wel’, zegt Johan de Groot. Mestonderzoek is dus geen overbodige luxe.
Samen met zijn zoon, zijn broers en hun zo- nen melkt De Groot 265 koeien op 150 hec- tare land. Hun adviseur van PPP Agro rekent in het voorjaar uit hoeveel mest er het land op kan en hoeveel kunstmest er dan nog nodig
is. Dankzij de mestanalyse is het advies nauwkeuriger. Er gaat niet te veel en niet te weinig kunstmest naar het grasland. De benodigde hoeveelheden zijn vastgesteld met de informatie van het bodemonderzoek. ‘Gras is de belangrijkste voedingsbron voor het vee. Dat moet gewoon optimaal bemest worden. Vroeger strooiden we meer kunst- mest en op alle percelen dezelfde dosering. Nu bemesten we minder en verdelen we tot op perceelsniveau. Voor de eerste maai- snede varieert de stikstofgift tussen de 45 en 60 kilo NTS’, zegt De Groot. Voor een betrouwbaar mestmonster is het belangrijk dat de mest goed wordt gemixt. De Groot weet dat dit niet altijd overal even goed lukt. ‘Wij mixen niet vaak, maar wel goed. Het is soms even werk, maar hij komt altijd los.’
beschikbaar fosfaat in grasland (mg P/kg) < 0,5
0,5-1,0 1,0-1,5 1,5-2,0 2,0-2,5 2,5-3,0 3,0-3,5 > 3,5
Tabel 1 – Fosfaatbeschikbaarheid (P-CaCl2 in Nederland in 2022 (bron: Eurofins)
) en aandeel grasland
om optimaal te bemesten’, geeft Bussink aan. ‘Het belang er- van neemt toe.’
De samenstelling van mest varieert volgens Bussink van 3 kilo stikstof per kuub tot 5 kilo stikstof per kuub. In uiterste geval- len bemest je met dezelfde hoeveelheid mest dus 50 kilo stik- stof extra. ‘Als je dat weet, kun je corrigeren met het aantal kuub mest voor het maisland. Door daar scherper te bemesten houd je meer mest over voor het grasland. Wie de samenstel- ling van de mest weet, kan onder de nieuwe regels nog veel extra gras produceren.’
Bussink wijst er wel op dat het monster representatief moet zijn, dus uit een goed gemixte kelder. Melkveebedrijf Merwe- hoeve De Groot uit Herwijnen heeft al meer dan tien jaar erva- ring met het bemonsteren van de mest (zie kader).
Nadelig effect van mestscheiden Ook Van Noord hamert op het belang van een mestmonster. ‘Door strengere mestnormen is het bemonsteren van mest extra urgent’, zegt hij. ‘Bemest je volgens de norm, dan kun je een opbrengstdaling nog lang uitstellen.’ De adviseur geeft met name aan bedrijven die mest scheiden, het advies om goed te analyseren wat er in de mest zit. Zeker als de dunne fractie terugkomt in de kelder, kan de samenstelling van de mest behoorlijk veranderen.
grasland (%) 11
21 18 13 9 7 5
17
soort mest drijfmest
dikke fractie van drijfmest dunne fractie van drijfmest
fosfaat (kg/ton)
1,4 2,2 1,2
stikstof (kg/ton) stikstof/fosfaat
3,8 4,5 3,7
2,7 2,0 3,1
Tabel 2 – Gehalte fosfaat en stikstof en verhouding tussen stikstof en fosfaat in ingaande mest en scheidingsproducten (bron: WUR)
Mest scheiden lijkt een middel dat steeds vaker wordt toege- past om de kosten voor mestafzet te drukken. Enerzijds omdat het mest stapelbaar maakt en daarmee ruimte schept in volle kelders, anderzijds omdat het scheiden van mest zorgt voor het indikken van stikstof en fosfaat (tabel 2). Het stikstof- en fosfaatgehalte van de dikke fractie is hoger dan van de ingaande drijfmest. Voor bedrijven die mest moe- ten afvoeren vanwege fosfaat geeft dit een volumevoordeel in de mestafzet. Bovendien wordt zo per ton mestafzet minder stikstof afgevoerd, omdat fosfaat relatief sterker indikt dan stikstof. Bedrijven die mest moeten afzetten vanwege stikstof – wat geldt voor de meeste bedrijven – hebben juist een nade- lig effect. Er is nog wel een volumevoordeel, maar bij afvoer van dikke fractie verdwijnt er relatief veel fosfaat van het be- drijf. Dit nadeel hebben bedrijven die gewoon drijfmest afvoe- ren overigens ook. Ook dan verdwijnt er meer fosfaat dan strikt genomen noodzakelijk.
Tim van Noord adviseert daarom aan bedrijven die mest scheiden, om de dunne fractie zo veel mogelijk apart op te slaan. ‘De fosfaatrijke drijfmest kun je dan inzetten voor de eerste snede, terwijl de dunne fractie een mooie meststof is voor later in het seizoen. Fosfaat heb je dan minder nodig’, legt hij uit. ‘De stikstof uit de dunne fractie komt bovendien snel vrij en kun je zien als een alternatief voor kunstmest.’ Wie extra opslagruimte kan creëren, slaat twee vliegen in één klap. De dunne fractie kan apart, maar het voorkomt vooral dat in augustus nog veel mest het land op moet. Mest die je liever toedient of afvoert in het voorjaar. l
veeteeltGRAS MAART 2024 7
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45